Het voorjaar verschuilt zich in de Noord-Groningse Professorenbuurt achter hoge heggen. De elegante jarendertighuizen zijn geliefd bij starters en kleine gezinnen en bij investeerders die er studentenappartementen in onderbrengen. Een rustig woonwijkje met een eigen eetcafé, De Gans. Omsloten door de Korreweg, waaraan wat snackbars, een rijwielzaak en een bloemist, en het Oosterhamrikkanaal. In een kwartiertje fietsen sta je op de Grote Markt of ben je de stad uit.
‘Een gemengde wijk met bewoners in alle leeftijden,’ zegt Annette Jonkhoff, sinds veertien jaar woonachtig in de Van Swinderenstraat. ‘Een aantal huizen heeft een gemeenschappelijk binnenterrein. Er is onderling veel contact.’ Een van de weinige nadelen: ‘De grond is hier zwaar en altijd wat vochtig. Ook omdat we in een heel laaggelegen stuk stad wonen. Na regen blijft het water lang staan. Een gazon wordt dan snel een modderpoel.’
Op de stoep in de Star Numanstraat denkt Tom Wassenaar wel te weten hoe dat komt: het is het harde keileem van de Hondsrug waarop deze wijk ooit is gebouwd. ‘Heien hoef je hier nog steeds niet,’ vertelt hij, wijzend op een kantoorpand dat er zonder fundering is neergezet. ‘Een kansloze operatie. De heimachine, ja, die schudt als een gek, maar de paal gaat geen centimeter de grond in.’ Zijn vader werkte ooit in deze buurt als hovenier. Wassenaar: ‘Wil je de afwatering in je tuin beter regelen, dan moet je de grond tot een halve meter diep omwoelen en met zand mengen. Dan gaat het goed.’
Veel bewoners kiezen een simpeler oplossing: ze vervangen hun soppende gazon door tegels. Niet dat het water dan wegloopt, maar je voorkomt de afdruk van modderschoenen in huis. Jaar na jaar stijgt zo het aantal vierkante meters steen in de Professorenbuurt. En niet alleen in de tuinen, ook in de tussenliggende binnenplaatsen.
Vroeger was de ruimte naast haar tuin halfverhard, herinnert Jonkhoff zich. ‘Nu is de grond helemaal betegeld,’ zegt ze. ‘Het hele jaar door goed begaanbaar. Leuk voor de kinderen om te spelen en minder onderhoud voor de buurt.’
Als een salon
De betegelingsdrift blijft niet beperkt tot de Professorenbuurt. In heel Nederland worden gazons en bloemperken sinds een jaar of tien massaal ingeruild voor steen. De trend is ingezet door tuinbladen en tuinprogramma’s op tv die de ‘onderhoudsvrije tuin’ propageren.
‘We zijn eraan gewend geraakt om onze omgeving totaal naar ons gemak in te richten,’ zegt de Groningse stadsecoloog Wout Veldstra. ‘Dat is nu zo ontaard dat we ons bankstel buiten zetten omdat we willen dat onze achtertuin eruitziet als een salon.’
Die ‘verharding van de particuliere tuin’ heeft volgens wetenschappers drie vervelende consequenties.
Warmte blijft boven oppervlakten met veel steen langer hangen. Op tropische dagen ontstaan daardoor ‘stedelijke hitte-eilanden’ die de gezondheid van kwetsbare groepen als bejaarden en zieken bedreigen. ‘Hittestress’, in jargon. Door de verstening neemt ook de biodiversiteit af: vogels, vlinders en andere dieren vertrekken uit de achtertuin. En omdat de grond door alle tegels minder water kan absorberen, dreigt bij elke hoosbui het riool te overstromen.
Tom Wassenaar haalt zich de regenval van drie jaar geleden nog eens voor de geest: ‘Het water kolkte hier door de brandgangen zo vanuit de achtertuinen de straat op.’ Hij houdt zijn hand bij zijn knie. ‘Zo hoog stond het.’
Hitte-eilanden in de stad
Meer doden, minder dieren, voortdurend overstromingsgevaar – doemscenario’s kleven de voortschrijdende verstening ofwel tegelterreur aan. Kloppen ze, en in welke mate draagt de particuliere achtertuin daaraan bij? ‘In Nederland was daar tot voor kort nog nooit onderzoek naar gedaan,’ zegt stadsecoloog Veldstra.
Zo’n tien jaar geleden kreeg hij in Groningen de directe gevolgen van verstening voor het eerst onder ogen. ‘We voerden in ons centrum de operatie Gele Steentjes uit, waarbij wij onze openbare ruimte helemaal hebben verhard. Meteen daarna moest fors worden ingegrepen bij de riolering: er dienden extra bassins te komen om al dat water te kunnen bergen.’
Veldstra sloot zich daarna aan bij een denktank van wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en Alterra, het kennisinstituut van Wageningen Universiteit. Aanvankelijk richtte die zich vooral op de gevolgen van de verharding bij industrieterreinen. ‘Toen hoorde ik voor het eerst van die lokale hitte-eilanden in de stad,’ zegt hij. Gaandeweg verschoof de focus binnen de groep naar woonwijken. ‘Ieder van ons zag de verstening van tuinen om zich heen grijpen. Ik ben eens wat plaatjes van tuininrichting gaan googelen. Dan zie je alleen versteende tuinen, er zit werkelijk geen groene meer tussen. We besloten dat het zo niet verder kon. Het was tijd voor actie.’
Allereerst wilde de werkgroep meer gegevens in handen krijgen, harde cijfers over de mate van verstening van tuinen in Nederland. Veldstra: ‘Zodat we het publiek kunnen overtuigen met een wetenschappelijk bewezen verhaal. Om te laten zien hoe erg het is. Of, wie weet, dat het misschien allemaal wel meevalt.’ Behalve Alterra en de Rijksuniversiteit Groningen sloten onder meer de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, het Haags Milieucentrum en vijf gemeenten zich bij het project aan. Werktitel: ‘Operatie Steenbreek’. Half mei presenteert de groep zich voor het eerst aan de buitenwereld met een symposium over verstening.
Tientallen voetbalvelden
Dat steden door verharding meer opwarmen is wetenschappelijk bewezen. Op warme, windstille zomeravonden is het in delen van dichtbebouwd Rotterdam tot zeven graden warmer dan in het omringende buitengebied, zo valt te lezen in het rapport Climate Proof Cities uit 2013. Kernzin daarin volgens TNO-projectmanager Peter Bosch: ‘Bij iedere stap van 10% toename van de fractie totaal verhard oppervlak in een stad, stijgt de mediaanwaarde van het maximale hitte-eiland met 0,2 graad Celsius, en de 95 percentielwaarden met 0,5 graad Celcius.’ Vrij vertaald: bij elke 10 procent extra betegeling stijgt de temperatuur met 0,2 graad, met lokale uitschieters naar een halve graad.
Maar hoe breng je die extra betegeling van privétuinen exact in beeld? Waar wonen de daders? De werkgroep Steenbreek benaderde het Kadaster voor nader onderzoek in drie Groningse buurten waarvan de gemeente goede rioolmetingen beschikbaar had: villawijk Helpman, de jarenvijftigbuurt Selwerd (veel sociale woningbouw) en de gemengde Professorenbuurt.
‘Een historische inventarisatie van verharding – zoiets hadden wij nog nooit gedaan,’ zegt projectadviseur Paul Peter Kuiper van het Kadaster. Hij gebruikte actuele luchtfoto’s en informatie uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Deze informatie vergeleek hij met door de gemeente aangeleverde luchtfoto’s uit 1998. ‘Met behulp van 3D-technologie kunnen we die platte foto’s interpreteren en tot leven wekken.’ Zo kon het Kadaster per woning en per tuin de situatie van 2013 afzetten tegen die van vijftien jaar eerder.
‘Gevoelsmatig verwachtte ik versteningspercentages van boven de tien procent,’ zegt ecoloog Veldstra. ‘Dat soort cijfers kom je namelijk veel tegen in Engelse rapporten. Dus de cijfers van het Kadaster vielen me nogal mee.’ In villawijk Helpman bleken de tuinen na vijftien jaar slechts twee procent meer versteend. In Selwerd bedroeg de toename 3,4 procent. De Professorenbuurt scoorde nog het hoogst: 4 procent.
Wordt met deze cijfers al vóór het eerste symposium de angel uit de Operatie Steenbreek gehaald? Allerminst, vindt Joop Spijker, senior onderzoeker bij Alterra. ‘Ik heb jaren geleden als student in de Professorenbuurt gewoond. Die wijk was toen al sterk betegeld. Zo’n kleine verhoging lijkt misschien niet veel, maar die is daar toch significant.’
Veldstra: ‘Het Kadaster heeft alleen de achtertuinen in Selwerd en de Professorenbuurt onderzocht. Maar als je door de Professorenbuurt loopt, zie je dat juist de voortuinen de afgelopen jaren het meest zijn betegeld.’
Buurtbewoners onderschrijven Veldstra’s visie. ‘Met name bij studentenwoningen laten veel huiseigenaren de voortuin bestraten,’ zegt Annette Jonkhoff. ‘Het ziet er netter uit en je hoeft er vrijwel niks aan te doen. Trouwens, al die fietsen moeten ook ergens staan.’
Op basis van aanvullend onderzoek komt de Groningse student natuur- en milieukunde Cirsten Zwaagstra tot een wijkbreed toegenomen verharding van 5,5 procent. Geen Engelse toestanden dus in de Professorenbuurt. Maar van de bescheiden 25 hectare die het wijkje omvat, zijn tussen 1998 en 2013 wel bijna drie voetbalvelden betegeld. En zou je de Kadastergegevens doortrekken naar de gehele stad Groningen, dan zijn daar in vijftien jaar tijd vele tientallen voetbalvelden aan gras en bloemperken onder tegels beland.
Werk aan de winkel voor Operatie Steenbreek, dus.
De heetste stad van Nederland
Hoe voorkom je verstening? In sommige Duitse deelstaten is volgens Veldstra de rioolheffing gekoppeld aan de mate van betegeling van de tuin. Hoe meer stenen, hoe meer je als burger betaalt. Ook in Groningen is deze ‘tegeltaks’ onderzocht, en afgeblazen. ‘We zijn toch een minder autoriteitsgevoelig volkje dan de Duitsers,’ zegt Veldstra. ‘Je zou er hier geheid een heel team aan handhavers op moeten zetten. Nog los van de eventuele proceskosten wanneer je als gemeente te maken krijgt met rechtsgang van bewoners. Per saldo kost dat alleen maar geld.’
Geen tegeltaks dus in Groningen. Wel is er een lokale verordening gemaakt waarin bewoners van wijken met een gebrekkige rioolcapaciteit verplicht worden hun regenwater op de juiste wijze af te koppelen: niet via het riool. Anders verstrekt de gemeente geen vergunning voor de nieuwe schuur of de aanbouw van het huis.
Ook de andere bij Steenbreek aangesloten gemeenten bezinnen zich op acties. Amersfoort liet al eens de kosten van de klimaatverandering voor de lokale gemeenschap becijferen. Wat bleek: tot 2050 moet er voor circa 100 miljoen euro in de opvang van water en voorkoming van hittestress worden geïnvesteerd.
‘Het regenwater kolkte zo vanuit de achtertuinen de straat op’
Onrustbarende cijfers, vindt gemeentelijk milieuadviseur Paul Camps, die ertoe moeten bijdragen dat bewoners zich beter bewust worden van hun eigen verantwoordelijkheid in de verstening. ‘Dat probleem speelt bij ons vooral in nieuwbouwwijken. De landelijke trend is compactere bouw en hoge bebouwingsdichtheden, met als gevolg meer verharding en minder groen. Jonge gezinnen hebben vaak ook geen tijd om een tuin te onderhouden.’
In de nieuwe Haagse wijk Ypenburg herkent projectcoördinator Geert van Poelgeest van het Haagse Milieucentrum de observatie van Camps. De kleine tuinen zijn er, schat hij, gemiddeld voor driekwart betegeld. ‘In het kwart dat resteert, zetten de bewoners vaak veel te veel verschillende planten in plaats van simpele bodembedekkers. Na drie weken zomervakantie zijn die dood.’ Dat doet voor het vervolg van het perkje vrezen. Groen is volgens Van Poelgeest in Den Haag hard nodig: ‘Er zijn veel plekken in de stad waar, in strijd met de Europese richtlijn, geen groenvoorziening binnen een straal van vijfhonderd meter aanwezig is.’ Zelfs op volkstuincomplexen ziet hij versteende tuinen. ‘De besturen zijn van goede wil, maar staan machteloos tegenover de tuintrend. Hoewel het gemeentebestuur ons graag als groene gemeente afficheert, zijn wij volgens TNO-onderzoek juist de heetste stad van Nederland.’
Die vogel van RTL4
Bewustwording, daar draait het volgens alle bij Steenbreek betrokken wetenschappers en milieu-ambtenaren om. Spijker van Alterra suggereert dat elke gemeente daarbij een eigen troef kan uitspelen. ‘Een laaggelegen poldergemeente als Delft krijgt jaarlijks diverse keren te maken met wateroverlast. Dat gegeven kun je daar voor de bewustwording van bewoners gebruiken. Ook waterschappen zouden er een betere rol in kunnen spelen. Die zijn vanuit hun historie nog te veel op het platteland en te weinig op de problematiek van steden gericht.’
Den Haag wil volgens Van Poelgeest inzetten op ‘het genot van de tuin’. De natuurkennis van Hagenaars moet worden vergroot via projecten met lokale tuinwinkels. Ook houdt Van Poelgeest wedstrijden om honderd dieren te spotten in de achtertuin. De focus ligt dit jaar op de egel. Een bewuste keus. Van Poelgeest: ‘Een egel komt niet door een schutting heen, dus de buren moeten meteen ook meedoen.’
De Groningse stadsecoloog Veldstra vindt een moreel appèl op z’n plaats. ‘De uitdaging van Steenbreek is om mensen bij te brengen dat het zo fout gaat,’ zegt hij. ‘Misschien zijn de gevolgen van verstening niet zo dramatisch en gaan er geen tientallen mensen door dood, maar uiteindelijk pakt jouw versteende tuin voor anderen negatief uit. De afgelopen jaren is er een cultuur ontstaan van: ik doe gewoon wat ik wil, de consequenties zijn voor de maatschappij. Die redenering moeten we omdraaien. Zorg ervoor dat jij niet de problemen van je buren veroorzaakt.’
Die boodschap slaat aan, merkt hij. Zelfs bij sommige tuingoeroes die tot voor kort verstening predikten. ‘Een lid van onze werkgroep heeft contact met die vogel van RTL4 over zijn tuinprogramma (Lodewijk Hoekstra, MH). Een paar weken geleden had die ineens een heel genuanceerd verhaal in de krant. Dat we meer groen in de tuin moesten doen.’
In zijn gemeente Groningen wordt de oplevende gemeenschapszin van bewoners volgens Veldstra aangetoond door het project De eetbare stad. Daarbij stelt de gemeente openbare ruimte aan inwoners beschikbaar om gezamenlijk moestuinen te beginnen. Veldstra: ‘We zijn door de bevolking bijna onder de voet gelopen. Op meer dan zestig plaatsen in de stad zijn mensen nu samen bezig. Ze maken hun buurt beter, leren elkaar kennen. Misschien zijn we de tijd van de individualisering wel voorbij.’
Te lui
Nu de vraag of die gemeenschapszin ook doorwerkt in een privédomein als de achtertuin. De wetenschappelijke cijfers over ontstening die Operatie Steenbreek moeten stutten: elke 10 procent minder stenen in een stedelijk hitte-eiland leidt tot een temperatuurdaling van 0,6 graad Celsius. In 2011 berekend door onderzoeker Gert-Jan Steeneveld (sic) van Wageningen Universiteit.
‘Het gaat hier om de luchttemperatuur op anderhalve meter van de grond,’ licht Steeneveld toe. ‘En niet om metingen van de oppervlaktetemperatuur, zoals in andere onderzoeken.’
Een verschil van 0,6 graad op een broeierige zomeravond. Is dat reden genoeg voor de bewoners van de Groningse Professorenbuurt om het keiharde keileem niet langer onder tegels te stoppen maar hun tuin eens om te spitten?
‘Dit project gaat verder dan of bloemetjes leuker zijn dan tegels, het gaat om betere afwatering en het leefmilieu,’ stelt Annette Jonkhoff. ‘Ik denk dat de mensen hier wel degelijk bereid zijn om daarvoor de buitenste rij tegels van hun terras op te offeren.’
‘Al tien jaar heb ik het er geregeld met mijn vrouw over om een deel van onze tegels te vervangen door groen,’ zegt collega-buurtbewoner Frans Tromp uit de Van Hamelstraat. ‘Uiteindelijk ben ik dan toch te lui om die stenen eruit te slopen.’
Hij kijkt op van de mogelijke gevolgen, zoals de werkgroep Operatie Steenbreek die naar voren brengt. ‘Dat wist ik allemaal niet.’
Zal die bewustwordingscampagne bij hem aanslaan?
Tromp: ‘Bij mijn vrouw zeker.’






Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.