Is het Amsterdamse Beursplein verworden tot een ‘anarchistische minicamping’ of is het Nederlandse Occupy een ongeëvenaard Democratisch experiment? VN kampeerde mee.
Levend kunstwerk Fabiola beklimt in bloemenjurk het podium. Zijn pleidooi voor een betere wereld gaat ten onder in het kabaal van drie Spaanse krakers die op een blikken ton staan te roffelen, maar wat zou het: ‘Iedereen wordt hier gehoord,’ roept de vrouwelijke moderator hoopvol. Intussen loopt het zaterdagse winkelpubliek de demonstranten straal voorbij. Pas als zanger Bob Fosko op het toneel verschijnt, houdt een enkeling de pas in. ‘Zakkenvullers,’ dondert de voorman van de Raggende Manne over het Beursplein. Fosko komt Occupy Amsterdam graag zijn steun betuigen. ‘PowNews en GeenStijl doen alsof hier een stelletje losers staat, maar dat is gewoon gelul. Het mogen kwetsbare mensen zijn, ze hebben wel gelijk.’
Een indianentooi hier, een halveliterblik daar: wie de demonstranten wil afschrijven als een verzameling gevallen paradijsvogels, hoeft nauwelijks langer dan een minuut op het Amsterdamse pleintje te blijven. Bovendien heeft Occupy Amsterdam geen boegbeeld, geen eenduidige boodschap en geen gemeenschappelijk doel. Dat schiet natuurlijk niet op, smalen critici. Afgelopen zaterdag trokken de actievoerders opnieuw door de stad. Sloten zich vorige week nog honderden sympathisanten aan, dit keer was de stoet veel kleiner.
Toch houden de ‘bezetters’ van het Beursplein inmiddels, geïnspireerd door de Spaanse Indignados-beweging en het New Yorkse kampement bij Wall Street, al ruim twee weken stand. Wereldwijd zijn in honderden steden tentenkampen opgeslagen, in Nederland reiken de Occupy-protesten inmiddels tot aan Winschoten. De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan verbood een tweede kamp op het Museumplein, verder zit de gemeente er volgens de burgervader ‘relaxed in’. Maar voor hoe lang nog? Is het Amsterdamse Beursplein verworden tot een ‘anarchistische minicamping’ (in de woorden van VVD-raadslid Robert Flos, die de demonstranten liefst zo snel mogelijk ziet vertrekken) of is het, zoals de actievoerders zelf geloven, een ongeëvenaard democratisch experiment? En waar leidt dat experiment dan toe?
Zélf nadenken
‘De VVD heeft niet goed gekeken, want ik sta hier ook,’ zegt student geneeskunde en politicologie Jelle (25). Het is donderdagmiddag, hij komt net uit de bibliotheek en kauwt in de herfstzon op een krentenbol. Om twaalf uur zou er een vergadering zijn, maar daarvan ontbreekt elk spoor. ‘Dat is het leuke van Occupy,’ zegt Jelle opgewekt. ‘Niemand leidt deze groep, er wordt alleen het voortouw genomen.’ Hij slaapt niet op het kamp, maar komt elke dag langs. ‘Politici zitten onder de plak van het bedrijfsleven,’ brandt hij los, gevraagd naar zijn beweegredenen. ‘Kijk alleen al naar de lobby van de farmaceutische industrie. Waar massale verontwaardiging nodig is, blijft iedereen achterover leunen. Mensen vinden het vaag dat wij geen oplossingen hebben, ze zijn gewend aan leiders met ideeën. Maar wij blijven hier net zo lang zitten totdat iedereen weer zélf gaat nadenken.’ Een van de daklozen rent voorbij, vervaarlijk zwaaiend met een pvc-buis. ‘Natuurlijk zijn er hier mensen die je als warrig zou kunnen typeren,’ vervolgt Jelle onverstoorbaar. ‘Maar ook zij maken onderdeel uit van ons protest: ze worden door de hele maatschappij al weggestuurd.’
Op het Beursplein droomt iedereen van zijn eigen revolutie. Aan het gangpad zit Daphne (30) voor haar tent. De freelance stemtherapeute wil van alles: betere arbeidsomstandigheden in derdewereldlanden, maar ook meer empathie in onze eigen samenleving. ‘Er komt een nieuw tijdperk aan waarin het hart regeert.’ Even verderop zegt voormalig kraakster Nicky vooral te verlangen naar directere democratie, welzijn van mens en natuur en een kleinschaliger gemeenschap waarin iedereen zelfvoorzienend is. Het kapitaal moet gebroken worden, roept ze nog, terwijl ze wegrent om haar zoontje uit een plas te halen. Haar vriendin Jet, ook met dreadlocks, is vooral dankbaar. ‘Eindelijk is iedereen wakker! Dat komt ook door de nieuwe energie die naar de aarde is gestuurd. De Maya’s hebben dit al eeuwen geleden voorspeld,’ verzucht ze. In een tent aan de rand van het plein, opgezet door een kunstenaarscollectief, windt religiewetenschapper Ernst (30) zich op over de misstanden in de derivatenhandel. Voor een artikel over de ‘Robin Hood Tax’ (een belasting op financiële transacties) probeert hij ‘complexe shit in gewone mensentaal’ op te schrijven. Het protest is vooral een oefening in democratie, vindt Ernst: ‘De status quo in politiek en economie moet doorbroken worden. Als maar genoeg mensen zeggen: “Ik wil dat het anders gaat”, wordt het vanzelf een reële optie.’ Op de kritiek dat de beweging geen vastomlijnd doel heeft, snuift hij: ‘Waarom zou je pas onvrede mogen voelen als er een alternatief is?’
Snelgroeiende baby
Hoe verschillend de verlanglijstjes van de actievoerders ook mogen zijn, één klacht komt voortdurend terug. Ze voelen zich niet ‘gehoord’ door wie ze in hun flyers ‘de 1%’ noemen: de verzamelde elite van bankiers en politici die alles voor de overige 99 procent van de mensen bedisselt en zich alleen door winst op de korte termijn laat leiden. Op het Beursplein bivakkeren de buitenstaanders, de maatschappelijk teleurgestelden, zoals ze in tal van rapporten en studies zijn gaan heten. De meesten stemmen al jaren niet meer. ‘Het hele idee van vertegenwoordigende instituties is achterhaald,’ zegt Örsan (36), die al twee weken als ‘parttimer’ op het Beursplein verblijft. Af en toe gaat hij terug naar zijn gezin in Hilversum, zijn vrouw is kostwinner. Jarenlang was hij actief voor de vakbond, maar die schaart hij inmiddels onder het ‘oude systeem’. De wereldwijde Occupy-beweging is een snelgroeiende baby, meent hij. Geïnspireerd door de opstanden in Egypte, Griekenland en Spanje en met dank aan de technologie: ‘Lang voordat we de pleinen bezetten, waren we digitaal met elkaar in gesprek. Door online platforms kunnen we straks zonder tussenkomst van politici zélf onze wetten maken.’ Utopisch? Welnee. Örsan gelooft hevig in zoiets als collective intelligence. ‘Kijk eens wat een wereld we hier gebouwd hebben,’ wijst hij over het kamp. ‘Wij zijn de Smurfen, maar dan in het echt!’
‘We hebben nog vier minuten om te praten over de financiële crisis’
Met een beetje goede wil zijn in het kampement inderdaad de structuren van een klein dorp te ontwaren. ‘De vaagheid en de besluiteloosheid worden gechallenged,’ constateert een van Nederlands bekendste internetpioniers tevreden. Hij helpt de actievoerders met hulp van kantoortjes in de buurt aan een draadloos netwerk, maar wil graag anoniem blijven. ‘Out of the woodworks duiken allerlei mensen op die je hier niet verwacht, schrijf dat maar op.’ Ook hij ziet de Occupy-beweging als een belangrijk experiment: ‘Het wordt op zijn best een donker decennium, we moeten ons oefenen in zelforganisatie.’ Voor de Bijenkorf is een gaarkeuken ingericht, tegenover C&A zaagt een man aan wat de vloer van de nieuwe Mediatent moet worden. Een geïmproviseerd prikbord bij de ‘informatiebalie’ vermeldt alle ‘subgroepen’ die inmiddels actief zijn: er is een legal-team, een EHBA-ploeg (eerste hulp bij acties) en een groep peacekeepers ontfermt zich met de ‘sfeercoördinator’ over de veiligheid van het kamp. In de commissies ‘Economie en crisis’ en ‘Flyering, acties en demo’ kan uiteraard iedereen meedenken. In de witte hoofdtent wordt op initiatief van een UvA-docent vandaag voor het eerst college gegeven. Op houten bankjes en tuinstoelen luistert een veertigkoppig publiek naar een verhaal over bezuinigingen in de culturele sector en populisme. Vanaf een bank in de hoek klinkt zacht gesnurk.
‘Waar doen we de gedichten?’ vraagt een bebrilde vrouw in een tent verderop. Een zestal actievoerders zit met scharen en lijm om een tafel waarop iemand ‘sharing is caring’ heeft gekladderd. Student politicologie Sam (23) is in navolging van het Wall Street-protest een Occupy-krant begonnen: ‘Althans, volgens mij coördineer ik de boel zo’n beetje.’ De krant moet, net als het plein, een vrijplaats zijn voor meningen. Dat werkt, volgens Sam. ‘Je ziet hier voortdurend dogma’s sneuvelen. Natuurlijk heb ik ook geen concrete blauwdruk voor een betere welvaartsverdeling. Dat klinkt misschien een tikkeltje postmodern, maar ik vind het ook wel gezond: het gaat er om dat mensen met elkaar in gesprek gaan.’
Dure koffie drinken
Elke avond om half zeven verzamelen de demonstranten zich in een kring, onderaan de trappen van het beursgebouw, voor het hoogtepunt van hun zelf gecreëerde overlegcultuur: de ‘General Assembly’, ‘GA’ in Occupy-jargon. Naar New Yorks voorbeeld herhaalt iedereen de woorden van de spreker (‘The Human Microphone’) en er zijn gebaren afgesproken om de reacties in goede banen te leiden. Wie vindt dat een spreker haantjesgedrag vertoont, maakt een denkbeeldige hanenkam op het hoofd. Vanavond zijn er twee agendapunten: het akkoord over de euro dat ’s ochtends in Brussel is gesloten, en de mogelijke verhuizing van het kamp naar het Museumplein. De initiator van het verhuisplan eigent zich meteen een royale portie spreektijd toe. Tot woede van de vergadering onthult hij de volgende ochtend een afspraak met de burgemeester te hebben. De demonstranten willen niet gerepresenteerd worden door één persoon, en zeker niet door hem. Velen maken de hanenkam. Een vrouw in een wit ski-jack roept emotioneel: ‘Ik weet zeker dat Van der Laan ons een warm hart toedraagt, en dat hij hier wil komen om met ons allemáál te praten!’
Hoe marginaal het gekibbel ook mag klinken, voor de actievoerders zou het wel eens essentieel kunnen zijn. In de buitenwereld worden grote beslissingen immers over hun hoofden genomen, hier telt ieders stem: zonder volledige consensus wordt niets besloten. Dat eist zijn tol. Twee uur later is het agendapunt ‘verhuizing’ nog steeds niet afgerond. ‘We hebben nog vier minuten om te praten over de financiële crisis,’ zegt de moderator om kwart over negen. Ze stelt voor dat onderwerp dan maar aan de subgroep ‘Visie’ over te laten. Niemand maakt bezwaar. ‘Een Eurotop in Brussel? Wij hebben hier onze eigen top,’ grinnikt een van de actievoerders. Blijkbaar is in Amsterdam de noodzaak voor een inhoudelijke discussie over de aanpak van de crisis nog niet groot genoeg – anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar de werkeloosheid gigantisch is. De bezetters van het Beursplein lijken zich liever op behapbare problemen te storten dan op de wereldeconomie. Want ook als tegen een uur of tien de visiegroep zich dan eindelijk over het crisisakkoord zal buigen, moet eerst een waslijst aan huishoudelijke discussiepunten afgewerkt. Met het vaststellen van de locatie van de vergadering gaat al een half uur heen. Een van de dames vindt het eigenlijk belachelijk dat ze in het verwarmde theatercafé van de Brakke Grond zijn gaan zitten. ‘Dure koffie drinken tijdens de bezetting!’ roept ze. Op het kamp is nu eenmaal geen plaats, werpt een ander tegen. Het zit haar trouwens al langer dwars dat het plein ‘door bepaalde Occupy’ers met een grote tent geoccupeerd wordt’. Ook het voorstel om binnen de commissie een onderzoeksgroep op te zetten, is aanleiding voor minutenlange verwarring. ‘Als je zegt wetenschappelijk, bedoel je dan kleurloos of meer objectief?’ Vervolgens moet een besluit genomen worden over de slogans voor de demonstratie van zaterdag. In een haastig geïmproviseerde Word-Cloud verschijnen ‘verantwoordelijkheid’ en ‘contact’ als belangrijkste begrippen. ‘Ik mis verbinding, liefde en natuur,’ roept een oudere vrouw teleurgesteld. ‘Willen we anders nog een consensusrondje doen?’ vraagt de moderator in een poging de boel te sussen. Maar de eerste slagzinnen vliegen al over de tafel. ‘Wij zien, wij zien, wat zij niet zien,’ probeert iemand. ‘Laten we wel zijn,’ opteert een ander. ‘Hoho, is dit niet meer iets voor de werkgroep Actie?’ roept de moderator. Maar intussen heeft een van de actievoerders de hamvraag al op tafel gegooid. ‘Even tussendoor, hoor, maar gaat Occupy nou over het financiële systeem of over alles wat er mis is in de wereld?’ Het is inmiddels middernacht. Aan de eurocrisis komt ook de visiegroep vandaag niet toe.
Filosofische fictie
Hoe lang het kamp eendrachtig de stadsjungle zal blijven trotseren, weet niemand. Die nacht hebben de peacekeepers hun handen vol aan dronken studenten die door het kamp paraderen. ‘Hee, hier zitten die gasten van de gratis economie,’ lalt er eentje, voordat hij voorover in een tent struikelt. Ook de vele daklozen die het kamp bevolken, blijven een probleem. In de hoek van de Polen is het weer onrustig, een Rus slaat een andere Rus een bloedneus. Een psychotische man wordt onder luid protest voor de zoveelste keer afgevoerd. ‘Als ik nu mijn mobiele telefoon niet terugkrijg, steek ik hier de hele boel in de fik.’
Intussen zitten de kunstenaars bij kaarslicht om de petroleumkachel in hun, volgens sommige kampbewoners, veel te ruim bemeten legertent. Ach, glimlacht componist Samuel (38) bij een glas biologische rode wijn. ‘Je moet oppassen dat het kamp niet een soort microkosmos van kleine ergernissen wordt.’ Het collectief houdt zich bewust een tikje afzijdig. De kunstenaars willen een brug slaan tussen het Beursplein en de buitenwereld. ‘Die hele bezetting oogt nu eenmaal beangstigend voor wie niet in het actiewezen zit,’ zegt beeldend kunstenaar Klaas (36). In hun tent organiseren ze dagelijks een leesgroep, waar voorlopig vooral bevriende kunstenaars en wetenschappers op afkomen. Morgen is het tijd voor filosofische fictie over een kapitalistische meltdown, maar ook een libertaire tekst over radicaal kapitalisme staat op het programma. En toch, zegt Samuel, heeft al dat getheoretiseer geen waarde zonder de General Assembly. ‘Het proces van die vergadering mag moeizaam zijn, het is wel de ware betekenis van de Occupy-beweging: we moeten weer samen nadenken over een andere wereld, vanuit het gevoel dat het anders kan.’
Ondanks alle kritiek moeten de actievoerders zo lang mogelijk volhouden geen eisenpakket te formuleren, vinden ze. ‘Als je met een constructieve eis komt, kan het huidige systeem daarmee aan de slag. Voor je het weet, word je ingekapseld. Het gaat erom zo lang mogelijk met elkaar in gesprek te blijven. De discussie ís de boodschap van deze beweging.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.