Laaglands liberalisme Met de keuze van een nieuwe lijsttrekker, komende week, neemt de VVD-achterban een allesbepalende beslissing over de koers van het laaglands liberalisme. In deze Vrij Nederland drie verhalen die de belangrijkste thema’s bijlichten. Wat betekent de keuze van de nieuwe lijsttrekker voor de VVD? Een onthullende schets van de ‘linkse’ Nijmeegse jaren van Rita Verdonk. En een profiel van Hans Wiegel, dat verklaart waarom hij zich uiteindelijk uit de strijd om het leiderschap terugtrok. Zaterdag, de dag van het voorjaarscongres, debatteren de kandidaten voor het lijsttrekkerschap van de VVD voor de laatste keer. Wordt het Verdonk of wordt het Rutte? De keuze is bepalend voor de koers van de liberalen. En misschien zelfs voor het voortbestaan van de partij.
Rita Verdonk weet de aandacht aardig af te leiden van het gevaar dat de VVD van haar heeft te duchten. In de debatten met concurrent Mark Rutte beklemtoont zij keer op keer dat de VVD niet hoeft te vrezen voor een onberaden soloactie van haar kant als zij de strijd om het lijsttrekkerschap verliest. Verdonk zal de partij trouw blijven en Rutte loyaal als running mate bijstaan in de stembusslag van 2007. Al die verhalen over een eigen lijst-Verdonk en een afsplitsing van de VVD zijn uit de lucht gegrepen, verzekert zij haar gehoor.
Maar het werkelijke gevaar voor de VVD schuilt niet in een verlies maar in een overwinning van Verdonk. Het is niet uitgesloten dat de partij dan in tweeën splijt.
Het vooruitzicht dat Verdonk de VVD naar nationalistisch en populistisch-conservatief vaarwater loodst, kan voor liberalen die daarvan gruwen de doorslag geven om hun partij de rug toe te keren.
De liberale partij is eerder in de geschiedenis, in 1901, gespleten, na een richtingenstrijd die opvallende overeenkomsten vertoont met de controverse Rutte-Verdonk. Ook toen botsten liberalen wier denken en handelen was doortrokken van vooruitgangsgeloof, met conservatieven die de wereld waaraan zij gewend waren bedreigd zagen.
Het kost weinig moeite beide richtingen in Rutte en Verdonk opnieuw te herkennen. Rutte is in alles de optimistische liberaal. Henry Faas, een van de groten in de naoorlogse politieke journalistiek, zag dit type al in de jaren vijftig naast de brommerige conservatief zitten. Faas beschreef het tafereel op een VVD-congres zo: ‘Kijk, daar loopt een liberaal. Hij is voor de vrijheid, voor menselijke waardigheid. Ook de onderdrukte negers van Zuid-Afrika hebben zijn sympathie. Maar kijk, naast hem zit een conservatief. De belastingen moeten omlaag, en flink.’
Rutte meent dat het vooruitgangsgeloof de motor van onze samenleving is én een van de drijvende krachten achter het liberalisme. ‘Politiek kan niet zonder het idee dat er ergens een groene grazige weide is, iets wat mooier is dan het heden, en dat jij als individu die mooie toekomst dichterbij kunt brengen als je het beste uit jezelf haalt,’ is een typerende uitspraak van hem. Verdonk daarentegen spreekt over bedreigingen, vooral van de kant van immigranten met een andere cultuur en religie, waartegen krachtig leiderschap en goed bewaakte grenzen zijn geboden. Moslims zijn alleen welkom als zij zich aanpassen aan ‘onze’ zeden en gewoonten.
Venijn
De VVD draagt de twee zielen van behoudzucht en vooruitgangsgeloof in haar borst sinds de oprichting in 1948. Conservatief liberalen vormden toen de partij samen met vrijzinnig democraten die zich in de PvdA ontheemd voelden. Sindsdien is het gemengde karakter van de VVD een permanente, maar beheersbare spanningsbron, die echter explosief kan worden nu in Verdonk behoudzucht samenkomt met populisme.
Elk debat met haar concurrent om het lijsttrekkerschap is tot dusver vol van venijn. Rutte probeert Verdonk zo hard mogelijk te raken. Hij verwijt haar een gebrek aan ideeën en zaait twijfel aan haar daadkracht en leiderschap, de twee kwaliteiten waarop zij zich laat voorstaan. Op zulke momenten laat Verdonk zich zo meeslepen door haar boosheid dat ze openlijke minachting jegens Rutte tentoonspreidt en hem soms zelfs uitlacht. Dat is een zwakte die haar pretentie van vastberaden en daadkrachtig leiderschap minder geloofwaardig maakt. Ook in de Tweede Kamer weet zij soms alleen met minachting te reageren op politieke tegenstanders die het haar lastig maken. Die indruk van een politicus die zich gemakkelijk door haar aandriften laat meeslepen, is niet direct weggenomen met het beeld van Rita, stoer op de voorplecht van een schip in de golven, waarop campagneleider Kay van de Linde haar in een reclameclipje heeft neergezet.
Naast de persoonlijke animositeit tussen Verdonk en Rutte zal ook de onderliggende richtingenstrijd gif in hun confrontaties brengen. Dat verklaart het contrast met de lijsttrekkersverkiezingen bij de PvdA, in het najaar van 2002. Fundamentele meningsverschillen tussen Wouter Bos en de andere kandidaten waren er niet.
Voedingsbodem
Het liberale vooruitgangsgeloof heeft het afgelopen decennium een flinke knauw gekregen. In de euforische jaren na de val van de Muur voerde de VVD nog campagne met de slogan: ‘We zijn allen liberaal.’ De sociaal-democraten en christen-democraten raakten in die tijd in een crisis, met een grote stembusnederlaag van PvdA en CDA in 1994 als uitkomst.
Bij die verkiezingen haalden de liberale partijen VVD en D66 samen 55 zetels. Daarvan bleven er na de burgerrevolte onder aanvoering van Pim Fortuyn in 2002 nog maar 31 over, bijna een halvering.
De stormachtige opkomst van Fortuyn was toe te schrijven aan zijn vermogen om het ongenoegen van burgers over acht jaar neoliberaal, paars beleid uitdagend en herkenbaar onder woorden te brengen. Hij profiteerde van de weerzin tegen de praktische gevolgen van de ‘flexibilisering’ en ‘dynamisering’ van de economie. Onder dat motto had Paars van ooit goed functionerende publieke diensten als de spoorwegen en de energiebedrijven stuntelende ondernemingen gemaakt, waaraan de klanten meer moesten betalen voor minder service en kwaliteit. Maar bovenal verwoordde Fortuyn met zijn agressieve taal over moslims het onbehagen over het opengrenzenbeleid. De komst van moslims met hun afwijkende morele opvattingen logenstrafte de optimistische verwachting na de val van de Muur dat met de zege van de westerse, liberale markteconomie, ook westerse waarden als persoonlijke vrijheid en autonomie, gewetens- en godsdienstvrijheid en gelijkheid van man en vrouw wereldwijd gedeeld zouden worden.
Genoeg munitie voor Fortuyn om een electorale bom te leggen. Hij betoogde dat de verbroken verbindingen tussen burgers en overheid waren terug te voeren op het onvermogen van de politiek zich te verplaatsen in de dagelijkse ervaringen en problemen van burgers.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau schreef in zijn tweejaarlijkse onderzoek naar de sociale staat van Nederland dat de burgers het geschonden vertrouwen in een rooskleurige toekomst vooral weten aan de politieke instituties, de regering voorop. Sinds het aantreden van het kabinet-Balkenende is het vertrouwen in de regering verder gekelderd. Dat gebrek aan politiek vertrouwen, samen met de onzekerheid en onvrede onder burgers, destabiliseren het maatschappelijk klimaat, analyseerde het SCP. Dat verklaarde ook de toenemende roep om leiderschap die het SCP waarnam. Op de vraag of we minder wetten nodig hebben en meer moedige politieke leiders zeiden in 2004 twee keer zoveel ondervraagden ‘ja’ als in 2000.
Op deze voedingsbodem rust het succes van Verdonk. De maatschappelijke en politieke omstandigheden rond haar opkomst vertonen interessante parallellen met de toestand rond 1901, aan de vooravond van de splijting in de liberale partij. Net als nu, na de revolte van 2002, voelde de politiek zich destijds genoodzaakt nieuwe, eigentijdse verhoudingen te creëren met de burgers. En ook toen raakten de liberalen in verwarring over de eisen die de nieuwe tijd aan hen stelde. Na een eeuw waarin ze de hoofdrol vervulden in staat en samenleving, raakten ze verdeeld over de wenselijkheid van algemeen kiesrecht en over de rol die de staat toekwam bij de bestrijding van de sociale nood van de industriearbeiders.
In de negentiende eeuw had een elite van gefortuneerde mannen van hoog aanzien in betrekkelijke rust het land bestierd, dankzij een kiesrecht dat alleen stand- en klassegenoten tot de stembus toeliet. Die bestuurstraditie was overleefd nu nieuwe politieke groeperingen als de anti-revolutionairen en socialisten een emancipatiebeweging op gang brachten en hun aanhang mobiliseerden in de strijd voor algemeen kiesrecht. De industrialisatie vergde tegelijkertijd sociale wetgeving, om een einde te maken aan de rechteloosheid van de arbeiders.
In liberale kring scheidden zich de geesten, tussen de voorstanders en tegenstanders van massademocratie en sociale wetten. De voorstanders meenden dat de vooruitgang vroeg om deze doorbraak naar politieke en sociale emancipatie. Het kamp van de behoudzuchtigen was bang dat de toekenning van rechten aan de ‘menigte’ slechts wanorde en slecht bestuur zou opleveren.
Dreigende teloorgang
Verdonk-watchers zullen in de grondtonen van de oudliberale weerstand tegen de modernisering vertrouwde klanken horen. De Leidse hoogleraar politieke geschiedenis Henk te Velde beschrijft in zijn boek Gemeenschapszin en plichtsbesef hoe de conservatieven zich ruim honderd jaar geleden al zorgen maakten over de nationale eenheid. ‘Ons volk is een samenhangend geheel en deze eenheid moeten we handhaven,’ schreven zij in hun beginselen. Volgens Te Velde waren zij in de ban van een dreigende teloorgang van hun cultuur, de vertrouwde omgeving van de negentiende-eeuwse standenstaat. Daarin zagen zij ook een bedreiging van hun ethische standaarden, zoals nu de komst van moslims immigratielanden als Nederland ervan bewust maakt dat de westerse waarden en normen nog niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn.
‘De moraal die in het liberalisme van de negentiende eeuw impliciet had kunnen blijven omdat hij niet werd bedreigd, toonde zich agressief nu hij werd aangevallen,’ schrijft Te Velde over de reactie van de oudliberalen. Zij vonden dat wilskracht en weerbaarheid daarbij geboden waren. Dat zijn ook de kwaliteiten waarop Verdonk zich laat voorstaan: ‘Ik ben niet links, niet rechts, ik ben recht door zee.’
Ook over vrijheid, hun grondbeginsel, laaide het debat onder de liberalen op. Volgens de vrijzinnig-democraten waren algemeen kiesrecht en sociale wetten ook geboden om mensen te bevrijden uit maatschappelijke achterstand. Vrije burgers verdienen gelijke rechten, vonden zij. De conservatief-liberalen legden vrijheid op de traditionele wijze uit, simpelweg als staatsonthouding.
Kleuterschool
In deze tijd zijn de liberalen opnieuw verwikkeld in een debat over vrijheid. Sommigen menen dat de vrijheidsrechten op het terrein van onderwijs, vereniging en godsdienst mogen worden ingeperkt, nu ze de staat belemmeren om zijn autoriteit te doen gelden over groepen (moslims, orthodoxe christenen) die discriminerende opvattingen over vrouwen en homo’s hebben. Anderen hechten aan de vrijheid van burgers om zonder overheidsgebod hun leven in te richten, óók als zij zich daartoe terugtrekken in een eigen kring met eigen zeden en gewoonten.
Verdonk en Rutte zijn elkaar in hun debatten in de haren gevlogen over de vrijheid van onderwijs. ‘Mark, dit is geen kleuterschool!’ reageerde Verdonk in een bomvolle zaal in Rotterdam op een pesterijtje van Rutte. Hij had haar gevraagd wat daadkracht en duidelijkheid bij haar eigenlijk betekenen, nu zij mist verspreidt over haar denkbeelden over het grondwetsartikel waarin de vrijheid van onderwijs is geregeld. ‘Heeft u het nu gezegd, dat u voor intrekking van dat artikel bent?’ wilde de debatleider weten. Rutte: ‘Ze heeft het gezegd.’ Verdonk: ‘Welles, nietes, welles, nietes. Je kunt nu wel blijven doorzeuren, Mark, maar ik ga er niets over zeggen.’
De aap kwam uit de mouw toen Verdonk aanvoerde nú alleen om opportunistische redenen geen discussie over de onderwijsvrijheid te willen. Zij wenst het CDA, de coalitiepartner, niet voor het hoofd te stoten. Eerder heeft zij zich uitgesproken vóór afschaffing. Rutte daarentegen is principieel voorstander van de onderwijsvrijheid. Het is volgens hem een fundamenteel liberaal beginsel dat ouders het recht hebben een school op basis van de eigen levensovertuiging te stichten. Dat doet volgens hem recht aan het particulier initiatief en aan de pluriformiteit van de samenleving.
Gezagsvacuüm
En wat vindt nu de VVD? Het wachten is op het nieuwe verkiezingsprogramma dat een partijcommissie onder leiding van ondernemer Ben Verwaaijen schrijft. Maar dat de VVD zo openlijk, zonder correctie van de partijtop, verdeeld is over haar grondbeginsel vrijheid, heeft behalve met de twee zielen in haar borst ook iets te maken met het gezagsvacuüm dat het voortijdige vertrek van Jozias van Aartsen als fractieleider heeft getrokken. De toestand doet denken aan de periode van de vorige leiderscrisis in de VVD, in 1990, nadat toenmalig voorzitter Leendert Ginjaar fractieleider Joris Voorhoeve tot aftreden had gedwongen. ‘Snel en geruisloos,’ kenschetste de nieuwe leider Frits Bolkestein Ginjaars ingreep. ‘Dat is zo gek nog niet,’ voegde hij eraan toe.
Dat was een van de grootste inschattingsfouten die Bolkestein in zijn lange politieke loopbaan heeft gemaakt. Hij sprak die woorden daags vóór het Zwolse congres van 18 mei 1990, waar het kader een ongekende opstand ontketende tegen de VVD-top. In de Nieuwe Buitensociëteit kwam alle opgekropte woede onder de leden over de beroerde staat waarin de VVD verkeerde tot een uitbarsting. Zij verweten Ginjaar een ‘sluipmoord’ op Voorhoeve te hebben gepleegd, waarop de voorzitter de zaal toeriep dat het uit moest zijn met ‘het getoeter’.
Het is niet overdreven te zeggen dat de VVD in Zwolle bijna de hand aan zichzelf sloeg. Tekenend voor de ernst van de situatie was dat zelfs de man die de VVD groot had gemaakt, Hans Wiegel, er ondanks zijn grote gezag niet in slaagde de gemoederen tot bedaren te brengen. Wiegel, geschokt dat het zóver was gekomen met zijn partij, zakte na zijn vergeefse interventie terug op zijn stoel en verviel voor de rest van de avond in een somber stilzwijgen.
In niets herinnerde de VVD nog aan de vriendelijke kenschets die Volkskrant-commentator Jan Joost Lindner ooit van de liberalen had gegeven, toen hij schreef dat de partijsfeer hem deed denken aan een partijtje tennis op een zonnige dag: ‘Bij de VVD is het altijd lente. De witte bal gaat heen en weer, zonder dat de punten erg tellen, en een gemiste slag leidt slechts tot goedaardige vrolijkheid wederzijds. Na het spel de handdruk, de kwinkslag en het glas.’
De sfeer van de tennisbaan is ook nu weer ver te zoeken in de VVD. Dat komt niet in de laatste plaats door de confronterende werking die uitgaat van het populisme van Verdonk. In veel opzichten vertoont haar optreden de kenmerken die politicologen aan die politieke beweging toekennen: de populist keert zich af van het partijestablishment, plaatst het volk op een voetstuk, streeft naar charismatisch leiderschap en doet een appèl op eenheid en vaderlandsliefde.
Het angstbeeld van Verdonks tegenstanders in de partij is dat zij de VVD kaapt voor het populistisch conservatisme. Dat maakt de situatie mogelijk nog explosiever dan ten tijde van de crisis in 1990. Een hoofdrolspeler uit die tijd, Bolkestein, heeft zich nu uitgesproken vóór Verdonk, omdat hij denkt dat ze meer kiezers dan Rutte zal trekken. Maar wat heeft de VVD aan lekker veel zetels als zij onder Verdonk van de hoofdstroom wegdrijft en in het isolement belandt? Of uit elkaar valt?
Tijdslijn
8 maart
Na het aftreden van Jozias van Aartsen stelt Mark Rutte zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap. Rita Verdonk zegt nee.
30 maart
Verdonk zegt het lijsttrekkerschap toch te overwegen, kamervoorzitter Weisglas steunt haar ‘met volle overtuiging’ en noemt Rutte ‘toch te veel het kleine broertje van Wouter Bos’.
4 april
Verdonk zegt in Elsevier: ‘Ja, ik doe het. Let’s go.’
5 april
Verdonk presenteert zich op de BouwRai als ‘niet links, niet rechts, maar recht door zee’, en zegt dat ‘daadkracht en duidelijkheid’ haar van Rutte onderscheiden. Rutte noemt ‘modder gooien’ schadelijk voor de VVD.
14 april
Campagneteam Verdonk eist eigen waarnemer bij lijsttrekkerverkiezingen.
19 april
Verdonk wil van de VVD ‘de grootste partij van Nederland’ maken.
21 april
Rutte presenteert negenpuntenplan, o.a. ‘Pokon voor de economie’ en ‘handen af van de hypotheekrenteaftrek’.
24 april
Rutte en Verdonk bekvechten bij het eerste lijsttrekkersdebat in Heerhugowaard.
1 mei
Rutte verwijt Verdonk tijdens het lijsttrekkersdebat in Rotterdam gebrek aan duidelijkheid en gedraai.
2 mei
Verdonk zegt in Amsterdam dat ze minister-president wil worden.
10 mei
Frits Bolkestein steunt Verdonk in Elsevier. Jorritsma, Opstelten en Terpstra steunen Rutte in een brief aan de leden.
10 mei-24 mei
VVD-leden kunnen stemmen per brief, telefoon en e-mail.
19 mei
Slotdebat tijdens de algemene ledenvergadering van de VVD in Noordwijkerhout.
1 juni
Bekendmaking van de uitslag.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.