Kees Driessen, filmcriticus voor Vrij Nederland, vroeg zich af waarom de camera in de Nederlandse film bijna nooit van de grond komt. Hij maakte dit schitterende video-essay: pleidooi voor Vliegende Hollanders.

Sommige beelden komen in de Nederlandse cinema altijd weer terug. De strakke kaders, de rechte einder, de krappe keukentafels. Je kunt er niet omheen: ook wie al generaties lang ontkerkelijkt is, heeft een tik van de calvinistische molen meegekregen.

En laten we wel zijn: dat levert nog altijd veel moois op. Zie Guernsey (2005) van Nanouk Leopold, Matterhorn (2013) van Diederik Ebbinge en Tussen 10 en 12 (2014) van Peter Hoogendoorn. Tradities mogen gekoesterd worden.

Maar dit zijn films die willen beklemmen, opsluiten, verstikken – dus de stijl past. Maar dat kan toch niet alles zijn wat Nederlandse bioscoopgangers willen zien? Toch is zelfs in de commerciële cinema (die zijn publiek hopelijk niet wil beklemmen, opsluiten en verstikken) de echt losse, ongebonden, vliegende camera een zeldzaamheid.

In april 2015 constateerde ik in een artikel voor Vrij Nederland dat een paar recente Nederlandse films wel, in meer of mindere mate, loskwamen van de grond: Atlantic. (2014) van Jan Willem van Ewijk, The Sky Above Us (2015) van Marinus Groothof en met name de documentaire Those Who Feel the Fire Burning (2014) van Morgan Knibbe. Beginnende makers, nota bene filmend buiten de landsgrenzen.

Het riep een vraag op: zijn er in de Nederlandse filmgeschiedenis echt zo weinig voorbeelden van camera’s die de zwaartekracht tarten? Daar begon een zoektocht. Alle Nederlandse films terugkijken is niet te doen. De eerste stap is graven in het eigen geheugen, daarna de naslagwerken doorbladeren, met vrienden en collega’s brainstormen en de archivarissen van EYE raadplegen.

Maar erg veel leverde het niet op. Er zijn, de Nederlandse filmgeschiedenis overziend, zo weinig uitzonderingen, zo weinig voorbeelden van losse, intuïtieve, ongebonden, impulsieve cameravoering, dat het een uiting van cultuur moet zijn. Dat maakt die jonge makers die wél loskomen van de grond iets bijzonders. Ze gaan niet alleen de landsgrens over, maar ontstijgen de grenzen van de Nederlandse filmcultuur.

Daarover is dit video-essay gemaakt. Als een pleidooi voor Vliegende Hollanders: meer zwevende camera’s in de Nederlandse cinema.

Het video-essay De Vliegende Hollanders heeft Kees Driessen gemaakt voor het nieuwe Forum-programma van het Nederlands Film Festival, samen met editor Menno Kooistra van VoorDeFilm.

De achterliggende gedachten van het video-essay worden verder beschreven in dit artikel op de site van de Filmkrant.

In zijn indrukwekkende documentairedebuut Those Who Feel the Fire Burning (2014) gebruikt de jonge maker Morgan Knibbe een zwevende camera om nieuwe perspectieven te openen. Zijn korte film Schipbreuk voor Lampedusa, die daarin grotendeels is opgenomen, is online te zien.