Menno Fernandes (29)

Hoogmoed&IJdelheid

‘Ik denk dat ik alles beter weet. Ik weet dat het niet waar is, maar zo voelt het wel. Als ik ergens in geloof, heb ik heel veel overtuiging dat ik slaag. Af en toe is er iets wat ik niet kan, en dat gooi ik dan al gauw overboord. Zo wilde ik als jongetje graag pianospelen, maar ik was gewend dat ik alles wat ik deed meteen kon. Dat werd een worsteling, want om goed piano te kunnen spelen, moet je oefenen.
Ik ben ook scheidsrechter in het amateurvoetbal. Bijna alle scheidsrechters zijn ijdel omdat ze erg met zichzelf bezig zijn. Dat is ook logisch want scheidsrechter zijn is iets heel individualistisch. De meeste scheidsrechters denken na over wat ze aantrekken: als ze op zaterdag moeten fluiten, zijn ze op vrijdagmiddag al bezig met het klaarleggen van hun kostuumpje. Ik vond dat eerst onzin, maar ik ben nu net zo bezig met mijn shirtjes. Ik heb nooit een jasje aan, maar als ik moet fluiten, wil ik wel representatief zijn. Ook zo’n typisch dingetje: in het betaalde voetbal zie je al langer scheidsrechters met een rolkoffertje rondlopen, en dat gebeurt nu ook in het amateurvoetbal. En dan hebben we het over de vijfde klasse! Een rolkoffer gaat een beetje ver, maar ik heb wel een tas met wieltjes. IJdelheid als scheidsrechter helpt op het veld. Op het moment dat ik bij een club aankom, weet iedereen: dat is de scheids. En de spelers weten het ook wanneer je in je mooie tenuetje het veld opkomt. Dit is er eentje die het serieus neemt, denken ze dan, en dan sta je al met 1-0 voor. Het is functionele ijdelheid.’

Hebzucht&Gierigheid

‘Ik ben slim met geld en er zit wel een kleine handelsgeest in me. Mijn ouders hebben dat absoluut niet, maar mijn oma had dat bijvoorbeeld wel. Ik heb een periode gehad dat ik veel op Marktplaats kocht. Dan had ik bijvoorbeeld een designstoel op het oog die ik móést hebben. Zulke stoelen zijn vreselijk duur, maar dan zocht ik net zo lang tot ik precies bij de juiste persoon voor het juiste bedrag zo’n stoel vond. Tegelijkertijd geef ik niet zo veel om geld en leen ik het makkelijk uit. Ik heb fases dat ik heel hebberig kan zijn: zo wilde ik vroeger altijd de nieuwste telefoon hebben en voelde ik me in een elektronicazaak als een jongetje in een snoepwinkel. Maar nu interesseert het me niet meer en heb ik een oude Nokia – ik ben ouder en heb mijn interesses verlegd. Smartphones zijn nu mijn dagelijkse ergernis: ik word er helemaal gestoord van dat wanneer ik met iemand praat, iedereen op zijn telefoon zit te kijken.’

Jaloezie&Afgunst

‘Ik haat jaloezie, zeker op het relationele vlak. Mijn vriendin was in het begin wel eens jaloers en daar heb ik meteen korte metten mee gemaakt door duidelijk te maken dat er geen reden tot jaloezie was: ik ben niet iemand die vreemdgaat. Mijn jeugdboek Zwarte zwaan werd in 2013 voor alle belangrijke prijzen genomineerd en ik won ze allemaal net niet. Het is niet zo dat ik het een ander niet gun, maar ik vind mijn eigen boek wel het beste. Mensen vinden dat arrogant, maar ik vind het logisch: natuurlijk vind je je eigen boek het beste! Als ik een ander boek beter vind, dan had ik toch wel een poging gedaan om dat boek te schrijven? Alleen het hoogste is voor mij goed genoeg, zeker op het gebied van schrijven. Dus vond ik ook dat mijn boek moest winnen, al denk ik tegelijkertijd niet dat ik recht heb op een prijs.’

Gulzigheid&Onmatigheid

‘Jaren geleden kreeg ik van iemand een heel mooi espressokopje. Dat was zo’n mooi kopje dat ik dacht: daar wil ik er meer van. Dat liep zo uit de hand dat ik een paar jaar later honderd van die kopjes had. Maar er is ook altijd een grens: ik heb ze allemaal het huis uit gedaan en ben er nu klaar mee.’

Lust&Wellust

‘Misschien komt het ook door mijn opvoeding – van kinds af aan weet ik dat mijn ouders altijd bij elkaar zullen blijven – maar als je een relatie met iemand hebt, dan is dat niet iets vrijblijvends. Dat wordt in onze familie heel serieus genomen. Ik neem het zelf ook heel serieus en ik ben erg gelukkig met mijn vriendin. Ik kom heus wel eens iemand tegen die ik aantrekkelijk vind, maar dan komt het niet in m’n hoofd op om te flirten, laat staan vreemd te gaan. Want zo bén ik gewoon niet.’

Luiheid&Gemakzucht

‘Ik ben een enorme perfectionist, in alles. Dat is echt afschuwelijk. Het zit me in de weg, maar ik ben er ook een beetje trots op; dat is heel eigen aan perfectionisten. Als mijn boek uitkomt, zit ik overal bovenop: het lettertype, de bladspiegel, de kleur van het omslag – álles. Ik ben me er bewust van dat de uitgeverij helemaal gek van me wordt, dus elke keer put ik mezelf uit in excuses. Maar als ik er een keer niet bovenop zit, gaat het wel vaak fout.’

Woede&Wraak

‘Ik zit vol woede en kan me boos maken om alles. Maar ik loop niet de hele dag schreeuwend door het huis, helemaal niet. Als ik ruzie maak, doe ik dat op rustige toon en weloverwogen, net zo lang totdat de ander gaat schreeuwen. Daar kan ik ze dan op pakken: “Hé, doe eens rustig.” Heel vals, heel gemeen.
Op het gebied van kunst kan ik me kapot ergeren dat iets wordt opgehemeld terwijl het slecht is. Zien jullie dan niet hoe kut dit is, denk ik dan. Of ik krijg een goede recensie, en een week later prijst de recensent een ander boek dat ik toevallig ken en slecht vind de hemel in. Wat is mijn recensie dan nog waard?
Op het voetbalveld komt veel woede voor. Ik merk dat het helpt om me menselijk op te stellen op het veld. Elke wedstrijd zijn er minimaal tien overtredingen die ik gewoon niet zie. Als je dan naar iemand toegaat en zegt: “Joh, ik heb het niet gezien, maar ik zal erop letten,” dan helpt dat enorm. Ik ben nu veel zekerder in het veld. Eerst was ik een voetballer die toevallig scheidsrechter is geworden, en nu ben ik een scheidsrechter die vroeger toevallig voetballer was.’