Het ongemak is dit: de meesten van ons zijn Charlie niet en nooit geweest.

Ook de redactie van Vrij Nederland gaf vandaag om 11 uur gehoor aan de oproep om een minuut stilte in acht te nemen. We maakten daar een ‘selfie’ van en verspreidden die via de geëigende kanalen. Het leek een even vanzelfsprekende als kleine bijdrage aan de soldariteitsbetuigingen aan het adres van Charlie Hebdo. Wij hadden natuurlijk ook, zoals iedereen, even snel a-viertjes met in grote letters ‘Je suis Charlie’ op een zwart vlak moeten laten printen om hoog te houden, maar daar kwam het om de een of andere reden niet van.

Na de eerste emoties is het nu hoog tijd voor de ongemakkelijke vragen. Sheila Sitalsing, een van mijn favoriete columnisten bij de Volkskrant, twitterde er een aan ons adres naar aanleiding van die selfie: ‘Why??? Kijk mij eens meeleven, kijk mij eens betrokken zijn. Allemaal zelfvertedering.’ Dat doet pijn, maar betekent dus ook dat zij een blootliggende zenuw raakt.

Of zoals een medewerker van Vrij Nederland zei: ‘Hoezo zijn wij opeens Charlie? Het punt is nu juist dat wij dat niet zijn, nooit geweest ook. Daar ben ik veel te bang voor.’

Dat is het ongemak. Sommigen noemen Parijs 7 januari nu een kantelpunt, maar hoeveel hebben we er al niet achter de rug? En hoe onmachtig zijn wij al die tijd niet gebleven? Zouden wij nu werkelijk de daad bij het woord willen voegen door niet alleen te roepen dat we Charlie zijn, maar ons ook als Charlie te gaan gedragen?

De redactie van Charlie Hebdo heeft zich nooit bang laten maken, ook niet na de aanslag op de redactieburelen in 2011. Het is daarin uniek, in Europa althans, want ik ga (ander ongemakje) even voorbij aan degenen die op zoveel andere plaatsen in de wereld al zo lang met gevaar voor eigen leven met humor de politieke, religieuze en economische machten uit blijven dagen.

Laffe linkse multiculti’s
De redactie van het Deense Jyllands Posten is een ander verhaal. Zij plaatste in 2005 twaalf cartoons van de tekenaars die in waren gegaan op het verzoek om ‘Mohammed te tekenen zoals u hem ziet’ , juist omdat dat voor veel moslims een taboe is. Dat kun je een eenmalige provocatie noemen. Het liep behoorlijk uit de hand met deels georkestreerde, wereldwijde bloedige rellen en boycotacties.

Het ergste – een doodzonde volgens de redactie van Charlie Hebdo – was misschien nog wel dat de meeste tekeningen helemaal niet leuk waren. Met uitzondering misschien van de prent waarop geblakerde zelfmoordterroristen zich bij de hemelpoort aandienen, waar ze van een islamitische variant op Petrus te horen krijgen dat de maagden op zijn. De rest was flauw. Sommige tekenaren staken juist de draak met het initiatief. En op een tekening zien wij een cartoonist angstig over zijn tekenbord gebogen waar we de contouren van een baard en een tulband zien.

Ook toen – ik was destijds hoofdredacteur van Trouw – drong het ongemak zich snel op. Hoe solidair moeten wij zijn? Zijn wij ook Jyllands Posten? Ik heb daar gisteren in het NOS-Journaal iets over proberen te zeggen en nam daarbij het woord ‘zelfcensuur’ in de mond. Dat was natuurlijk een rode lap voor enkele verbeten twitteraars, die de oorlog hebben verklaard aan iedereen die in hun ogen niet genoeg tegen de (moet de term ‘radicale’ er nog voor, dames en heren?) islam is. De laffe linkse multiculti’s van Vrij Nederland plegen zelfcensuur!

Ik herinner me na 11 september de paniek over de poederbrieven. Het was angstzaaierij, maar je kon het je niet veroorloven er niet bang voor te zijn

Het ongemak is dit: de meesten van ons zijn Charlie niet en nooit geweest. Om te beginnen zijn wij geen kwetsbare cartoonisten, die op hun kamertje tegen een bescheiden honorarium (bij Jyllands Posten kregen ze destijds 100 euro aangeboden) de vinger op de zere plek proberen te leggen. Hun beelden kunnen wereldwijd zoveel meer impact hebben dan al die letters en tegelijkertijd ook zo misverstaan worden – leg maar eens een cartoon uit aan iemand die over een geheel ander gevoel voor humor beschikt.

En (laat ik nu voor mezelf spreken) ik ben ook veel banger dan mijn collega’s in Parijs – altijd geweest. Ik herinner me na 11 september de paniek over de poederbrieven. Het was angstzaaierij, maar je kon het je niet veroorloven er niet bang voor te zijn. Je wilt niet zien hoe collega’s afgezonderd worden, onder de douche moeten, witte overalls dragen totdat het poeder is getest en het alarm kan worden opgeheven. Ik wil niet met de AIVD en de burgemeester bellen om aan te dringen op beveiliging van columnisten en hun gezinnen. Maar het moest toen wel. En dat is natuurlijk ook wat terrorisme beoogt.

Er zijn natuurlijk ook redenen om geen Charlie te willen zijn, maar dan komen we op het ongemak dat de vrijheid van meningsuiting – het mag, maar moet het ook? – met zich meebrengt en daar hebben we al genoeg meningen over.

Als je dan geen Charlie bent, moet je al dit ongemak tenminste onder ogen willen zien. En ik neem het straks met me mee naar Maison Descartes. Ik zal er geen zelfvertederende selfie maken. Beloofd.