Ayaan Mahamoud uit Nijmegen en Ayaan Hirsi Ali uit Leiden zijn vriendinnen. Of beter gezegd misschien: ze waren vriendinnen. Nog maar vijf weken geleden, na een bijeenkomst in De Rode Hoed in Amsterdam, heeft Nijmeegse Ayaan bij Leidse Ayaan gelogeerd. ‘We zijn het lang niet altijd met elkaar eens, maar ik bewonder haar moed en ik vind dat ze moet kunnen zeggen wat ze denkt,’ zegt Ayaan Mahamoud. En dus heeft ze, direct na de eerste verontrustende berichten in de krant, onmiddellijk de telefoon gepakt en haar vriendin in Leiden gebeld. ‘Ik sta altijd voor je klaar, heb ik haar gezegd. Als iemand haar zou moeten beschermen, dan zijn wij het wel: haar Somalische vrienden.’
Maar inmiddels vraagt ze zich in gemoede af of haar vriendin die hele zogenaamde bedreiging niet heeft verzonnen. ‘Het ene moment kan ik haar wurgen, omdat ik bang ben dat ze kwaadwillig is geweest. En het andere moment denk ik: moet ik me dan toch zorgen maken? Ik heb medelijden met haar. Wat is er met je gebeurd Ayaan, dat je het zo ver hebt laten komen?’
Sinds een week weet ze van de Leidse politie dat een ander telefoontje van haar kant, op zondag 15 september, een van de voornaamste aanleidingen voor haar vriendin is geweest om over de rooie te gaan. De volgende dag, maandagochtend 16 september, is Hirsi Ali naar de politie gestapt. ‘En weet je wat ik haar op die zondag 15 september heb gezegd?’, zegt Ayaan Mahamoud nu verontwaardigd. ‘Pas een beetje op, heb ik haar gezegd. Gewoon: zoals mensen die om elkaar geven dat doen.’
In de week daarvoor had Hirsi Ali, werkzaam bij de Wiardi Beckman Stichting (het wetenschappelijk bureau van de PvdA), veel Somaliërs op de tenen getrapt. De islam werd door haar ‘achterlijk’ genoemd, en haar landgenoten hadden stuk voor stuk ‘hun vluchtverhaal verzonnen’, zei ze voor de televisiecamera’s. Dat is vragen om moeilijkheden in de Somalische gemeenschap, zegt Ayaan Mahamoud. ‘Je vader en je broer worden dan gebeld en je kan rekenen op een hoop gezeur.’ Maar dat ze gewaarschuwd heeft voor doodsbedreigingen? ‘Dat is niet eens in mijn hoofd opgekomen. Ze heeft me zelf gevraagd of ze zich bedreigd moest voelen en toen hebben we gesproken over vervelende Turkse jongetjes die haar mogelijk een klap zouden willen verkopen. Maar serieuze dreigementen van moslimfundamentalisten? Daar heb ik het absoluut niet met haar over gehad.’
Na tussenkomst van Paul Kalma, directeur van de Wiardi Beckman Stichting, heeft ze inmiddels met Ayaan Hirsi Ali zelf gesproken. Die heeft haar vriendin verzekerd dat ze bij de Leidse politie nooit aangifte van ‘doodsbedreigingen’ heeft gedaan. Dat zou de Nederlandse pers ervan hebben gemaakt. ‘Wat moet ik nou nog geloven?,’ merkt Ayaan Mahamoud verdrietig op. ‘Soms ben ik boos, soms kan ik alleen maar huilen.’
Sinds een paar weken kent Nederland zijn eigen affaire-Rushdie. De politicologe Ayaan Hirsi Ali mag dan geen Duivelsverzen hebben geschreven en er is ook geen officiële fatwa tegen haar uitgesproken; de nationale opwinding is er niet minder om. Sinds maandagochtend 16 september, de dag dat ze zich bij de politie in haar woonplaats Leiden meldde, is er geen dag voorbijgegaan zonder dat de media over de ondergedoken Hirsi Ali hebben bericht. Ze werd het ‘linkse antwoord’ op Pim Fortuyn genoemd. Ook zij vond de islam tenslotte ‘achterlijk’. Ook volgens haar zou Nederland gek zijn om nog één subsidiecent te verspillen aan ‘zwemuurtjes voor moslimvrouwen’.
Er werden advertenties geplaatst, briefkaartenacties als ‘geef Ayaan een stem’ op touw gezet en natuurlijk was er vanaf dag één de website www.steunayaanhirsiali.nl. Op een enkel dissident geluid na sloten links én rechts opiniërend Nederland Hirsi Ali aan de borst. Dat er voor deze dappere vrouw door het kabinet-Balkenende geen permanente politiebewaking ter beschikking werd gesteld? Een schande was het! Staatsrechtsgeleerden buitelden over elkaar heen om uit te leggen hoe het zat met de bescherming van de gewone burger vergeleken met die van een staatshoofd of politicus. Logen en gogen schreven pagina’s vol over de hand over hand toenemende ‘bedreigcultuur’ in Nederland.
Paul Kalma, naast werkgever ook woordvoerder van Hirsi Ali, die zelf ‘om veiligheidsredenen’ geen commentaar kan of wil geven, vindt dat de media ‘niet erg nuchter met de zaak zijn omgesprongen’. Toegegeven: hij zélf heeft al de dag na de aangifte, nog voordat de politie de eerste ‘dreigingsanalyse’ had afgerond, op dinsdagavond 17 september een persbericht doen uitgaan. Daarin stond dat Hirsi Ali ‘naar aanleiding van haar uitspraken over de islam ernstige bedreigingen heeft ontvangen’. ‘We zijn verbijsterd door deze poging haar de mond te snoeren,’ voegde Kalma er de volgende dag in de Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw en het Algemeen Dagblad aan toe.
Hij zegt nu het persbericht ‘met de nodige tegenzin’ te hebben verspreid. ‘Ik had de zaak liever stil gehouden, maar ik kon er niet onderuit. Het was gelekt naar de pers.’ Wie daarvoor verantwoordelijk was? De directeur van de Wiardi Beckman Stichting zou het niet weten. Ook niet hoe de redevoering die Hirsi Ali op woensdag 2 oktober bij de Tweede-Kamerfractie van de PvdA hield, al binnen twee dagen in NRC Handelsblad te lezen viel. In die redevoering suggereert Hirsi Ali overigens dat er inmiddels een fatwa over haar zou zijn uitgesproken. Christelijke afvalligheid wil nog wel eens mooie literatuur opleveren, houdt ze haar gehoor voor. Maar ‘moslimafvalligheid levert alleen hate mail, bedreigingen en desnoods een fatwa op. Ook in Nederland.’
De aangekondigde ‘radiostilte’ blijkt door Hirsi Ali zelf nogal selectief te worden gehanteerd. De Volkskrant van 18 september tekende uit haar eigen mond op: ‘Ik ben bang voor de godsdienstwaanzinnigen, die denken naar de hemel te kunnen door mij iets aan te doen.’ Want over haar belagers, ‘fundamentalistische’ respectievelijk ‘extremistische’ moslims, kon vanaf dag één geen misverstand bestaan. Ook niet over de persoonlijke gevolgen die het allemaal had voor Hirsi Ali. Menig scribent gaf een insideverslag van haar onderduikperikelen. Via Albert de Booij, medeoprichter van de LPF, kon Nederland vernemen dat ze binnenkort naar het buitenland zou vluchten.
Maar was iedereen vanaf het begin wel zo overtuigd van de ernst van de dreigementen? ‘Het gaat om serieuze bedreigingen tegen haar leven,’ verklaarde een woordvoerder van het politiekorps Hollands Midden (Leiden) onder meer tegenover Het Parool. Een hoofdofficier van justitie, die ‘nog langer in het vak mee moet’ en om die reden zijn naam liever niet genoemd ziet, heeft die berichten destijds knarsetandend gelezen. Zoals hij ook met lede ogen aanzag hoe de Leidse politie zich die eerste dagen van genoegen in de handen wreef. Ha! Moslimextremisten! En dan ook nog in Leiden! Maar al snel bleek, vertelt hij, ‘al die opwinding niks meer dan een hoop Wichtigmacherei van een paar rechercheurs.’ Na analyse van de telefoontjes die de afgelopen drie maanden bij Hirsi Ali zijn binnengekomen, stond ‘binnen achtenveertig uur vast dat er geen levensbedreigende situatie gold’.
In de brief die de ministers Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) en Piet Hein Donner (Justitie) op 2 oktober aan de Kamer stuurden, staat het ook met zo veel woorden. ‘Betrokkene heeft zelf het initiatief genomen tot het (tijdelijk) veranderen van haar woonadres.’ En: ‘Sinds 18 september (…) heeft de Wiardi Beckman Stichting op eigen initiatief aan een particulier bedrijf opdracht gegeven haar te begeleiden.’ De ‘veiligheidsanalyse’ die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst op 20 september maakte, schrijven de bewindslieden, gaf geen aanleiding tot permanente bewaking door de overheid.
Paul Kalma heeft, zegt hij, Hirsi Ali nooit gevraagd waar de bedreigingen tegen haar persoon precies uit bestonden. ‘Dat doe je niet in dergelijke omstandigheden.’ Van Ayaan zelf, en van de Leidse politie die weer op gezag van Ayaan sprak, kreeg hij te horen dat één dreigtelefoontje afkomstig was uit Nijmegen. Bij dat ‘dreigtelefoontje’, het eerder genoemde telefoontje van Ayaan Mahamoud dus, heeft Kalma inmiddels ‘wel wat bedenkingen’. Maar, voegt hij daar in één adem aan toe: ‘Noch ik noch Hirsi Ali hebben ooit beweerd dat ze vanuit Nijmegen rechtstreeks met de dood is bedreigd. Het ging om een waarschuwing.’
Het telefoontje uit Nijmegen, relativeert hij nu, was eigenlijk ook niet zo héél belangrijk. Uit Stockholm en Rome waren óók telefoontjes binnengekomen maar dan bij Ayaan Hirsi Ali’s vader die (tijdelijk) in Londen verblijft. ‘Als die zijn dochter niet tot de orde riep, zou er iets verschrikkelijks gebeuren.’ Vooral ‘het internationale karakter van de telefoontjes’, zegt Kalma, had bij de politie alarmbellen doen rinkelen.
Uit een artikel in NRC Handelsblad bleek een paar dagen geleden dat het Leidse onderzoeksteam die informatie alleen heeft gebaseerd op mededelingen van Ayaan Hirsi Ali zelf. Ondanks alle pogingen die daartoe in het werk werden gesteld was het de politie niet gelukt zélf met Hirsi Ali’s vader te spreken. Om onduidelijke redenen vond de politie dat inmiddels ook niet meer opportuun. Het bericht in NRC Handelsblad moet ‘op een misverstand berusten’, zegt Kalma. De politie heeft hem verzekerd ‘nog steeds druk op zoek te zijn naar de vader van Ayaan’.
Het opsporen van haar vader, dr. Hirsi Magan blijkt inderdaad geen sinecure, kan Vrij Nederland inmiddels uit eigen ervaring bevestigen. Het internationaal vertakte (telefoon-)netwerk van Somaliërs in de diaspora is voor buitenstaanders niet onbeperkt toegankelijk.
Vanuit Tilburg dient zich na de nodige omtrekkende bewegingen tenslotte een gids aan. Yashid Omar, vierentwintig jaar en vierdejaars student economie aan de universiteit van Tilburg. Hij is oprichter van het plaatselijke Somalisch informatiepunt dat hij samen met zijn boezemvriend Abdoel Kader (vijfentwintig en vijfdejaars student politicologie) op vrijwillige basis runt. Yashid is (clan-)familie van Hirsi Ali, Abdoel heeft haar inmiddels overleden zus goed gekend. Na dagen van bellen en op voorspraak van tal van familieleden lukt het Yashid eindelijk Ayaans vader dr. Hirsi Magan te spreken te krijgen. Hij is al door ‘heel wat journalisten’ gebeld, vertelt hij Yashid. Maar omdat het hier een ‘familieaangelegenheid betreft’ heeft hij afgezien van de leden van zijn clan tot nu toe niemand te woord gestaan. Als Yashid zo aandringt, wil Hirsi Magan wel een verklaring afleggen. Onder de voorwaarde dat die integraal wordt genoteerd.
Ayaans vader: ‘Ik ben nog nooit bedreigd en ik verwacht ook niet dat ik bedreigd zal worden vanwege bepaalde gedragingen of uitlatingen van mijn dochter. Wat heb ik daarmee te maken? Heb ik iets misdaan? Zij is volwassen en is verantwoordelijk voor wat zij doet, waar ze naar toe gaat en wat ze zegt. Ik kan mij ook niet voorstellen dat iemand van de Somaliërs haar heeft bedreigd. Dat is niet onze islam en het past ook niet in de traditie en de cultuur zoals wij die in Somalië kennen. Als zij zegt dat zij wordt bedreigd, slaat dit nergens op.
Ik ben de afgelopen weken gebeld door verschillende familieleden, uit heel Europa. Maar ik vond de informatie onbetrouwbaar, ze hadden het vaak uit de tweede hand en ik heb haar zelf niet gesproken. Ik heb al maanden geen contact meer met Ayaan. Dat is een familieaangelegenheid waarover ik in de pers niet wens te spreken. Maar ik heb haar niet verstoten, ze is en blijft mijn dochter en ik hoop nog steeds dat zij weer contact opneemt.
Ik heb veel gehoord over wat zij in Nederland heeft gezegd. Ik weet natuurlijk niet of dat allemaal waar is. Maar ik heb wel begrepen dat zij praat over de islam, over de Somalische cultuur en over emancipatie en dit door elkaar heen. Ik vind het goed dat zij de dialoog op gang wil brengen in Nederland. Maar zij moet dat doen met wijsheid en respect voor andere culturen, voor de islam, en voor alle gemeenschappen in Nederland. Democratie geeft vrijheid van meningsuiting, maar je moet ook andere meningen respecteren. Ook vraag ik mij af of of zij voldoende theologische kennis heeft om de islam te bediscussiëren. Dat beseft ze nu misschien nog niet, maar de tijd zal het leren. Ik hoop het allerbeste voor haar en wens haar alle vrijheid in Nederland toe.’
Yashid Omar en Abdoel Kader kijken de aantekeningen van het in het Somalisch gevoerde telefoongesprek nog eens na. De verslagenheid is groot: ‘Wij twijfelen nu toch wel erg aan de verhalen van Ayaan. Heeft ze geen leugens verteld?’ Ze willen voorkomen dat de zaak escaleert: ‘Laat Ayaan ons alsjeblieft bellen.’ Maar Hirsi Ali belt hen niet. Paul Kalma laat weten dat Ayaan ‘absolute radiostilte in acht neemt’. De verklaring van haar vader hoeft hem niet te worden voorgelezen. ‘Op voorhand zeg ik al: geen commentaar.’
Natuurlijk moeten hate mails en bedreigen via internet niet worden onderschat. Yasmine Allas, actrice en schrijfster van twee in de Somalische gemeenschap hevig omstreden boeken, kan daarover meepraten. Ook zij kreeg langs digitale weg verwensingen als ‘hoer’ en ‘we weten je te vinden’ naar haar hoofd geslingerd: ‘Van zestienjarige jongetjes. De ouderen weten niet eens hoe ze een computer moeten bedienen.’ Ook in haar geval werkte de Somalische gsm-tamtam tot ver in het buitenland. ‘Ik was nog niet op de televisie geweest of mijn broer in Denemarken werd gebeld. Je zus was op de televisie! Moet je nu toch eens horen wat ze allemaal zei.’ Leuk is anders, maar serieus bedreigd heeft ze zich nooit gevoeld. ‘Zo werkt de Somalische cultuur. We bellen elkaar op en vertellen precies wat we ervan vinden.’
Of Hirsi Ali voldoende relativeringsvermogen heeft opgebracht? Allas: ‘Je wilt niet weten hoe een kritische moslimvrouw door de Nederlandse media wordt besprongen. Al die aandacht! Ik weet het uit ervaring. Het is moeilijk om dan nog met beide benen op de grond te blijven te staan.’ Wat haar aan het mediageweld rond Hirsi Ali het meest heeft gestoord, is dat geen journalist wilde horen dat er wellicht nog een andere kant aan zat. ‘In het programma Buitenhof kreeg ik de vraag voorgelegd wat ik vond van de bedreigingen aan het adres van haar vader. Toen heb ik gezegd: natuurlijk wordt een vader aangesproken op het gedrag van zijn dochter. Maar de interviewer ging er niet op in. Hij wilde alleen maar horen wat voor standpunt ik over de zaak-Hirsi Ali innam.’
Het zou niet voor het eerst zijn dat in dit soort situaties te snelle en makkelijke conclusies worden getrokken. Jules Croiset bleek achteraf zijn eigen ontvoering te hebben geregisseerd – in de hoop op media-aandacht voor de joodse zaak. Tara Singh Varma organiseerde eigenhandig een bijeenkomst gewijd aan haar aanstaande overlijden – waar geen sprake van bleek. En Ayaan Hirsi Ali? Misschien is die in de hoop op aandacht voor de goede zaak toch ook iets te hard van stapel gelopen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.