Net nu de Koerden zich tot internationale helden hadden ontwikkeld, opent Turkije weer de aanval.
Een mijlpaal, zou het zijn. Iets meer dan een maand geleden werd de verkiezingsuitslag van de HDP-partij in Turkije met grote woorden onthaald. Na decennia strijd zouden de Koerden in Turkije eindelijk invloed kunnen uitoefenen. Bij de verkiezingen in Turkije had de uit de Koerdische gemeenschap voortgekomen HDP-partij de kiesdrempel gehaald, waardoor ze in het parlement kwamen. ‘A historic watershed, a moment of political empowerment for the long-suppressed Kurdish minority,’ schreef de New York Times.
Dit weekend werd duidelijk dat de euforie van korte duur was. Als reactie op vermeende aanslagen door de Koerdische PKK-militanten, viel Turkije verschillende Koerdische doelen in Turkije en Irak aan.
En dat terwijl het er voor de Koerden opeens juist zo rooskleurig uitzag. Lange tijd werden de ze in de internationale opinie vrijwel uitsluitend gezien als een stel guerrillastrijders in de bergen van Turkije. Marxistisch en gewelddadig, met als verpersoonlijking van het kwaad PKK-leider Abdullah Öcalan. Maar toen waren het ineens de Iraakse en Syrische Koerden, die er als enige in slaagden weerstand te bieden aan IS. De vijanden van onze vijand, dat zijn ons vrienden.
Aanvankelijk gingen er nog geruchten dat Turkije zelfs IS-strijders zou steunen, om tegen de Koerdische PKK en de Syrische Koerden te vechten. Toch vond ook Turkije IS uiteindelijk bedreigender. Internationaal werden de Koerden bovendien al snel helden. Vijanden van onze vijanden, die verdienen lof. Er werd volop geschreven, over Kobane’s Kurdish Heroes, de Kurds’ Heroic Stand en de dappere Koerden. Vanuit het Westen kregen ze wapens. En vooral de vrouwelijke strijders spraken overal tot de verbeelding. Hun voorkomen inspireerde vorig jaar zelfs een controversiële modecampagne van H&M.
Misschien was de Koerdische triomf wel te groot. Inmiddels heeft de Turkse regering haar pijlen weer als vanouds op de Koerden gericht. De Syrisch-Koerdische PYD mag officieel nog steeds een bondgenoot zijn, het is de vraag hoe lang dat zo blijft nu de PKK wordt aangevallen. En volgens sommigen is juist de Koerdische verkiezingswinst, die ervoor zorgde dat de AKP-partij van president Erdogan geen absolute meerderheid meer heeft, de reden voor de hernieuwde agressie. Nog steeds is er geen nieuwe regering gevormd. Bij mogelijke nieuwe verkiezingen komt een gewelddadig imago van de Koerden Erdogan bijzonder goed uit.
Na de recente liefde voor de Koerden brengt dat de internationale gemeenschap, en Amerika voorop, in een lastige positie. Afgelopen vrijdag was de Amerikaanse staatssecretaris van Defensie Ash Carter nog in Irak om zijn waardering voor de Koerden uit te spreken. Gisteren noemde het Witte Huis de reactie van Turkije op de door de PKK gepleegde aanslagen echter gerechtvaardigd. Ook voor Amerika staat de PKK nog steeds op de lijst van terreurorganisaties.
Maar tegelijkertijd kunnen zowel Turkije als Amerika niet zonder de Koerdische bondgenoten in Syrië. Niet voor niets krijgen de vroeger zo gebruikelijke Turkse aanvallen op Koerdische doelen nu zoveel internationale aandacht. Duitsland veroordeelde de Turkse aanvallen direct. Het beeld van de heldhaftige Koerden als enige bondgenoten in de strijd tegen IS heeft in het Westen indruk gemaakt. Het is voor Turkije de vraag of die geest nog terug in de fles kan.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.