Edith Hazelebach werd neergeschoten door haar ex-geliefde, een Ethiopische vluchteling. Hij liet haar achter met een glazen oog en een alarmknop op de deur.

Edith Hazelebach, een 58-jarige Rotterdamse blondine met een vrolijk gezicht en een aanstekelijke lach, focust graag op de positieve dingen in haar leven. ‘Sinds ik een hogere dosis anti-epileptica slik, gaat alles weer beter. Natuurlijk, soms heb ik wegtrekkers. Of mijn zicht is opeens beperkt. En ik zie al zo weinig met een glazen oog en een flinke sterkte. Maar ik probeer leuke dingen te doen. Ik heb lieve vrienden, en ik ga elke week naar de bioscoop.’

Haar glazen oog, aanhoudende vermoeidheid en epileptische aanvallen zijn symptomen van twee kogels die in Edith’s hoofd zitten. Een kogel kwam via haar oogkas binnen en verwoeste haar oog, de ander doorboorde de zijkant van haar schedel. Verwijderen zou meer schade opleveren, oordeelde de chirurg die Edith behandelde. Dus bleven ze zitten. De kogels zijn afkomstig van haar ex-geliefde Jared, een Ethiopische vluchteling met wie Edith ruim zeven jaar een relatie had. Jared leeft nu alleen nog maar voort in herinneringen: op dezelfde dag dat hij Edith beschoot, beroofde hij zichzelf van het leven.

‘Hoe het begon tussen ons?’ vraagt ze terwijl ze thee inschenkt aan de tafel van haar portiekflat in de binnenstad van Rotterdam. ‘Simpel; hij kwam op een avond mijn woonkamer binnenlopen en is niet meer weggegaan.’ 27 jaar was Edith, ze werkte voor een snelgroeiend castingbureau en woonde samen met twee vrienden. ‘Een van hen werkte bij Vluchtelingenwerk Nederland. Hij had een regel: nooit een vluchteling mee naar huis nemen. Voor Jared maakte hij een uitzondering.’

Jared kwam uit Ethiopië en sprak vloeiend Engels. ‘Zijn vader was voorzitter van de Kamer van Koophandel, zijn moeder bezat grote stukken grond. Ze stuurden Jared naar een Engelse kostschool.’ Hij was belezen en bereisd, sprak Russisch, Engels en al snel Nederlands. De hele kamer lichtte op als hij binnenkwam. ‘Het beeld dat mij nog bijstaat is hoe hij en ik met onze handen boven de straalkachel stonden te kletsen. Op een van die avonden boven de kachel is de vonk overgeslagen.’

Edith en Jared gingen samenwonen en werden onderdeel van elkaars levens. Zo reisde Edith naar de VS om Jareds oudere broer Henok te ontmoeten. ‘Dat was een ontzettende zachtaardige man, een ingenieur.’ Jared zat vol initiatieven. ‘Dan wilde hij leren tapdansen, net als Sammy Davis Junior. Of oude landbouwmachines naar Ethiopië verschepen. Hij was ook slim; hij volgde een cursus elektriconica, maar wist het vaak beter dan de leraar.’

Aan de vele striemen op zijn rug zag ik dat hij was gemarteld.

Maar Jared had een schaduwkant. ‘Hij had ’s nachts last van nachtmerries. Dan zat hij rechtop in bed, de lakens doorweekt van klam zweet. Ik heb nog nooit iemand zo bang gezien.’ Jared had geen woorden om zijn angst te beschrijven. Hij kon alleen fragmentarisch vertellen wat er met hem was gebeurd in Ethiopië. ‘Toen de Ethiopische Arbeiderspartij alle land ging onteigenen, sloot Jared zich aan bij een verzetsbeweging. Hij is opgepakt en vastgezet. Aan de vele striemen op zijn rug zag ik dat hij was gemarteld. Hij heeft mij beetje bij beetje verteld dat zijn zusje door militairen voor zijn ogen is verkracht en vermoord. Als ik toen meer had geweten over posttraumatische stress, dan had ik hem beter kunnen helpen. Maar nu durfde ik niet door te vragen, ik wilde geen pijnlijke herinneringen oprakelen.’

Hun relatie kwam op een keerpunt toen Ediths carrière in een stroomversnelling kwam. ‘Iedereen wilde mij hebben als casting director. Ik kwam steeds later thuis, maar Jared ging juist steeds minder de deur uit. Hij was gestopt als elektricien, kon het werken onder zijn niveau niet aan. Hij had een groep Nederlandse vrienden gemaakt, die nu hele dagen zaten te blowen bij ons thuis. Ik haatte die wiet, want hij deed niets meer. Soms opperde hij dat ik beter af was zonder hem.’ Maar toen Edith verliefd werd op een ander en de relatie wilde verbreken, bleek dat Jared Edith helemaal niet kon loslaten. ‘Hij greep hij me vanuit het niets bij de keel. Het is dat onze hond Kazan ertussen kwam, zo kon ik ontsnappen.’ De weken erop moest ze voor een film naar Keulen en Düsseldorf. ‘Maar ook in Duitsland was ik angstig. Ik keek steeds over mijn schouder.’

Juist meer mededogen

Jared wachtte tot Edith weer thuiskwam, en schoot haar op de avond van 28 augustus 1992 neer voor het kantoor van het castingbureau. ‘Het laatste dat ik me kan herinneren is dat ik de sleutel in de portier van mijn auto stak.’ Direct na zijn daad schoot Jared een kogel door zijn eigen hoofd. ‘Nederlandse vrienden hebben een kist voor hem betaald en hem teruggezonden naar Ethiopië.’

Van de periode in het ziekenhuis kan Edith zich niets herinneren. De angst en de pijn kwamen pas later, toen Edith bij haar ouders aan het revalideren was. ‘Ik kreeg extreme paniekaanvallen. Maar ik was ook verdrietig omdat Jared dood was, en omdat het leven waar ik zo ontzettend van hield voorbij was. Ik hield mijzelf voor dat ik weer kon werken, maar ik was volledig arbeidsongeschikt.’

Ediths nieuwe liefde, een presentator van een Rotterdamse radiozender, stelde een paar jaar na de beschieting voor om langs te gaan bij de broer van Jared in Amerika. Het werd een emotioneel weerzien. ‘Henok en ik zijn gaan wandelen met zijn tweeën. Steeds stonden we stil om elkaar te omhelzen, of omdat we samen moesten huilen. Henok schaamde zich zo voor wat zijn jongere broer had gedaan.’

Edith zal nooit weten wat Jared precies dreef. ‘Ik heb de eerste jaren zo min mogelijk over hem verteld aan vreemden. Ik wilde niet dat mijn verhaal zou worden gebruikt door mensen die asielzoekers haten.’ Wanhopig kan ze worden van de huidige toon van het asieldebat. ‘Soms moet ik het journaal uitzetten, dan lopen de tranen over mijn wangen. Door wat ik heb meegemaakt heb ik juist meer mededogen voor mensen die moeten vluchten voor oorlog. Ik ben nooit boos geweest op Jared; hij was het slachtoffer van terreur. Maar hij had nooit moeten beginnen met blowen, en betere begeleiding moeten krijgen voor de trauma’s uit zijn verleden.’

Minder vergevingsgezind is Edith voor de radiopresentator, die haar verliet na zestien jaar huwelijk. ‘Ik kan de ene man wel vergeven en de andere man niet. Gek eigenlijk, hè?’
Nu woont Edith alleen met haar poes Fuus. Vier vrienden hebben de sleutel van haar huis, mocht ze onwel worden, aan een goede alarmknop wordt nog gewerkt. ‘Maar het is doodeng om een aanval te krijgen als je alleen bent. Dat went nooit.’