Jaap Cohen is de biograaf van Theo van Gogh. In Vrij Nederland doet hij elke twee maanden verslag van zijn naspeuringen. Dit is aflevering 3.

Er zijn weinig mensen met zo’n paradoxaal karakter als Theo van Gogh. Aan de ene kant was hij charmant, gul en empathisch; iemand die kon inspireren en door zijn charisma een grote aantrekkingskracht uitoefende op veel mensen. Tegelijkertijd vertoonde hij destructief en kwetsend gedrag, wat ertoe leidde dat mensen hem tot op het bot konden haten. De ingewikkelde vraag die ik mij als biograaf moet stellen is: hoe heeft het complexe karakter van Theo van Gogh zich gevormd?

Concentratie: ‘héél matig!’

Karakter wordt niet alleen bepaald door erfelijkheid, maar ook door omgevingsfactoren als opvoeding en (jeugd)ervaringen. Voor een biograaf is het dus zaak om heel secuur te kijken naar de vormende jaren van de hoofdpersoon. In de nalatenschap van Theo van Gogh bevindt zich gelukkig redelijk veel materiaal dat licht werpt op zijn middelbareschoolperiode, waarin hij hevig aan het puberen was en vooral zijn moeder het bloed onder de nagels vandaan kon halen. Maar over de periode daarvóór, toen de ‘bolle Gogh’ van later jaren nog een klein, engelachtig jongetje was, zijn de documenten schaarser.

Concentratie: héél matig! Uit Theo van Goghs schoolverslagen doemt een beeld op van een vrolijk, druk en geïnteresseerd jongetje. Bij dit rapport was hij elf jaar. Foto: Jaap Cohen, uit collectie IISG, Amsterdam.

Tussen 1966 en 1969 – van zijn negende tot zijn twaalfde – zat Theo van Gogh op de Nutsschool in Wassenaar, een school die nog steeds bestaat. Het was een voor die tijd moderne school, waar veel aandacht werd besteed aan zaken als zelfwerkzaamheid en zelfexpressie. De onderwijzeressen van de school waren begaan met de leerlingen en hielden hun geestelijke ontwikkeling minutieus in de gaten. Hun bevindingen beschreven ze in halfjaarlijkse schoolverslagen, die vaak mooie psychologische karakteriseringen bevatten.

Uit Theo van Goghs schoolverslagen doemt een beeld op van een vrolijk, druk en geïnteresseerd jongetje, met veel belangstelling voor geschiedenis en taal. Van rekenen moest hij daarentegen niets hebben; ondanks aansporingen van de juffen was hij ervan overtuigd dat hij niet in de wieg was gelegd voor sommen maken. Een ander probleem was zijn concentratie: ‘héél matig!’

Veel van de bekende kenmerken van Van Goghs persoonlijkheid waren ook al in zijn jonge jaren aanwezig: ‘Hij heeft zo z’n eigen oordeel over de dingen, steekt die mening ook niet onder stoelen of banken (wel eens lastig!), maar hij is hierin volkomen eerlijk,’ schreef Theo’s favoriete ‘juffie Kan’ in februari 1969. En zijn onderwijzeres van een jaar eerder meldde: ‘Hij heeft een groot gevoel voor menselijke verhoudingen; zeer meelevend; fair; gevoel voor humor; ziet de betrekkelijkheid van alle menselijk handelen.’ Theo was tien jaar op dat moment.

Bang zijn gezicht te verliezen

Maar hoe zit het met die andere, minder geliefde trekken van Van Goghs persoonlijkheid? Zijn z’n onophoudelijke drang tot provoceren, ruziemaken en beledigen pas op latere leeftijd in zijn karakter geslopen, misschien als gevolg van ervaringen die hem mede hebben gevormd?
In het verslag van Van Goghs eerste jaar op de Nutsschool staat een observatie die in dit verband interessant is: ‘Theo heeft een enorm minderwaardigheidscomplex, dat hij probeert te verbergen door flink te doen. Hij is o zo bang zijn gezicht te verliezen,’ aldus juffrouw A. van der Garden in januari 1967.

Een ‘enorm minderwaardigheidscomplex’ – het is nogal een statement, dat op het eerste gezicht niet strookt met de zelfverzekerde, niets en niemand ontziende Theo van Gogh die we kennen. Bovendien is de theorie afkomstig van slechts één onderwijzeres, die volgens de ouders van Theo van Gogh niet eens bekend stond als de beste van het stel.

Aan de andere kant: een onderwijzeres komt niet zomaar met een dergelijke, stellige bewering. Bovendien komt extreem gedrag vaak ergens vandáán – mensen met een minderwaardigheidscomplex willen nogal eens overcompenseren. Het is daarom te vroeg om de karakterisering van juffrouw Van der Garden zo maar overboord te gooien. Nee, het is zaak om meer over Van Goghs vroege jeugd te achterhalen. En omdat het materiaal uit die tijd zo schaars is, zal ik op andere manieren moeten proberen om informatie te vergaren. Bijvoorbeeld door interviews met mensen die hem in zijn jonge jaren hebben gekend. Om de vorming van Theo van Goghs karakter écht te kunnen vatten, ben ik dus nog wel even bezig.

Concentratie: héél matig! Uit Theo van Goghs schoolverslagen doemt een beeld op van een vrolijk, druk en geïnteresseerd jongetje. Bij dit rapport was hij elf jaar.