Frans Pointl was een van de eerste schrijvers die vanuit het niets een televisiefenomeen werd. Het maakte hem bij collega’s weinig geliefd.
Dat waren nog eens andere tijden, vijfentwintig jaar geleden. De idyllische illusie dat schrijvers elkaars beste collega’s zijn, werd nog niet zo unaniem hoog gehouden als nu in het gilde. Zo maakte de kersverse AKO Literatuurprijswinnaar Louis Ferron tegenover interviewer Ischa Meijer van zijn hart geen moordkuil over het in zijn ogen belabberde niveau van enkele andere genomineerden. De schrijver van de bekroonde roman Karelische nachten sprak: ‘Het klinkt waarschijnlijk onhoffelijk jegens de jury van de AKO-prijs, maar ik vond het niet plezierig om op één lijn gesteld te worden met zo’n schrijver als Frans Pointl – ik schrijf toch een geheel ander en beter soort letterkunde – of een mager publiciste als Christine d’Haen.’
Die harde uitspraak leidde weer tot een negatieve uitspraak van Pointl, de letteren bleven kortom knetteren. Nu, met de dood van Frans Pointl (1 augustus 1933 – 1 oktober 2015), zijn beide schrijvers overleden. Achteraf is het makkelijker te zien dat Ferrons polemische uitlating tegen Pointl op meer berustte dan hun diametrale opvatting van de literatuur. Ferron was een klassiek, Teutoons- doorwrocht auteur, die fictie als eredienst aan de verbeelding bezag. Pointl was de semi-autobiografische ironisch-realist, die schetste wat er voorviel in zijn directe omgeving. Niks op tegen, maar een geheel andere stiel, waarin je ook kunt excelleren. Pointls poezenverhalen zijn uit de kunst.
Als gezegd, er lag meer aan die schrijverstwist ten grondslag. Pointl was een van de eerste schrijvers die vanuit het niets een televisiefenomeen werd. Ook dat zal de kinnesinne van de levenslange zwoeger Ferron aangewakkerd hebben. Er wordt terugblikkend vaak beweerd dat het (terecht geprezen) boekenprogramma van Adriaan van Dis zo geweldig was voor de boekenbranche. Hij zou de massa naar het boek hebben gedreven. Maar dat was slechts bij een paar schrijvers het geval, onder wie Pointl. Zijn verhalenbundel De kip die over de soep vloog verscheen in 1989 en gelijk zat hij bij Van Dis, die hem alle ruimte gaf om op en top Frans Pointl te zijn. Het was alsof Peter Sellers als de wat simpele, ‘filosofische’ tuinman in Hal Ashby’s verfilming van Jerzy Kosinski’s roman Being there aan tafel bij Van Dis zat. Pointl klopte dat karakter moeiteloos in vertederende eigenaardigheid.
En ja, het wás fantastische televisie. De volgende dag snelden kijkers naar de boekhandel. Je kunt je voorstellen hoe Ferron, nog onkundig van de bekroning een jaar later, zich zat te verbijten. Das war einmal.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.