Bluff your way into Europe

Stuitend zijn ze, het gros van de lezersreacties op websites als GeenStijl. Zonder benul van grammatica en interpunctie ontlasten neanderthalers zich op internet van hun vooroordelen, die doorgaans van hetzelfde lage allooi zijn als de kretologie van Geert Wilders. Als weldenkend mens wil je er niets mee te maken hebben. Een weldenkend mens vormt zijn mening immers met zijn verstand en niet met zijn ingewanden.

Jammer genoeg is de eurocrisis zo ingewikkeld geworden dat dat verstand er niet meer goed bij kan. En dan slaat de twijfel toe. Plotseling betrappen we onszelf op de gedachte dat Wilders misschien wel een béétje gelijk heeft met zijn tirades tegen Europa. Geef toe dat ook u wel eens overweegt op de eurosceptische maar verder o zo fatsoenlijke Emile Roemer te stemmen. En ontkent u maar niet dat weerzin u bekruipt wanneer De Jager weer eens bezweert dat al die miljarden heus, ja écht, door de Zuid-Europeanen tot op de laatste eurocent zullen worden terugbetaald.

Aldus knaagt de eurocrisis aan ons gekoesterde zelfbeeld van weldenkende, verantwoordelijke burger. En dat voelt zeer ongemakkelijk.

Er is gelukkig een remedie: zwem weg uit de verbale draaikolk. Als u voldoende afstand neemt, ziet u vanzelf dat de meeste beweringen over de crisis uiterst gebrekkig onderstut zijn. Hieronder een poging aan te tonen dat negen bekende argumenten uit het eurodebat in feite de nieuwe kleren van de keizer dragen. Historicus Maarten van Rossem, grootmeester in de relativering, was zo vriendelijk bijstand te verlenen.

1. Het WO III-argument: zonder Europa wordt het oorlog!

Een slag in de lucht. Er is geen enkel bewijs dat het einde van de Europese Unie Angela Merkel zal inspireren om Elzas-Lotharingen binnen te vallen. Los daarvan zou het stagneren van de Europese integratie heus niet meteen het einde van de EU betekenen. ‘Ik denk dat veel mensen onderschatten hoe ver de integratie al gevorderd is,’ zegt Van Rossem. ‘Maar zelfs áls de EU uiteen zou vallen, dan nog is er voor oorlog geen aanleiding. Aan de vorige oorlogen lagen typisch negentiende-eeuwse problemen ten grondslag, zoals de integratie van het opkomende Duitsland in het Europese machtsevenwicht. Tegenwoordig bestaat Europa uit tweede- en derderangs naties en zijn zulke problemen niet meer aan de orde.’

Conclusie: u kunt dit argument afdoen als ongefundeerde bangmakerij.

2. Het D66-argument: een volledige politieke unie is de enige oplossing!

Vaak wordt daar tegenin gebracht dat Europa er te divers voor is. ‘Overdreven,’ vindt Van Ros­sem. ‘Vermont en Texas verschillen meer van elkaar dan Dene­mar­ken en Italië.’

Maar er is een andere reden waarom we op de USE kunnen wachten tot we een ons wegen. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat unies hoogst moeizaam tot stand komen. Er zijn bijna altijd oorlogen nodig om de interne weerstand tegen het opgeven van de soevereiniteit te overwinnen: zie de Deutscher Krieg (1866) of de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Juist omdat we géén oorlog meer willen, zal de vorming van een echte federatie heel lastig blijken. Voor Europa is ‘een staat in permanente staat van wording’ het hoogst haalbare.

Conclusie: Europa is niet te divers, maar de vorming van een politieke unie zonder geweld blijft een droom van eurofederalisten.

3. Het Noorse argument: Noorwegen en Zwitserland zitten niet in de EU en doen het voortreffelijk. Zo moeten wij het ook doen!

Niets is wat het lijkt. Noren klagen juist dat Noorwegen altijd het braafste jongetje van de klas is. Als lid van de Europese Economische Ruimte (EER) is Noorwegen namelijk wel degelijk verplicht om een flink deel van de Brusselse regels als wetgeving door te voeren. Ondertus­sen praten ze niet mee op het hoogste niveau: de Europese Raad. ‘De Noren staan gewoon met anderhalf been in de EU,’ zegt Van Rossem. ‘Noorwegen is bovendien de grootste olieproducent in dit deel van de wereld, dat kun je niet met ons vergelijken. En Zwitserland is een parasitair staatje. Bespottelijk dat we blijven toestaan dat criminelen daar hun geld verstoppen. Nederland speelt handelstechnisch een totaal andere rol dan deze twee landen.’

Conclusie: Noorwegen met zijn olie en Zwitser­land met zijn bankgeheim zijn speciale gevallen. Vraag aanhangers van dit argument hoe het met outsiders IJsland of Albanië gaat.

4. Het PVV-argument: Nederland uit de EU, onafhankelijk staan we het sterkst!

Dit argument is gebaseerd op de aanname dat een de jure soevereine staat ook de facto soeverein zou zijn. Maar onafhankelijkheid is voor kleinere staten een zeer betrekkelijk begrip. ‘Het is een kul-argument van mensen die niet weten waarover ze praten,’ aldus Van Rossem. ‘Laten we wel wezen: Nederland is nooit onafhankelijk geweest. We zijn een kleine transito-staat die meedeint op de golven van de wereldeconomie. Zelfstandigheid is een fictie. De gulden is al in de jaren tachtig definitief vastgeklonken aan de D-Mark.’

Conclusie: Nederland danst naar de pijpen van de grote mogendheden en vaart daar wel bij.

5. De neuro: een economische unie van Noord-Europese landen is het ei van Columbus!

Een prominente PvdA’er vertrouwde mij al voor de crisis toe dat hij geen enkele fiducie had in de monetaire unie met Zuid-Europa. Helaas kun je de geschiedenis niet overdoen. Destijds is gekozen voor een drieste politiek van voldongen feiten: als Mohammed niet naar de berg komt, dan moet de berg naar Mohammed komen. En goh, daar blijkt verdomd weinig schot in te zitten.

Daarom pleit menigeen voor de Noordelijke euro of de neuro. Van Rossem: ‘De koers van zo’n munt zou meteen omhoog schieten, wat funest zou zijn voor de Duitse export. De werkelijkheid is dat de noordelijke eurolanden momenteel enorm profiteren van hun Zuid-Europese broeders. Ze zorgen er niet alleen voor dat de waarde van de euro niet uit de hand loopt, maar bezorgen ons tevens extreem lage rentetarieven op onze leningen.’

Ondertussen leent Nederland geld uit aan Griekenland tegen een rente van ongeveer vier procent. In Griekenland is het gemor daarover niet van de lucht, maar Nederland calculeert risico’s in en erkent daarmee impliciet dat de verzekering van onze politici dat elke cent zal terugkomen, nergens op gebaseerd is.

Conclusie: voor de neuro is het te laat. De simpele waarheid is dat Nederland vooralsnog flink aan de euro verdient.

6. Het vooruitgangsoptimistische argument: Zuid-Europa heeft nu eenmaal een andere politieke cultuur. We moeten ze de tijd gunnen om zich aan te passen!

Van Rossem: ‘Ze hebben een politieke klasse die niet effectief is. Maar ook Griekenland kan een modern land worden. De crisis is wat dat betreft een zegen.’

Maar wat nu als die modernisering toch niet van de grond komt? Misschien moeten we erkennen dat in een unie de sterke regio’s nu eenmaal opdraaien voor de zwakke. Hoelang zou Friesland het uitzingen zonder de Rand­stad? En waarom ligt geen Amerikaan er wakker van dat de arme staten door de rijke op de been worden gehouden?

Conclusie: of een land als Griekenland ooit tot economische tijger uitgroeit, valt te bezien. Dat de ene regio sterker is dan de andere, is een natuurwet waarmee we in EU-verband kennelijk nog moeten leren leven.

7. Racistisch argument 1: Grieken (en andere knoflookvreters) zijn lui en gaan van ons geld op hun vijftigste met pensioen. Weg met die gasten!

‘Grieken zijn niet lui,’ zegt Van Rossem, ‘alleen is hun economie uiterst inefficiënt.’

Feit is dat de lonen in Zuid-Europa structureel lager zijn. Velen verrichten daarom naast hun werk andere klussen – doorgaans zware handenarbeid. Dat op papier de binnenlandse consumptie in Griekenland is ingestort, zou best eens kunnen komen doordat iedereen weer nijver de voorheen verwaarloosde familie-akkertjes bewerkt (en een deel van de opbrengst zwart doorverkoopt). Wat de pensioenen betreft: in de Zuid-Europese ambtenarij komen uitwassen voor. Maar de pensioenregelingen voor overige werknemers zijn er een stuk soberder dan hier.

Conclusie: Zuid-Europeanen zijn beslist geen luie profiteurs. Hun lage arbeidsproductiviteit is wel een groot probleem.

8. Racistisch argument 2: Grieken (en andere knoflookvreters) zijn corrupt!

Het is altijd goed om voor ogen te houden dat elke cultuur zijn eigen vormen van corruptie kent. In Nederland is het zeer bedenkelijk hoe projectontwikkelaars, lokale overheden, corporaties en banken onder een hoedje blijven spelen om de naar een woning hunkerende burger een poot uit te draaien. Resultaat: hoge particuliere schulden en een gecrashte woningmarkt. De Griekse woningmarkt is gezond, en de hypotheekschuld laag. Maar wie een baantje zoekt voor zijn zoon of dochter, bezoekt het plaatselijke politieke kopstuk. Deze laatste praktijk is fnuikend geweest voor de kwaliteit van het overheidsapparaat en de betaalbaarheid ervan.

Conclusie: waak voor splinter in andermans oog zonder de balk in eigen oog te ontdekken.

9. Het mea culpa-argument: vergeet niet dat het mede ónze banken waren die al dat geld aan Zuid-Europa hebben uitgeleend!

‘Dat argument is volkomen juist,’ zegt Van Rossem. ‘De eurocrisis is nog altijd in de eerste plaats een bankencrisis, veroorzaakt door volkomen foute risico-percepties.’

De grote weeffout van de euro is dat het veel concurrerender Noord-Europese bedrijfsleven op de Zuid-Europeanen is gedoken die plotseling goedkoop grote hoeveelheden harde euro’s konden lenen. Toen de financiële markten begonnen te twijfelen of al die euro’s ooit wel zouden worden terugbetaald, brak de huidige pleuris uit. De moeizame pogingen van Noord-Europa om Zuid-Europa voor een totale financiële meltdown te behoeden, behoren tot de categorie welbegrepen eigenbelang.

Conclusie: onze banken hebben kilo’s boter op hun hoofd, net zoals de cliëntelistische politieke klasse in Zuid-Europa. Maar de geschiedenis is niet terug te draaien. Wie weet oogsten de huidige EU-leiders over tien jaar lof voor de grootste monetaire reddingsoperatie in de geschiedenis.