Niet meer in staat om nog iets te doen nadat zijn zoon een eind aan zijn leven heeft gemaakt, besluit Frits Woudstra dan maar over zijn situatie en zijn zoon te schrijven. Dat leverde Lucas Casimir op, een boek over een ramp in een kleine familie.

‘Het leek wel of hij een klein onderdeel, een soort geluksfactor, miste in zijn leven,’ schrijft Frits Woudstra over zijn zoon Lucas die in december 2013 op vierentwintigjarige leeftijd een einde aan zijn leven maakte. Hoewel hij dichtbij hem was en alle aandacht aan hem schonk, zag hij zijn zoon zich langzaam in zichzelf terugtrekken. Soms wel, dan weer niet aanspreekbaar, soms glimlachend, maar ook weer snel in gepeins verdwijnend. Dichtbij en toch ver weg. In wat de laatste weken bleken te zijn was Woudstra ’s nachts in zijn halfslaap gespitst op geluiden die zijn zoon maakte, zoals dat van zich openende en sluitende koekblikken. Die waren altijd goed gevuld. Tot hij een nacht eens goed sliep en Lucas ’s morgens verdwenen was en niet meer terugkwam.

Hij kon niets meer, behalve schrijven over Lucas.

Aanvankelijk probeerde Frits Marnix Woudstra, die in de jaren tachtig en negentig als een moderne Jean Cocteau originele schrijversportretten voor de Boekenbijlage en de Republiek der Letteren van Vrij Nederland maakte, zijn verdriet van zich af te tekenen en te schilderen. Maar hij kon niets meer, behalve schrijven over Lucas. Hij begon een blog, die nu is uitgemond in Lucas Casimir, een door Thomas Rap uitgegeven boek met alle gevoelens, gedachten, herinneringen, gesprekken, begrip, verwijten, boosheid en liefde die hem besprongen na de dood van Lucas: ‘een kleine gevoelsencyclopedie’, schrijnend, maar luchtig, met gevoel voor de juiste details opgeschreven.

Woudstra vraagt zich natuurlijk af of hij wel een goede vader is geweest: ‘Mijn vaderschap heeft jarenlang op een zacht pitje staan pruttelen, ik dacht dat de kinderen (er is nog een dochter, Flora, CP) niets van me konden leren, wist vaak niet eens wat het inhield om een vader te zijn! Iemand die af en toe met de vuist op tafel slaat? Als ik dat deed werd ik door de rest van het gezin uitgelachen en soms moest ik er zelf om grinniken.’ Was hij niet te lankmoedig geweest, vertrouwend op Lucas talenten? Had hij niet strenger moeten zijn en hem minder laten gamen? ‘Stomme vader die ik ben.’ Onvermijdelijk dat Woudstra terug gaat denken aan zijn eigen jeugd, en of hij wel een voorbeeld had aan zijn eigen vader, die wegging toen Woudstra zes jaar was en die pas veel later in zijn leven terugkeerde.

Beeld: Frits Woudstra. ‘LadyDay’

Ook al hing hij er vader-technisch maar een beetje bij en nam zijn vrouw Anouk alle belangrijke beslissingen, uit Woudstra’s terugblikken begrijp ik dat het dat onderdeeltje, die ontbrekende geluksfactor, moet zijn geweest die Lucas onbereikbaar maakte. Hij werd steeds zwijgzamer. Hij vroeg zijn vader op een bepaald moment of hij hem wilde helpen er een eind aan te maken. Hij was ‘klaar’ zei hij. In de weken voor zijn dood was hij bang en schrikachtig. Het had lang geduurd, te lang, voor Lucas psychologische hulp kreeg. En die hulpverleners wilden niet met zijn ouders in gesprek gaan over Lucas. Lucas was volwassen, zeiden ze. De doktoren waren daar consequent in. De vraag is of ze daar niet te ver in gingen.

Door zijn onbevangen manier van schrijven komt alles ter sprake wat Woudstra in het jaar na Lucas’ dood dacht en deed. Dat hij Lucas’ eetlust hield voor levenslust. Dat hij in Lucas kleren ging lopen. De piano die nu bespeeld wordt door een buurjongen. De zwijgende wandelingen die ze ‘s avonds met de hond maakten. En het steeds maar moeten herhalen van wat er gebeurde op die ochtend. En de vraag wat hij zelf nog op aarde moet.

Beeld: Frits Woudstra, ‘Werkman’

Hij herinnert zich de nachtelijke gesprekken. Dan kwam Lucas naar zijn kamer en luisterde hij half in slaap naar hem. ‘Soms bleef hij wel een kwartier na het gesprek op mijn kamer hangen, terwijl ik weer wegdommelde.’ Op een lichte manier schrijnend is dat Woudstra zijn zoon brieven laat schrijven aan zijn verdrietige vader. Dat ziet er heel natuurlijk uit, alsof het echt is gebeurd. Lucas vertelt daarin hoe hij het heeft gedaan. Hij ziet van boven dat zijn vader zijn muziek draait. Spreekt zijn vader geruststellend toe.

Lucas voelde zich ‘een overtollig wezen’ zei hij zijn vader. Als student psychologie noteerde hij: ‘Ik heb intrinsiek nog niet het gevoel dat ik het recht heb er te zijn.’ Had ik het leven niet nog meer moeten prijzen, vraagt zijn vader zich af. Had zijn zoon aan de kleurigheid van zijn vaders schilderijen niet kunnen zien hoeveel waarde die aan het leven hechtte?