Er zit geen spoortje verveling of spot in het aanbod van de tiener: ‘Wil jij ook even duwen?’ vraagt hij aan zijn jongere broertje. Ze lopen op een woensdagmiddag langs een maisveld achter de rolstoel van oma, in een lange stoet rolstoelen en wandelaars. Dit is de Wandelen op Wielen-driedaagse van Beltrum. Verderop wachten plakken cake en muzikanten. Een meisje met een te grote politiepet op deelt pepermuntjes uit.

De driedaagse is een van de initiatieven waarmee Beltrum vorig jaar een goede tweede werd in de landelijke Dorpsvernieuwingsprijs. Met nieuwe samenwerkingen wil het dorp zijn drieduizend inwoners beter met elkaar verbinden. Voor de stedelingen onder ons: drieduizend inwoners betekent niet dat iedereen elkaar al kent.

Het is ook niet uitzonderlijk dat de vernieuwingsprijs juist hier viel, in een dorp dat zich voorbereidt op een krimpende bevolking. Daar waar jongeren en bedrijven wegtrekken, zoals hier in de Achterhoek en andere gebieden langs de randen van Nederland, gebeurt iets interessants: er ontstaat een mooie voedingsbodem voor organisatie-experimenten. Opgezadeld met onverkoopbare grond, tekortschietend vastgoed en een dringende behoefte aan voorzieningen starten achterblijvers in krimpregio’s verrassende nieuwe samenwerkingen. De Randstad kan er nog wat van leren.

Jeugdhuske aan het verzorgingstehuis

Het buurthuis van Beltrum verhuisde in 2015 naar het Kulturhus op het dorpsplein, bewust een kleiner gebouw dan voorheen. Het lijkt vreemd: waarom zou je uitgerekend op het platteland beknibbelen op ruimte? Antwoord is: om extra aangewezen te zijn op de buren en zo voorzieningen te delen. Die tactiek wordt gek genoeg juist in krimpregio’s vaak toegepast.

zelforganisatie

Het Kulturhus in Beltrum is een soort loket voor de andere pleinbewoners. Alle hagen en hekken op het plein zijn weggehaald. Vanaf het schoolplein achter het Kulturhus hoor je de gilletjes van ballende blonde meisjes met paardenstaarten. In het verzorgingstehuis aan de overkant schuiven bewoners net aan voor een warme lunch. Voor de kerk – nog elke zondag goed gevuld – komt de enige actie op dit middaguur van dansende koolwitjes boven keurig bijgehouden lavendelperkjes.

Alle drie de pleinbewoners – school, verzorgingstehuis en kerk – zitten in het bestuur van het Kulturhus en organiseren samen activiteiten zoals de Wandelen op Wielen-driedaagse. De kerk haalde een paar statige houten banken weg om plaats te maken voor vergaderingen. Een lokaal van het verzorgingstehuis is omgedoopt tot ‘jeugdhuske’.

Met de nieuwe indeling van het plein werd Beltrum op 10 mei 2015 met een brunch voor iedereen officieel heropend. Een aandenken ligt nog altijd te schitteren op een tegeltje tussen de overdekte bankjes van ontmoetingsplek ‘de Hooiberg’, waar in sierlijke letter staat geschreven ‘Veur Mekare’.

Niks te koop

Het Kulturhus hanteert ook een andere, iets discutabelere leus: ‘van wieg tot graf’. Daarmee wil Beltrum álle leeftijden erbij houden. Dus ook de twintigers die naar de stad trekken en niet terugkomen voor ze op hun veertigste goed en wel een gezinsleven hebben. En die uitstroom van jongvolwassenen is er niet alleen omdat zij weg willen uit het afgelegen dorp – ruim tweeënhalf uur reizen met het openbaar vervoer vanaf Utrecht.

‘Nee, hoor,’ zegt Gerard Hartjes vanuit zijn keuken, waar de radio constant het hoogste woord voert. Hij is al dertig jaar bewoner van Beltrum. ‘Er zijn genoeg jongeren die hier graag willen blijven wonen.’ Ze hechten volgens Hartjes aan het verenigingsleven en het Achterhoeks ‘naoberschap’: ‘Iedereen heeft wat voor een ander over en iedereen leert van elkander.’

Hoe je een activiteit opzet, bijvoorbeeld. Want wie wil dat hier iets gebeurt, moet het zelf organiseren, weten zelfs de kinderen. Er is het kampioenschap touwtrekken van de touwtrekvereniging, en het bloemencorso waarvoor tientallen Beltrumnaren maandenlang sleutelen aan elf wagens. Een van de nieuwste initiatieven is een heus popfestival net buiten het dorp. Hartjes: ‘Een aantal knapen en meiden wilden ook wel eens een feestje bouwen. Dat is langzaam uitgegroeid tot Pigpop.’

zelforganisatie

Toch is er voor jongeren een probleem. De gemeente omschrijft het hoog op haar takenlijst als: ‘de vitale woningvoorraad behouden’. Hartjes heeft een simpele samenvatting: ‘Er staat niks te koop!’. Zijn 38-jarige zoon ging vier jaar geleden pas uit huis. Daarvoor zat hij net als tientallen andere jongeren in Beltrum bij paps en mams op de bank te wachten tot er iets vrijkwam.

Er is meer dan genoeg plek voor nieuwe woningen in Beltrum, maar de provincie hanteert een quotum. In 2030 gaat volgens de voorspellingen het inwoneraantal in de Achterhoek achteruit. Deze zogeheten anticipeerregio – de fase voorafgaand aan krimp – moet voorkomen dat er wordt ‘gebouwd voor leegstand’. Beltrum zelf wil liever voorkomen dat de jeugd helemaal wegtrekt. ‘Niets doen is geen optie,’ hoor je de lokale politici vaak zeggen.

Koeien in het park

Krimpregio’s elders in Nederland staan voor andere uitdagingen. In Heerlen vormt juist te veel lege ruimte een probleem: hoe vul je die op in een krimpstad? Boer Peter Erkens weet wel wat. Hij staat aan een hek en fluit naar zijn koeien twintig meter verderop. Eén voor één tillen ze hun kop op en komen in volle vaart op hem af gehobbeld. Erkens straalt. ‘Zie je?’ Zijn koeien herkennen hem overal. Zelfs hier, midden in Heerlen. Ze grazen hier niet hun eigen vertrouwde weiland kort, maar het gras van een park waar bewoners de hond uitlaten.

De stedelingen spreken tegen Erkens wel eens hun verbazing uit: wat zijn koeien eigenlijk groot! Geweldig, vindt Erkens, dat mensen weer ontdekken waar hun eten vandaan komt. Van de melk van deze koeien gaat hij stadse boer-Peter-kaas maken.

Maar dat is niet de enige functie die zijn dieren in de stad vervullen. Ze staan hier vooral omdat er niets anders staat. Het overkomt de gemeente Heerlen steeds vaker, vertelt wethouder Peter van Zutphen afgelopen herfst. ‘Vroeger liet je vrijgekomen grond taxeren en maakte je een prachtig plan met gedetailleerde plaatjes van waar een school of waar winkels kwamen. Maar als niemand het vervolgens wil kopen, blijf je met die plannen soms tien jaar zitten.’

zelforganisatie

Ongure vlaktes vol onkruid

Dat is niet alleen een probleem vanwege misgelopen inkomsten. Ook de sociale effecten zijn ongunstig. Er ontstaan vaak lege percelen omdat een school of sportvereniging is opgedoekt. Dat is om te beginnen al niet leuk voor bewoners. Vanuit de sociale achterstandswijk MSP kwamen boze buren zelfs met een vrachtwagen naar het gemeentehuis om te protesteren tegen de sluiting van hun voetbalvereniging. Ze kregen er mooie beloftes voor terug. De gemeente maakte met toegewezen geldstromen uit Den Haag een ‘masterplan’ voor ‘Vogelaarwijk’ MSP, inclusief een nieuw winkelcentrum. Toen dat geld uit Den Haag werd teruggetrokken, kwam er van het winkelcentrum niets terecht. Ondertussen was de buurtsuper al wel gesloten. De lege ruimtes dreigden inmiddels te verloederen tot ongure vlaktes vol onkruid en ruimte voor criminaliteit.

Heerlen heeft ervan geleerd. Op het gesloten voetbalveld in MSP staat nu een moestuin te bloeien. Die is lang niet bij alle buurtbewoners in trek en blijkt moeilijk rendabel te krijgen, maar het zorgt in elk geval voor opgeruimdheid en kleur in de openbare ruimte. Hetzelfde gebeurt op tientallen plekken in Heerlen. Onder de vlag ‘Gebrookerbos’, vernoemd naar een van de parken in Heerlen, treedt de gemeente voor vrijgekomen grond en bewoners op als bemiddelaar – ‘broker’ in het Engels, vandaar ook de naam.

Een van de succesvolste projecten kwam voort uit een ideeënmiddag waar bewoners met briefjes en stemrondes een gezamenlijk plan smeedden. Ze bedachten een ‘gedenkbos’, waar mensen een eigen boompje kunnen planten voor een dierbare. Inmiddels kregen al zoveel pasgeboren baby’s en overleden oma’s gedenkboompjes dat het zogenaamde Levensloopbos flink werd uitgebreid. In een andere wijk, met veel sociale huurwoningen, plantte een man bijna geheel eigenhandig een grotendeels eetbare permacultuurtuin op een vroegere illegale afvalstort.

De nieuwe focus op bewoners in plaats van bedrijven vereist wel wat veranderingen in de structuur en cultuur van de gemeente zelf. De getaxeerde waarde voor grond heeft Heerlen moeten laten varen en ambtenaren hebben geleerd minder in hokjes te denken. De hokjes van boerderij versus stad bijvoorbeeld. Of die van bewoners versus ondernemers. Aan de hokjes in een masterplan zoals dat voor Vogelaarwijk MSP begint wethouder Van Zutphen sowieso niet snel meer, zegt hij. ‘Het is een kwestie van creatief zijn en meedenken met initiatieven.’

zelforganisatie

Schotten weg uit de zorg

Een nog vernieuwender manier van organiseren voor de buurt is te vinden in Noordoost-Groningen. Zorginstellingen trokken zich er de afgelopen jaren terug uit vergrijzende dorpen. Om weggevallen voorzieningen op te vangen, luisterde de gemeente te weinig naar ideeën van bewoners, dus besloten ze hun plannen zelf uit te voeren. En wel als coöperatie Klooster & Buren, in het dorp Kloosterburen. Het gebeurde onder leiding van Anne Hilderink, die er eind juni een koninklijk lintje voor kreeg.

Voor de coöperatie Klooster & Buren werken inmiddels tientallen mensen, in dienstverband of als zzp’er. Zij zorgen voor de ouderen die er wonen, de kleine kinderen die er opvang krijgen of de mensen die langskomen voor dagbesteding. Ze komen allemaal samen rond de oudste Kloostertuin van Groningen. Ook hier zijn ‘verbinden’ en ‘niet in hokjes denken’ sleutelbegrippen. ‘Schotten uit de zorg weghalen’, noemt Hilderink het. Ze geeft een rondleiding over het terrein waar mensen elkaar voortdurend begroeten. De verschillende ‘zorgbehoevenden’ lopen niet alleen door dezelfde tuin en eten uit dezelfde keuken, ze zijn in Klooster & Buren ook een stuk meer dan alleen zorgbehoevend. Ze zorgen zelf weer voor de kinderboerderij, de moestuin of het gemeentelijk groen in buurt. Verzamelde eieren, melk en groenten gaan naar de keuken, waar mensen uit de dagbesteding ook weer meekoken.

Coöperatie met zzp’ers

Dorpsbewoners komen inmiddels met plezier naar de vroeger nog overwoekerde Kloostertuin, voor een wandeling of een bezoekje aan de kinderboerderij. Hilderink: ‘Toen we startten als coöperatie keken sommige omwonenden eerst nog argwanend, maar ze waren om toen de oude Kloostertuin eenmaal was opgeknapt en toegankelijk werd voor rolstoelen.’

De coöperatie-vorm werkt volgens Hilderink goed omdat ouderen zelf kunnen meebeslissen en betrokken zzp’ers uit de buurt meehelpen: ‘Dat geeft ruimte voor innovatie.’ Zo loste de man van de technische dienst – ook een zzp’er – een probleem op dat de zorgorganisaties tot dan toe hadden laten liggen: de lift in het verzorgingstehuis bleek in noodsituaties helemaal niet beschikbaar te zijn.

Net als op het dorpsplein in Beltrum hebben de verschillende organisaties in Kloosterburen elkaar opnieuw gevonden. Tot voor kort stonden veel gebouwen rond de Kloostertuin nog te verslonzen. Het verouderde zorgcentrum nam coöperatie Klooster & Buren over van een traditionele organisatie die er geen brood meer in zag. In eerste instantie durfden slechts acht ouderen het aan om er te blijven wonen. Inmiddels zijn er 45 bewoners en is het gebouw binnenkort weer rendabel, onder meer dankzij geplande zonnepanelen op het dak.

zelforganisatie

De Nicolaaskerk, die sinds 2008 leegstaat en ook is ook overgenomen door Klooster & Buren, is al volop in verbouwing. Er komt een vloerverwarming, opgestookt met de gemeentelijke houtkap verderop. Een ondernemer uit de buurt spuit met een zelf ontworpen machine vloeibaar isolerend leem op de muren. Straks kost het nog maar een fractie van de energie om de kerk behaaglijk te maken voor workshops, vertelt Hilderink enthousiast.

Wie komen er in godsnaam voor een workshop naar Kloosterburen dan? Reistijd per openbaar vervoer vanaf Utrecht: 4 uur. ‘Nou, andere gemeenten, die benieuwd zijn hoe we het doen,’ zegt Hilderink. Er kwam zelfs een delegatie uit Japan, een land dat ook kampt met vergrijzing en verstedelijking.

Inmiddels blijkt uit demografische cijfers ook het effect van Hilderinks aanpak. Het dorp krimpt officieel niet meer en een jarenlang te koop staand huis met uitzicht op de Kloostertuin is inmiddels boven de vraagprijs verkocht.

Gemixt wonen

Terug naar Beltrum in de Achterhoek. Hoe lossen ze daar het probleem op van te weinig woningen voor jongeren? In 2016 werd in het Kulturhus een bijeenkomst georganiseerd voor jongeren over woningen. Dat is paradoxaal genoeg uitgemond in een woningbouwproject – Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) – van ouderen. Zij betrekken gezamenlijk de locatie van een leeg gebouw van een school die in 2008 fuseerde. Hun huidige grote huizen komen dan vrij voor jongeren, wellicht gemoderniseerd met financiële hulp van de gemeente.

Beltrum regelde de bouwtoestemming van de gemeente, door jong en oud met elkaar in gesprek te laten gaan. In een Powerpoint-presentatie werd het ‘Frank Orriens-Effect’ geschetst. Deze lokale BN’er uit het Beltrums voetbalteam vertrok uit het dorp omdat hij een spic-en-span-huis een paar dorpen verderop verkoos boven een Beltrums duurder, maar ‘bruin’ huis – denk aan bruine tegels en vloerbedekking. Het probleem mocht duidelijk zijn: woonbehoeftes van jong en oud kunnen elkaar nog wel eens bijten.

Gerard Hartjes, wiens zoon op zijn 34ste uit huis ging, zit in de kopgroep senioren van het CPO-project. Vertrekken uit hun huis met verschillende verdiepingen leek sommige ouderen al langer een goed idee. ‘Je loopt toch steeds meer risico op ongelukken,’ zegt Hartjes. Zelf heeft hij op zijn 65ste nog geen haast. Maar de gesprekken met jongeren hebben veel senioren wel een extra duwtje in de rug gegeven, denkt hij: ‘Toen viel wel het kwartje.’ Ouderen willen geen woningen bezet houden voor jongeren die anders het dorp verlaten.

Maar helemaal gemixt hoeft de bevolking ook weer niet te worden. Tijdens de tweede bijeenkomst van de kopgroep vraagt een man bezorgd naar de regels over wie er mogen komen wonen in de nieuwe huizen. ‘Straks komen er nog jóngeren,’ zegt hij. De CPO-begeleider stelt hem gerust: ‘Jullie hebben de regels zelf in de hand,’ zegt ze. ‘En dat reguleert zichzelf wel. Misschien willen jongeren ook niet tussen senioren wonen.’

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzonder Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.