Vluchtelingen in containers laten wonen is karig genoeg, vindt de VVD: de aanzuigende werking valt wel mee. Maar voor veel studenten is het er prima toeven.

De VVD wil vluchtelingen met een verblijfsstatus desnoods in gestapelde containers laten wonen, zoals het AD het vrijdag formuleerde. Nog altijd wonen 14.000 erkende vluchtelingen in azcs, hoewel die, de naam zegt het al, bedoeld zijn voor asielzoekers die nog in hun procedure zitten. Containers dus, als oplossing. Het is deel van de vluchtelingenproductielijn: IKEA maakt hutten voor UNHCR-kampen, beddenfabriek Aveka draait overuren om te voorzien in ‘sobere doch humane’ stapelbedden voor het COA.

Containers worden geprofileerd als iets sneus, en dat is maar goed ook, want dat Nederland op korte termijn 100.000 goedkope huizen bijbouwt – de PvdA-oplossing -, dat ziet de VVD echt niet zitten. Kamerlid Van der Linden verklaarde zich tijdens het vluchtelingenhuisvestingdebat vrijdagochtend nader: “Als wij hier besluiten om op korte termijn 100.000 woningen neer te zetten, dan weet vanmiddag een WhatsApp-groep in Libanon of Somalië dat al. Het heeft een enorme aanzuigende werking. (…) We moeten Nederland niet aantrekkelijker maken dan het is.”

Maar containers kunnen er mee door. Die zijn gelukkig niet zo aantrekkelijk.

Tja. Ik weet nog hoe blij ik was toen ik lang genoeg op de wachtlijst stond voor een studentencontainer in Amsterdam-Oost, van golfplaat, oranje, langwerpig, gestapeld bovendien. Balkonnetje, eigen badkamer en keuken, bijna dertig vierkante meter, huursubsidie én binnen de ring: tussen de Bijlmerbajes en de Hells Angels. Die waren nog niet ontruimd. Ik heb er vijf jaar gewoond, tot twee maanden geleden mijn campuscontract afliep. Het was er prima toeven. Maar altijd als ik aan iemand vertelde waar ik woonde ging dat gepaard met een grijns, en een uitleg. En hoe vaak stuurden mijn buren en ik elkaar niet een artikel door waarin onze manier van wonen als nieuwigheid bestempeld werd: ‘Experiment met aso-familie in containerwoning compleet mislukt’ bijvoorbeeld, of gister nog, in The Guardian, ‘het wonen van de toekomst‘.

De voortdurende herontdekking van de containerwoning als noodoplossing zit ‘m in de voornaamste bewoners: studenten. De student staat toch al een beetje buiten de samenleving. Geld uitgevend zonder geld te hebben, op de drempel tussen kind en volwassene: in een liminale fase, zoals dat heet in de Antropologie. Net als vluchtelingen – “aso-families” laten we maar even buiten beschouwing – vormen studenten een dynamische groep die doorgaans relatief weinig eisen kunnen stellen aan hun huisvesting.

Dat leidt soms tot stuivertje wisselen. Omdat twee asielzoekerscentra in Amsterdam niet meer aan de eisen voldeden, zijn deze jarenlang door studenten bewoond. Dat kon blijkbaar wel. Die op het Zeeburgereiland is intussen gesloopt en vervangen door, jawel, containerwoningen. Het Houthaven-studentencomplex bestond uit zowel een voormalig azc als containers. Beiden zijn nu ook voor het merendeel gesloopt. De laatste 300 studenten wonen er anti-kraak – de laagste rang in de huurderspikorde – en moeten er ook uit. Al voordat duizenden containers op order van de regering woonklaar gemaakt zullen worden, worden deze oude containers opgeknapt en verplaatst. De nieuwe huurders, je raadt het al: vluchtelingen. Samen met andere studenten dit keer, dat wel.