Olivia Laing reisde door Amerika in het spoor van zes alcoholistische schrijvers. Dankzij de drank krijgen we over ieder van hen de sappigste verhalen te lezen.

Af en toe heb je er eentje in handen, een boek dat je smakkend en vinger-aflikkend verslindt, ook al is het verre van perfect.

De vraag die auteur Olivia Laing probeert te beantwoorden in Het uitstapje naar Echo Spring – waarom schrijvers drinken – is misschien helemaal niet zo relevant. Nee, wat dit boek zo smakelijk maakt, zo ontzettend moeilijk weg te leggen, zijn de zes beroemde auteurs en hun in alcohol gedrenkte aftakeling. Dat werpt onverhoeds een heel andere, misschien wel interessantere vraag op: waarom genieten wij zo ongelofelijk van kunstenaars die wij ten onder zien gaan, borrel na borrel, aan leverschade, agressie, geheugenverlies, depressie en in sommige gevallen zelfs zelfmoord?

Het uitstapje naar Echo Spring heeft de opzet van een reisverslag à la Travels with Charley van John Steinbeck: een dagboek doorspekt met observaties, analyses en overpeinzingen. Olivia Laing (Engeland, 1977), journalist en voormalig literair redacteur van The Observer, reisde per trein door Amerika in het spoor van een zestal alcoholistische, inmiddels overleden auteurs: F. Scott Fitzgerald, Ernest He­ming­way, Tennessee Williams, John Berry­man, John Cheever en Raymond Carver. Ze bezocht de plaatsen waar de mannen hebben gewoond, gedronken of zijn gestorven. Op die manier heeft ze een reeks schitterende anekdotes – of eigenlijk stukjes biografie – doeltreffend en ongelofelijk beeldend aan elkaar weten te rijgen.

Cheever stapt uit de nog rijdende auto en rent als een dorstige hond naar binnen

Geen sokken
Neem alleen al de eerste anekdote, waarin John Cheever op een winterochtend in 1973 aanklopt bij Raymond Carver om hem te vragen of hij misschien nog wat whisky heeft. Carver heeft zelf ook geen druppel meer in huis, dus scheuren de twee in een Ford Falcon cabriolet naar de dichtstbijzijnde slijterij waar juist op dat moment de eigenaar de voordeur van het slot haalt. Cheever stapt uit de nog rijdende auto en rent als een dorstige hond naar binnen. Ondanks de kou draagt hij in zijn instapschoenen geen sokken. Op de terugweg drinken ze whisky rechtstreeks uit de fles en een paar uur later staan ze allebei dronken les te geven op de universiteit van Iowa.

Laings formule werkt. Grotendeels. Het lijstje met schrijvers is er een om van te watertanden. En dankzij het onderwerp, drank en alcoholisme, krijgen we over ieder van die literaire zwaargewichten de sappigste verhalen te lezen. Escapades, aftakeling, leugens, zelfbedrog, mishandeling, verraad, overspel, gefeest, restaurants, Rome, Parijs, ziekenhuis- en kliniekopnames, dood en verderf; al die tragische, heerlijke gebeurtenissen cirkelen als satellieten om hun drankgebruik heen. Laten we wel wezen, welk ander onderwerp had die zelfdestructieve bohemiens op een even smakelijke manier samen in beeld kunnen brengen? De liefde? De dood? De oorlog? Zeker, allemaal mooie premissen, maar met alcohol heb je toch wel de jackpot te pakken. Berryman bovenop de Washington Avenue Bridge, zijn onvoltooide Recovery thuis op de schrijftafel; Hemingways onverwachte rendez-vous met zijn vader, wiens daaropvolgende zelfmoord de schrijver de rest van zijn leven als een voorspellende schaduw zal blijven volgen; Williams onder de levervlekken, dood op de vloer van zijn suite in het Elysée Hotel te New York. Het is allemaal even prachtig als schrijnend.

Dichter John Berryman. Zijn vader pleegde zelfmoord, net als hijzelf later ook. Foto: Getty Images
Dichter John Berryman. Zijn vader pleegde zelfmoord, net als hijzelf later ook. Foto: Getty Images

Aandoenlijker
Dat Laing juist deze schrijvers heeft uitgekozen en niet de meer voor de hand liggende alcoholisten als Charles Bukowski, Hunter S. Thompson of Malcolm Lowry maakt het boek des te interessanter. Over het alcoholisme van die kerels is tenslotte al veelvuldig geschreven en ook zijzelf verhieven hun eigen drankgebruik al veelvuldig tot thema, waardoor zij (althans op het eerste oog) minder geschikt zouden zijn geweest voor Laings zoektocht. De zes auteurs in Echo Spring koketteerden niet met hun alcoholisme (al schepte Heming­way uiteraard wel veelvuldig op over de hoeveelheden die hij kon drinken) en ontkenden systematisch, in sommige gevallen tot aan hun dood, dat zij überhaupt alcoholisten waren. Daardoor zijn ze complexer en aandoenlijker. Wij zien hen niet als dronkelappen, nee, wij zien hen voornamelijk als grote schrijvers. Hierdoor ontstaat het vermoeden, of misschien de hoop, dat als we erachter kunnen komen wat hén tot alcoholisme dreef, we zullen weten wat álle alcoholistische schrijvers tot drinken dreef. Laing: ‘Er zijn veel boeken en artikelen waarin niets liever wordt gedaan dan precies beschrijven hoe buitensporig en schandalig alcoholische schrijvers zich kunnen gedragen. Dat was niet mijn bedoeling.’ Kortom, met het schrijven haar boek heeft zij nadrukkelijk meer willen doen dan alleen boeiend verhalen over drankgebruik: ‘Ik wilde ontdekken hoe deze mannen hun verslaving hebben ervaren en hoe ze erover dachten.’

En het moet gezegd: al is er voor de lezer meer dan genoeg te genieten van buitensporigheid en schandalen, door Laings gewroet in diepere lagen is haar boek veel meer dan slechts een verzameling sensatieverhalen. Tijdens haar reis overdenkt ze de jeugd van de schrijvers, speurt ze naar hun angsten en nachtmerries, zoekt ze naar aanwijzingen in hun werk en in het werk van anderen over hen. Ze citeert uit dagboeken, brieven en interviews, maar ook uit de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) en andere wetenschappelijke boeken over alcoholisme. Het boek bevat veel mooie, geloofwaardige beschouwingen. Neem deze over Cheever, die zich bij een sociale klasse had gevoegd waartoe hij niet werkelijk behoorde: ‘Schrijvers moeten, ook als ze goed met mensen overweg kunnen en stevig in het zadel zitten, in zekere zin buitenstaander zijn, alleen al omdat het hun taak is om een kritische getuige te zijn. Toch lijkt bij Cheever het gevoel dat hij de kluit bedonderde ongewoon diep te hebben gezeten.’

Dronken en flirtend over Broadway wandelen met Williams

Poes met frambozen
Laings mijmeringen zijn, waar het de levens van de zes auteurs betreft, absoluut sterk. Helaas is dat niet het enige waarover ze mijmert. Ze is namelijk ook zélf op reis. En dat zullen we weten ook: ‘Ik lag het grootste deel van die eerste nacht in het Elysée wakker en toen ik even insliep, droomde ik van een poes met frambozen in haar vacht.’ Of: ‘De rode kardinaal was de eerste helemaal Amerikaanse vogel van mijn reis en hij stemde me vrolijk. Wat er ook gebeurt, het gebeurt hier op aarde, te midden van al wat leeft.’ Of: ‘Ik luisterde naar Patti Smith die “Break It Up” zong; de vorige keer dat ik dit nummer had gehoord, stond ik nog bij het vakantiehuisje van een vriendin in New Hampshire in de sneeuw op bierflesjes te schieten.’

En zo volgen er nog veel meer. Aan de lopende band dist ze de lezer voorbijglijdende landschappen en dialogen tussen medepassagiers op. In zekere zin hoort die aanpak natuurlijk ook wel bij een reisverslag; reizen, indrukken opdoen, lekker mijmeren en daar dan over schrijven. (Denk weer aan Travels with Charley.) Maar Echo Spring gaat zo duidelijk over de zes schrijvers en hun zelfdestructie dat het zevende personage – Laing zelf – slechts in de weg staat. Haar enigszins hinderlijke aanwezigheid is goed te begrijpen wanneer je weet wat haar tot het reizen en schrijven heeft bewogen. ‘Wat betreft de oorsprong van mijn belangstelling kan ik maar beter meteen vertellen dat ik ben opgegroeid in een alcoholisch gezin,’ zo schrijft ze voorin haar boek. Niettemin begon ik gaandeweg over complete passages heen te vliegen en zodra ik dan de naam van een van de zes schrijvers zag staan, dook ik weer hongerig naar beneden. En kom op, dat haar verhaal moet concurreren met dat van Fitzgerald & Co. had haar aan het denken moeten zetten.

Waarom schrijvers drinken? 'Omdat schrijven', aldus Tennessee Williams, 'een hoop spanningen met zich meebrengt'. Foto: Fred W. McDarrah/Getty Images
Waarom schrijvers drinken? ‘Omdat schrijven’, aldus Tennessee Williams, ‘een hoop spanningen met zich meebrengt’. Foto: Fred W. McDarrah/Getty Images

Zelfhaat en stress
Waarom schrijvers drinken. Laing levert ons geen antwoord, maar het is dan ook een onmogelijke vraag. Een studie naar slechts zes auteurs is niet bepaald een representatief ­onderzoek te noemen, en daarnaast: zijn schrijvers om andere redenen alcoholist dan niet-schrijvers? Want wat leren we over de oorzaken van het alcoholisme van deze zes schrijvers? Onder andere: trauma (de vaders van Berryman en Hemingway pleegden, net als later zijzelf, zelfmoord), neurotische angst en weltschmerz (de verlegen Williams met zijn slapeloosheid en beangstigende ‘gang van de gedachte’), weggestopte seksualiteit en identiteitsverwarring (Cheever), zelfhaat en stress (Carver die alles wat hij wilde bereiken zag mislukken en zijn kinderen niet aankon; Fitzgerald die al zijn boeken na The Great Gatsby zag floppen en zijn vrouw in het gesticht zag verdwijnen). Kortom: the usual. Tel daarbij op de tijdgeest (alcoholisme werd nog niet echt als een ziekte gezien), het vertoeven in kringen waarin nogal wat af werd gefeest, genetische aanleg en voilà: we kunnen het allemaal enigszins begrijpen. Ik zie echter niet in waarom die factoren niet evengoed op het alcoholisme van een accountant of stukadoor van toepassing zouden kunnen zijn.

Goed, misschien is het flauw om hierop te in te zoomen. Laing weet zelf ook heus wel dat schrijvers, wat betreft de oorzaken van hun ziekte, waarschijnlijk niet veel anders dan anderen zijn. Niet voor niets citeert ze auteur Jay McInerney (over Cheever): ‘Er zijn duizenden alcoholisten geweest die seksueel met zichzelf overhoop lagen, maar er was er maar één die The Housebreaker of Shady Hill en The Sor­rows of Gin heeft geschreven.’ En eerlijk is eerlijk, een stukadoor kan zijn eigen tragische leven nu eenmaal heel wat minder sprankelend en meticuleus onder woorden brengen dan deze veelvuldig gelauwerde schrijvers. Al zijn het dan misschien geen extreem afwijkende alcoholisten, dan toch zeker wel de interessantste.

Verneukeratieve romantiek
Oké, genoeg gezeurd. Nogmaals, wat dit boek zo heerlijk maakt, zijn de verhalen over de schrijvers en, toegegeven, Laings bij vlagen ijzersterke beschouwingen op hun levens en haar vakkundige reflecties op jeugd, carrière, relaties en literair werk. Als schaakstukken schuift ze de zes spelers over haar speelbord. Het wisselen van perspectief gebeurt soepel en is elke keer effectief. Je voelt dat de auteurs haar dusdanig dierbaar zijn dat ze voor haar tot leven komen, en daardoor doen ze dat ook voor ons.

En hoe. Ik zag ze voor me. Ik wilde ze aanraken. Ik wilde met ze méédrinken. Dronken dineren met Hemingway en hem dan vermanend aankijken: ‘Kerel, jij drinkt echt te veel, dat weet je, hè?’ Waarna hij woest zijn mouwen opstroopt en in een bokshouding voor me gaat staan. Of achterin die cabrio zitten bij Cheever en Carver. Of dronken en flirtend over Broadway wandelen met Williams.

Zo ontstaat giftige verering, zo ontstaat de verneukeratieve romantiek

De eeuwige aantrekkingskracht, de romantiek van drank en de kunstenaars die eraan onderdoor gaan. Waarom is dat toch? Als ik namens mezelf spreek: het heeft iets te maken met fatalisme en toewijding. Die mannen, die gingen er écht voor. Kinderen en vrouwen? Op de tweede plaats en verder geen gezeik. Elke dag keihard werken, elke dag keihard de essentie van het leven met de logge toetsen van een Remington op de pagina’s rammen. En ja, dan lust je naderhand wel een drankje, ja. ‘Omdat schrijven,’ schreef Williams, ‘zoals je weet, een hoop spanningen met zich meebrengt.’ In onze ogen (mijn ogen) gingen die schrijvers niet kapot aan de drank, maar aan hun wérk. De alcohol die ze dronken, ach, dat was daar een symptoom van, een symptoom van hun overgave, hun hogere roeping. Zij werden geplaagd door hun talent, door hun uitmuntendheid; dááraan gingen ze ten onder en niet, zeker niet aan de drank. Hoe kan iets banaals en alledaags als drank nou ooit een geest van dergelijk formaat klein krijgen? Nee, het is heel simpel: een dronken schrijver is een schrijver die zojuist iets prachtigs heeft gemaakt. Een dronken schrijver is een schrijver die even tevoren de donkerste demonen uit zijn ziel heeft opgedregd en over de bladzijden heeft uitgesmeerd. Kan een échte schrijver überhaupt wel een gezond, afgemeten leventje leiden? Heb je wel alles aan je werk gegeven als je er niet aan onderdoor bent gegaan? En kan je werk dan wel echt goed zijn?

En zo ontstaat de giftige verering. Zo ontstaat de verneukeratieve romantiek. En zelfs ontstaat zo het gevoel van minderwaardigheid: ik geef te weinig. En als je dan, met dat gevoel, die mannen in Het uitstapje naar Echo Spring zichzelf prachtig kapot ziet maken, dan denk je: ja, godverdomme ja, dát waren pas schrijvers.

O ironie, Olivia Laing kwam tot het schrijven van haar boek dankzij een pijnlijke jeugd tussen alcoholisten, en wij krijgen er dorst van.