Amsterdam, oktober 2018. Verscholen langs het metrotalud op een bedrijventerrein ligt het kantoor van Partos – koepelorganisatie van bijna honderd in Nederland gevestigde hulp- en ontwikkelingsorganisaties en andere goede-doelenclubs. We komen praten over de bijeenkomst die minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maart 2018 in allerijl belegde met ruim vijftig NGO’s. Dat was vanwege de mediaophef over seksuele misdragingen bij internationale NGO’s en over leiders die niet of halfslachtig ingrepen.

Van Oxfam tot Save the Children, van Artsen zonder Grenzen tot Refugees International en Greenpeace, met name mannelijke leidersfiguren maken zich er schuldig aan. Resultaat van het overleg met de minister: een opmerkelijk Gezamenlijk Actieplan Integriteit. Dat zo veel NGO’s erin samenwerken is al opvallend; dat het samen met de overheid gebeurt nog méér.

‘Zodra de publiciteit losbarstte,’ vertelt Partos-directeur Bart Romijn, ‘begrepen we dat snel en gezamenlijk handelen nodig was. We hebben daarom met enkele organisaties direct een actiestrategie opgesteld.’ Enkele weken later riep een gealarmeerde minister Kaag ruim vijftig organisaties bijeen voor een ernstig gesprek. Romijn: ‘Uit dat overleg is uiteindelijk het Gezamenlijk Actieplan Integriteit ontstaan.’

Een moreel leerproces

Het Actieplan gaat niet alleen over seksueel gedrag, aldus Romijn: ‘Integriteit omvat ook agressie, discriminatie en pestgedrag. Het plan heeft vier poten: verbetering van integriteitssystemen, preventie, omgang met meldingen en tot slot: transparant worden over wat je tegen schendingen doet.’

‘Tot nu toe komen mensen die bij de ene organisatie weggestuurd worden, te gemakkelijk weer elders aan de slag.’

Ontsporingen aanpakken, de kans erop verkleinen en helderheid, dat is het uiteindelijke doel. Maar het wordt iets van de lange adem, waarschuwt Romijn: ‘Bij integriteitssystemen moet je denken aan stelsels van heldere en samenhangende waarden, gedragsregels en handelingsprotocollen. Via een moreel leerproces moet het voor iedereen een tweede natuur worden om daaraan te voldoen’. Bij preventie staat centraal: hoe houden we foute gedragingen en mensen buiten de deur? Tot nu toe komen mensen die bij de ene organisatie weggestuurd worden, te gemakkelijk weer elders aan de slag. We overwegen een internationaal sectorbreed goed-gedrag-paspoort. Sommige clubs eisen alvast een Verklaring Omtrent Gedrag bij sollicitaties, zoals in andere sectoren al gebruikelijk is.’

Vertrouwenspersonen zullen standaard worden, voorspelt Romijn. ‘Als iemand toch de fout in gaat, moeten slachtoffers en getuigen dat vrijuit kunnen melden.’ Vervolgens moet iedereen kunnen rekenen op gedegen maar discreet onderzoek. Van minister Kaag moeten gesubsidieerde organisaties voortaan alle integriteitsschendingen centraal laten registreren en duidelijk opnemen in hun jaarverslag.

Dwingende prikkels

Ook voor niet-gesubsidieerde organisaties als Greenpeace en Artsen zonder Grenzen is het Actieplan niet vrijblijvend. Voor niks-doen geldt ‘zero tolerance’. De erkenningscriteria voor ‘goede doelen’ van de toezichthouder het Centraal Bureau Fondsenwerving zijn aangescherpt op grond van het gezamenlijke Actieplan. Wie het CBF-keurmerk wil voeren, zal aan die nieuwe criteria moeten voldoen.

Voor sommigen wordt het hard werken. Voor anderen, zoals hulporganisatie Hivos, zal het meevallen. Hivos heeft al een gedragscode die glashelder is over intimiderend gedrag. Bij klachten staat de melder centraal. Onpartijdige behandeling is gegarandeerd conform de FNV-vakbondseisen. ‘Voor ons was dit logisch,’ zegt algemeen directeur Edwin Huizing: ‘Wij hebben al decennialang hulpprogramma’s rond machtsongelijkheid en sekse, zoals homo- en vrouwenrechten of besnijdenis van meisjes. Toch moeten ook wij nog bijsturen: bij arbeidscontracten hadden we sanctiebeleid tegen seksuele intimidatie nog niet vastgelegd’.

We bellen met Boston. Van daaruit heeft onderzoekster Dyan Mazurana van Tufts University in 2017 bij zeventig hulporganisaties de problematiek geïnventariseerd. ‘Organisaties verschillen hemelsbreed in de mate waarin ze aan verandering werken,’ zegt Mazurana als ze over het Gezamenlijke Actieplan in Nederland hoort. ‘Zoiets als deze samenwerking was ik nog nergens tegengekomen. Grote NGO’s hebben inderdaad dwingende prikkels van regeringen nodig. Als ze het zonder hadden gekund, hadden ze het allang gedaan.’

Moresprudentie

De papierwinkel uit het Actieplan is overigens slechts een aanzet. Het allerbelangrijkst is: hoe creëer je in de dagelijkse praktijk een blijvende interne cultuurverandering? Wangedrag is niet een kwestie van losse incidenten, beklemtonen critici als vrouwenactiviste, ex-BBC-journaliste en hulpveterane Shaista Aziz: ‘Een veelal van patriarchaal seksisme doortrokken organisatiecultuur is de boom waaraan de “rotte appels” groeien. Dáár moeten zaken anders!’

Eén waargebeurd praktijkvoorbeeld uit de Handreiking bij het Nederlandse actieplan laat zien wat Aziz bedoelt. ‘We worden uitgezonden naar de moeilijkste landen (…) Ik ben meestal 4 tot 6 weken weg van mijn vrouw en kinderen … en dan krijg ik (…) allerlei instructies mee… geen seks met iemand van onze organisatie, zeker niet met leidinggevenden, (…) Nu als klap op de vuurpijl … ik mag dit in mijn vrije tijd ook niet betaald gaan doen met een ervaren “lady” hier… (…).’

Old boys die zo denken, moeten veranderen of vertrekken, horen we van verschillende kanten: ‘Geef slachtoffers en jongeren het voortouw bij de omslag. Zij snappen het beste wat nodig is.’ Het ideaal is een ‘empathische, inclusieve cultuur van verantwoording afleggen’. Dat wil zeggen: inlevingsvermogen koesteren, buitensluiting buitensluiten – niet alleen bij incidenten, maar als routine, ook lang nadat de mediahype is weggetrokken. Maar ja, hoe kweek je zoiets aan, hoe hou je het levend? Hoe voorkom je dat het een verplicht nummer wordt? Goede doelen worstelen ermee, en in het buitenland is het grotendeels ieder voor zich. Internationale coördinatie, die nodig is om goede doelen wereldwijd op één lijn te krijgen, is nog in een pril stadium.

Koorddansen

Een aantal organisaties, waaronder War Child, Oxfam en het Rode Kruis, scherpt gedragscodes aan en laat die opnieuw door iedereen ondertekenen. Op sommige kantoren hangen de gedragsregels tegenwoordig prominent aan de muur als dagelijkse reminder. Maar welk gedrag is toelaatbaar in de praktijk en wat niet? Verschillende organisaties agenderen daarover bij iedere teamvergadering korte discussies rond prikkelende praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt de noodzaak van speciale trainingen breed onderschreven. Trainingen voor leidinggevenden, kantoormedewerkers, veldwerkers én lokale bevolking. Er zijn trainingen in assertieve omgang met (seksueel) machtsmisbruik, of juist in empathie: elkaars gevoelens leren snappen. Oxfam heeft verplichte periodieke themabijeenkomsten. Partos doet aan interne intervisies over persoonlijke waarden, normen en gedrag.

‘Wat doe je wanneer mensen bij een partnerorganisatie – vanuit hun religie – serieus vinden dat de positie en taken van mannen en vrouwen verschillen?’

Moresprudentie opbouwen, noemt Bart Romijn het. Dat doe je samen, van onderop. ‘Velen van ons zijn opgegroeid met de seksuele revolutie en Turks Fruit. Nu werkt het anders. Ook ik zal best weleens te nadrukkelijk hebben geflirt.’

Het wordt een lang traject vol dilemma’s, benadrukt ook Edwin Huizing van Hivos: ‘Wat doe je wanneer mensen bij een partnerorganisatie – vanuit hun religie – serieus vinden dat de positie en taken van mannen en vrouwen verschillen? Vooropgesteld: je kan daarmee natuurlijk niet zomaar akkoord gaan. Maar terugvallen op de Rechten van de Mens? Dat is gevaarlijk. Er is kritiek op vanuit het gevoel: die mensenrechten zijn opgesteld vanuit westerse waarden toen veel landen nog koloniën waren. Soms is het echt koorddansen.’

Transavia-spel

Af en toe levert de experimenteerdrift verrassingen op. Algemeen Directeur Tjipke Bergsma van War Child werkte ooit bij luchtvaartmaatschappij Transavia: ‘We hadden een veiligheidsspel voor crew members: vóór iedere vlucht moest iedereen vijf kaarten met veiligheidsvragen beantwoorden. Zoiets ontwikkelen wij nu voor integriteit, bijvoorbeeld voor als je op missie gaat.’ Minister Sigrid Kaag bepleit een internationale database met zulke best practices.

‘Het blijft opletten: theoretisch voorbeeldig gedrag kan ook levens verwoesten.’

De leiding moet wel vierkant achter de cultuuromslag staan, anders wordt het niks, benadrukt onder anderen Tjipke Bergsma. ‘Je moet dagelijks, tot in de kleinste dingen, het voorbeeld geven. Leiders die het laten afweten, dát is pas een integriteitsschending! Maar het blijft opletten: theoretisch voorbeeldig gedrag kan ook levens verwoesten. Een homoseksuele man die ongewenst wordt benaderd door een meerdere in een land waar homoseksualiteit écht niet kan. Ja, transparantie of niet, zoiets handel je toch discreet af, want als het naar buiten komt, breng je aan alle betrokkenen enorme in gevaar.’

Tijdens missies ontmoet je voortdurend ingewikkelde uitdagingen, zegt Oxfam/Novib-voorlichter Ruud Huurman. ‘Eén onopgelost dilemma is: hoe zorgen we dat de lokale bevolking misdragingen veilig kan melden? Mensen kennen de weg niet, of ze zijn niet online.’ Bart Romijn van Partos pleit daarom voor onafhankelijke ombudsmensen bij hulpoperaties, zodat ook de bevolking een vertrouwelijk meldpunt heeft.

Schuldigen recyclen

Stephanie Brancaforte is voormalig docente gender violence aan de George Washington University in Washington DC. Wat voor maatregelen je ook neemt, niets slaat aan zolang je medewerkers niet eerst het vertrouwen terugkrijgen, waarschuwt zij vanuit haar lange ervaring als topvrouw binnen internationale NGO’s. ‘Schuldigen recyclen kan niet meer. Iedereen moet met eigen ogen kunnen zien dat recht wordt gedaan. Heropen dus ook weer die oude, onverwerkte zaken en handel ze alsnog rechtvaardig af.’

Bij Oxfam zijn ruim honderd lokale landenmedewerkers getraind in professionele klachtenafhandeling.

Waar zij op doelt, is brede restorative justice: vertrouwensherstel door rechtvaardigheid. Bij onder meer Oxfam lijkt die boodschap aangekomen. Daar zijn ruim honderd lokale landenmedewerkers getraind in professionele klachtenafhandeling. Op een veeltalige Speak-up hotline kunnen plaatselijke collega’s anoniem meldingen doen, ook van oude klachten.

Een zware externe commissie kreeg carte blanche voor onderzoek naar de internationale Oxfam-cultuur. De eerste tussenrapportage gaf te denken: nog immer blijken de machtsverhoudingen bij veel Oxfam-projecten behoorlijk scheef, met alle gevaren van dien.

Erger dan op kantoor

Ook Artsen zonder Grenzen / MSF gaat bij alle kantoren en in het veld vertrouwenspersonen posteren, mailt een voorlichtster. Dat het management vooralsnog moeite heeft medewerkers over te halen om met terugwerkende kracht melding te doen van onafgewerkte zaken, wordt door Artsen zonder Grenzen niet ontkend. Eén handicap is de internationale federatiestructuur van MSF. ‘Regional offices’ hebben veel autonomie, centrale sturing is lastig, liet MSF weten in het Engelstalige online vakblad Devex.com.

Vorig jaar verscheen de blog Holier than Thou, waarin de geseksualiseerde kantoorcultuur werd gehekeld die tussen 2007 en 2011 op het Amsterdamse kantoor heerste. Zo was sprake een senior-manager die met talrijke amoureuze kantooraffaires ‘emotionele fallout’ zou hebben veroorzaakt. Anno 2019 blijkt dat hij op een ander MSF-kantoor directeur is geworden. Recycling van schuldigen? ‘We hebben naar aanleiding van de blog onderzoek gedaan en konden geen bewijs vinden,’ stelt MSF. Maar wat de blog beschrijft, horen wij ook van anderen.

De blog posting zelf kreeg bevestigende reacties. Ene ‘Luca’ schrijft (16 mei 2018): ‘Ik kan precies herkennen om wie het gaat. Ze zijn er nog steeds.’ Luca hekelt daarnaast de ongeschreven gedragsregels die te velde zouden gelden: rook alles, drink alles en neuk met iedereen. ‘Het is daar nog veel erger dan op kantoor.’

Kater

En Greenpeace, waar we eerder over schreven? Ook daar is nog een mix van initiatieven en oud zeer. Behoorlijke gedragscodes waren er al langer. Voorts kreeg de milieuclub door actief spitten tal van nieuwe en oude zaken boven water. Bij de jaarlijkse mondiale bijenkomst van kantoorhoofden, jongstleden juni, hingen de muren er vol mee. Dat werkte: alle kantoren onderschreven een aangescherpt No green peace without equity-beleid.

Oude gevallen die dat rechtvaardigen, zullen alsnog individueel heropend en snel en nauwgezet behandeld worden, belooft executive co-director Bunny McDiarmid van Greenpeace International per e-mail. ‘We hebben een netwerk van eigen vertrouwenspersonen opgeleid. Individuele personen kan ook psychologische hulp worden aangeboden, als dat noodzakelijk is.’

Maar de slepende kwestie in het Argentijnse Andino-kantoor, waarover wij in 2018 berichtten, zweert verder. Weliswaar kwam er excuus voor eerder onzorgvuldig onderzoek in 2014. Weliswaar startte Greenpeace vorig jaar nieuw onderzoek naar de situatie bij Andino, dat een reeks aanbevelingen opleverde. Weliswaar stapte de door tientallen mannen en vrouwen gewraakte kantoordirecteur Martin Prieto eind oktober op. Toch resteert een kater. Rehabilitatie van slachtoffers uit het verleden bleef uit. Bunny McDiarmid was medio 2018 in Argentinië, mede om de nieuwe, twee vrouw sterke, directie van het Andino-kantoor te ondersteunen. Maar de slachtoffers van destijds zocht zij niet op. Die voelen zich wederom in de steek gelaten.

Lees ook#MeToo in de milieusector: seksuele intimidatie bij Greenpeace29 mei 2018

‘De werkelijke omslag komt pas wanneer de zwijgcultuur doorbroken wordt.’

Op het Amsterdamse hoofdkantoor zijn recente zaken wisselend afgehandeld. Eén topmanager werd afgedankt, mede vanwege handtastelijkheden, melden verschillende bronnen. Een verkrachtingsaffaire liep uit op een financiële schikking. Het slachtoffer is weg, de vermeende dader werkt nog bij Greenpeace. McDiarmid gaat niet in op individuele personeelskwesties. Die zijn vertrouwelijk, laat zij per e-mail weten.

Dat is geen geheimzinnigdoenerij, legt ze uit: ‘We geloven dat dit betere voorwaarden schept voor een werkomgeving waarin zaken kunnen worden aangekaart en bewijsmateriaal verzameld kan worden als basis voor oordelen en regelgeving. We begrijpen dat hier een spanningsveld ligt met de eis van transparantie. Wij kunnen dat niet oplossen. Het alternatief zou zijn dat de klachtenprocedure ondermijnd wordt en dat we het risico lopen dat mensen klagen of getuigenverklaringen afleggen gaan mijden. We werken toe naar een systeem van jaarlijkse klachtenrapportage.’

Anders dan bij #MeToo, worden bij grote NGO’s zelden concrete daders aangewezen, zegt vrouwenactiviste Shaista Aziz. Schuldigen en tegenwerkende managers blijven vrij eenvoudig onder de radar. ‘De psychische prijs is voor klokkenluiders enorm,’ legt onderzoekster Dyan Mazurana uit. Maar Aziz houdt vol: ‘De werkelijke omslag komt pas wanneer de zwijgcultuur doorbroken wordt.’

Vertrouwenspersonen en klachtencommissies

Het vak van vertrouwenspersoon als onafhankelijk, vertrouwelijk meldpunt is in opkomst, mede door misbruikaffaires. Enkele duizenden Nederlandse vertrouwenspersonen zijn georganiseerd in de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen LVV.

‘Intern, of als externe professional, een goede vertrouwenspersoon schaart zich, vaak als eerste en enige, aan de zijde van de melder,’ zeggen Cora Wielenga van het Nederlandse Compliance Instituut en Freek Walther van adviesbureau DeVertrouwenspersoon.

Walther: ‘Werkelijk valse klachten zijn hoogst zeldzaam. Melders zijn vaak extreem onzeker over hun verhaal en hun passieve reactie bij een incident. Het eerste wat je doet, is serieus de tijd nemen en uitleggen dat vrijwel iedereen blokkeert in crisissituaties. Samen bekijk je: wat is er precies gebeurd, was dit ongewenst gedrag? Wat de melder voelt, is leidend. Vervolgens bespreek je de opties: kou-uit-de-luchtgesprek, mediation, formele klachtenprocedure of aangifte? Door die duidelijkheid kunnen veel melders zelf verder. Zo niet, dan blijf jij ernaast staan. Bij aangifte gaan wij mee naar de politie.

Ook zegt hij: ‘Klachtencommissies zijn meestal intern, maar moeten ruimte hebben om volstrekt onafhankelijk te opereren. De voorzitter moet juridisch onderlegd zijn. Je hoort betrokkenen en eventueel ingebrachte getuigen, en komt tot een oordeel: gegrond of niet, plus advies aan de werkgever. Desgewenst kun je een intern cultuuronderzoek adviseren.’