President Duterte van de Filipijnen maakt vaart met zijn belofte de drugsmisdaad uit te bannen, zag correspondent Jan De Deken. Mensenrechten spelen daarbij geen rol.

‘We waren jeugdvrienden,’ zegt Suzan Marabe. Ze staart afwezig naar de donkere plas bloed aan haar voeten, naast de verlaten spoorweg die de door misdaad geplaagde wijk Maypajo doormidden klieft. Het is twee uur ’s nachts. Het met kogels doorzeefde lichaam van Regie Sarmiento (30) is net in een lijkzak weggedragen, een kwartier nadat politieagenten voor het oog van de perscamera’s een zakje shabu (crystal meth) uit zijn broekzak haalden. Volgens de overheidsstatistieken is zestig procent van de criminaliteit in de Filipijnen gelinkt aan deze verslavende metamfetamine.

‘Toen Regie aan de shabu ging, wilde ik niets meer met hem te maken hebben. Kort daarop begon hij te dealen. Onder invloed was hij vaak agressief. Hij beroofde mensen. Bang om vermoord te worden, stopte hij met dealen toen Duterte aan de macht kwam. Maar enkele weken geleden begon hij opnieuw uit geldgebrek,’ zegt Marabe. ‘Weinig buurtbewoners zullen zijn dood beklagen.’

Tien meter verderop liggen nog twee dodelijk getroffen slachtoffers. Naast een patrouillewagen wachten drie verdachten in handboeien tot ze door de politie worden weggevoerd. Sarmiento’s buurvrouw is in tranen. Andere buurtbewoners kijken gelaten toe. In deze wijk van de stad Caloocan, die deel uitmaakt van de hoofdstedelijke regio Metro Manilla, worden de afgelopen maanden aan de lopende band mensen vermoord. ‘Door wie, dat weten we niet. Als er ’s nachts schoten klinken of zaklampen door de straten schijnen, heeft niemand de moed om de straat op te gaan,’ zegt Nick, een 28-jarige telefonist in een callcenter. ‘We vinden ook vaak lijken van mensen die we nooit eerder hebben gezien. Ze worden elders vermoord en hier gedumpt.’ Net als de andere buurtbewoners is hij spaarzaam met commentaar. Wel wil hij dit kwijt: ‘Wat me bang maakt, is dat we de agenda van de moordenaars niet kennen. Iedereen is ongerust, niemand wil een familielid verliezen. Aanvankelijk waren we allemaal enthousiast over de belofte van de president om ons land van drugs te bevrijden, maar dit is niet wat ik in gedachten had.’

Rodrigo Roa Duterte verloor geen tijd toen hij op 9 mei de presidentsverkiezingen won. De 71-jarige voormalige burgemeester van de zuidelijke stad Davao won met de belofte om in zes maanden tijd het land van alle drugsmisdaad te verlossen. De man die ooit zei dat hij zijn eigen kinderen zou vermoorden als ze drugs zouden nemen, beloofde de vissen in de baai van Manilla vet te mesten met de lijken van alle drugsdealers en nietsnutten die hij erin zou dumpen. Hij riep de bevolking op zelf drugsverdachten te vermoorden en beloofde de politie en zichzelf bij voorbaat amnestie. ‘Pardon gegeven aan Rodrigo Duterte voor de misdaad van meervoudige moord, getekend Rodrigo Duterte,’ klonk het tijdens de campagne.

1,7 miljoen criminelen

Tussen Dutertes inauguratie op 30 juni en 22 september voerde de politie 20.500 anti-drugsoperaties uit. Daarbij werden 18.451 veronderstelde dealers en gebruikers gearresteerd en kwamen 1.506 burgers om het leven. Daarnaast werden in diezelfde periode nog eens 2.294 veronderstelde drugsverdachten vermoord door onbekenden, de zogenaamde vigilante killings of moorden door burgerwachten. Uit angst om de volgende te zijn, hebben 725.000 mensen zich intussen vrijwillig aangegeven bij de politie. Volgens de regering gaat het om 672.000 druggebruikers en 53.000 dealers.

‘We verwachten dat eind dit jaar 1,7 miljoen criminelen zichzelf aangegeven zullen hebben,’ zegt John Castriones, die als onderminister van Binnenlandse Zaken het antidrugsbeleid aanstuurt. ‘De president schat dat er zeven keer meer drugscriminelen zijn dan zich hebben aangegeven. Zelfs hij wist niet dat het probleem zulke proporties had aangenomen. Hij heeft de bevolking daarom zes maanden extra tijd gevraagd om het op te lossen.’

Volgens politiecijfers is 34 procent van alle Filipijnse barangays (de kleinste bestuurlijke indeling) door drugsmisdaad geïnfiltreerd. In Metro Manilla is dat 92 procent. Vooral in de arme stadswijken wordt volgens Castriones het sociale weefsel door drugs vernield.
De drie slachtoffers in Maypajo zijn door politiekogels geveld. ‘Het was een buy-bust-operatie,’ zegt een inspecteur. Undercoveragenten hadden voor een drugsdeal afgesproken met de verdachten om hen op heterdaad te betrappen. Volgens de inspecteur haalden die revolvers tevoorschijn en volgde er een vuurgevecht van een half uur. Uit hun revolvers worden echter voornamelijk volle kogelhulzen gehaald. De slachtoffers zijn in de rug neergeschoten. Niets wijst op een langdurig vuurgevecht.
‘Regie had geen vuurwapen, dat weet ik zeker,’ zegt Marabe. Sinds kort had ze weer contact met hem. Twee maanden geleden werd Marabe’s echtgenoot in een anti-drugsoperatie gearresteerd, ook al heeft hij volgens Marabe nooit drugs aangeraakt. ‘Hij is vuilnisman en was aan het werk langs de rivier. De politieagenten hielden hem onder schot en vroegen of hij kon zwemmen. Ze zeiden: “We zullen je vrijlaten. Zwem maar weg.” Mijn man antwoordde niet, hij huilde alleen. Hij wist dat ze hem zouden neerschieten als hij in de rivier zou springen. Hij zit nu al twee maanden in de gevangenis, op verdenking van drugshandel terwijl hij nooit in zijn leven drugs heeft aangeraakt. De politie heeft bewijsmateriaal in zijn zakken gestoken. Zonder hem hebben we geen inkomen meer. Regie gaf me de afgelopen weken af en toe wat geld om eten te kunnen kopen voor mijn driejarige dochter.’

Diezelfde nacht werden naar schatting veertig drugsverdachten gedood door politieagenten of doodseskaders. Bij elke politiemoord heet het dat de verdachte zich verzette, zelfs als die in handboeien werd neergeschoten.
‘De regering heeft de politie per zone en per eenheid quota opgelegd,’ zegt Ramon Casiple, politiek analist en directeur van het Institute for Political and Electoral Reform. ‘Als je niet een bepaald aantal dealers of gebruikers arresteert, wordt je een gebrek aan enthousiasme voor de antidrugscampagne verweten. Veel agenten werden om die reden al overgeplaatst. Mensen die zich hebben overgegeven, worden vaak toch gedood en gelabeld als drugsdealers om de quota te halen.’

Het met kogels doorzeefde lichaam van Regie Sarmiento in de door misdaad geplaagde wijk Maypajo. Foto: Jan de Deken
Trojaans paard

‘We onderzoeken momenteel in honderden recente cases of het politiegeweld proportioneel en noodzakelijk was en of de moorden adequaat intern onderzocht worden,’ zegt Jacqueline de Guia-De la Peña van de Commission on Human Rights (CHR), een onafhankelijke overheidsinstelling die werd opgericht na de dictatuur van Ferdinand Marcos (1965-1986) om mensenrechtenschendingen door de autoriteiten aan te klagen. Het onderzoek verloopt moeizaam. ‘Families van slachtoffers zijn terughoudend om een klacht neer te leggen. Uit angst voor vergelding en voor de reactie van hun directe omgeving of omdat ze er de middelen niet voor hebben.’ In de Filipijnen betaal je voor een autopsie. Ook als je wilt dat een moord wordt onderzocht.
De regering-Duterte ziet de commissie als een Trojaans paard, binnengevoerd door het vorige kabinet. ‘We steunen de oorlog tegen drugs. Maar we roepen de regering wel op om die humaner en met respect voor de wet en voor de mensenrechten uit te vechten. Anders krijg je chaos en willekeur, en uiteindelijk een instorting van democratische instellingen,’ zegt de Guia-De la Peña. Ze zag de afgelopen maanden een alarmerend aantal aantijgingen van mensenrechtenschendingen, maar wil geen voorbarige conclusies trekken. Ook niet over de verklaringen van de president. ‘Vaak zijn ze vaag of worden ze nadien ingetrokken. De inhoud loopt zo sterk uiteen dat het moeilijk is om te zeggen of ze vertaald worden in beleid. Hopelijk zal uit ons onderzoek blijken of er vanuit de regering rechtstreekse instructies om te doden zijn.’

Ook politiek analist Ramon Casiple vindt het gevaarlijk conclusies te trekken uit de praatjes van Duterte. ‘Zijn mond is sneller dan zijn actie, ook al is zijn actie bijzonder snel. Niemand weet hoe betrouwbaar zijn verklaringen zijn, zelfs zijn eigen mensen niet.’
In Manilla doet de volgende grap de ronde. Duterte en Ernesto Abella (zijn woordvoerder) stappen een restaurant binnen. ‘Wat mag het zijn?’ vraagt de serveerster. ‘Voor mij graag gebakken kip,’ zegt de president. Even later komt ze terug. ‘Excuseer, meneer, wat had u besteld?’ ‘De president zei dat hij graag spaghetti wil,’ antwoordt Abella.

De Abella uit de grap komt met uitgeschreven antwoorden op twee weken geleden doorgestuurde vragen aan zijn bureau in het presidentieel paleis zitten. De woordvoerder van Duterte heeft naar eigen zeggen een moeilijke baan. De president wordt volgens hem vaak verkeerd begrepen, vooral in het Westen. Zijn herhaalde beledigingen aan het adres van de VN en Obama (‘hoerenzoon’), zijn opgestoken middelvinger naar de EU, zijn toenadering tot China; volgens Abella zijn het uitingen van Dutertes frustratie over de hooghartige verklaringen van lieden die de Filipijnse cultuur niet begrijpen. Abella nuanceert het verhaal dat er een actief beleid zou zijn om drugsdealers en -gebruikers te vermoorden, ook al heeft de president dat vele malen gezegd. ‘Hij moet zich zo sterk uitspreken om het beleid tanden te geven. Denk je dat er anders zoveel mensen zouden zijn die zichzelf aangeven? Het is een strategie. Wij zijn geen barbaren die mensen vermoorden.’ Maar Abella ontkent niet resoluut dat de regering betrokken is bij gerichte moorden door doodseskaders, zoals een politieofficier op 4 oktober anoniem getuigde in The Guardian. De man beweerde tot een van tien recent door de politie opgerichte doodseskaders te behoren en in 87 moorden een aandeel te hebben gehad. ‘Dat zijn speculaties. Ik zeg niet dat het niet waar is. Het zou waar kunnen zijn,’ zegt Abella.

Abella gelooft niet in de zogenaamde burgerwachten die met presidentiële permissie het heft in eigen hand zouden nemen. ‘Het zijn voornamelijk afrekeningen binnen het criminele milieu.’ Nu de president hen op de hielen zit, wordt iedereen die te veel weet vermoord. Ook moorden door de politie plaatst Abella in dat licht. ‘Naar schatting tien procent van het nationale politiekorps is zelf bij de drugsmisdaad betrokken.’ Is het in zulke omstandigheden wel verantwoord om de politie zoveel macht te geven? ‘De president moet het doen met de middelen die hij heeft,’ zegt Abella. ‘Niemand wist hoe groot dit probleem was. We stompen tegen een mierenhoop en plots komen er hele kolonies uit. Onze aanpak had niet zo drastisch hoeven zijn als de vorige regeringen iets hadden ondernomen. De president moet het heft wel in eigen hand nemen, want de rechterlijke macht is zwak, onderbemand en corrupt. Het zou jaren duren om dat aan te pakken. Zelfs de senaat lijkt door drugsgeld gecompromitteerd.’

Deze zomer las Duterte op tv een lijst voor met ambtenaren die ervan verdacht worden aan de drugsmisdaad gelinkt te zijn. Daarop prijkten namen van politieofficieren, burgemeesters, gouverneurs, legergeneraals en rechters. Een deel van hen bleek nadien onschuldig, niet meer in functie of overleden te zijn. Het voedt de perceptie van nattevingerwerk, zoals ook de opgelegde quota gebaseerd zijn op weinig accurate veronderstellingen van de president.

De antidrugsoorlog van Duterte lijkt op een bulldozer die een reeds veel te lang rottend gebouw neerhaalt, maar terloops de rest van de straat vernielt. De bevolking vindt dat vooralsnog niet bezwaarlijk. Volgens een recente peiling is 75 procent van de honderd miljoen Filipijnen tevreden met het overheidsbeleid. Slechts 11 procent is dat niet. De verkiezing van Duterte was ingegeven door oprechte woede. Woede om corrupte, zichzelf bedienende politieke elites die hun verkiezingscampagnes met drugsgeld financieren. Woede om de teloorgang van hun buurten, waar nooit zoveel moorden en overvallen waren als in de afgelopen jaren. Nergens zijn zoveel problematische drugsgebruikers als op de Filipijnen, overal maken verslaafden de straten onveilig. Ze worden gepercipieerd als wilden; onberekenbaar, nietsontziend en zelfs door demonen bezeten. ‘Heb je niet gehoord van die man die zijn drie maanden oude baby doodsloeg met een hamer omdat hij dacht dat het een kikker was? En de jongen die zijn grootmoeder verkrachtte omdat hij haar zag als een schoonheidskoningin?’ bekrachtigt onderminister Castriones de urgentie van het drugsprobleem.

Drugsgebruikers zijn geen mensen en verdienen dus geen mensenrechten, zei Duterte meermaals. Dat resoneert. Veel Filipijnen zien mensenrechten als iets van de voormalige communistische oppositie tegen Marcos en het hypocriete Westen, de ex-kolonisator die op ontwikkelingslanden neerkijkt vanuit een moreel luchtkasteel. Mensenrechten zijn iets waarop het land bekritiseerd werd tijdens de dictatuur, terwijl dat volgens velen het gouden tijdperk van de Filipijnen was. Dutertes lak aan politieke correctheid en zijn snelle, compromisloze acties zien ze als een verademing na decennia waarin de hardwerkende bevolking slechts de melkkoe van de elite was.

‘Nu zijn het de criminelen die vermoord worden in plaats van onschuldige mensen. Ook in mijn wijk drijven de lijken in de rivier. Het is hard, maar dit is wat we nu nodig hebben,’ zegt Mark Lee, een 32-jarige vader van drie. Hij is blij dat hij niet langer kinderen openlijk crystal meth in zijn straat ziet dealen. Velen zagen de afgelopen maanden hun straten veiliger worden. Er is een avondklok voor minderjarigen, criminelen en corrupte ambtenaren houden zich gedeisd.

Alleen maar onveiliger

‘Waar waren jullie toen het geweld en de corruptie explodeerden,’ steekt de 38-jarige Jhun uit Davao zijn irritatie voor de westerse kritiek niet onder stoelen of banken. ‘We hebben jaren op een leider als Duterte gewacht. Dit keer hebben we gestemd voor echte verandering. Als Duterte iets overkomt, ik zweer het je, dan begin ik mensen neer te schieten.’

Ook de 24-jarige Jervy SantaMaria heeft actief stemmen geronseld voor Duterte in zijn wijk Doña Ana, in Caloocan. Hij werkte in een textielfabriek. Duterte zou opkomen voor onderbetaalde arbeiders zoals hij. Maandenlang droeg hij rond zijn pols een verkiezingsgadget met de naam van de president. Tot die bewuste 29 juli. ‘Jervy was de deur uitgegaan met zijn vrienden Jonathan en Dexter,’ zegt zijn moeder Emily SantaMaria (51). ‘Ze stonden in een kledingwinkel toen gemaskerde mannen binnenkwamen en hen alle drie in de knieën schoten. Daarna werden Jervy en Jonathan vermoord, telkens met een schot in de maag en in het hoofd. Dexter werd in de kaak geschoten en deed alsof hij dood was. Net na middernacht stond hij bloed hoestend aan onze deur.’ Geen van de jongens had ooit drugs gebruikt. ‘De politie zei dat de moordenaars zich vergist moeten hebben,’ zegt SantaMaria. Het pro-poor-beleid van Duterte noemt ze een illusie. ‘Er worden alleen arme mensen gedood, en onze wijk is alleen maar onveiliger geworden. Vroeger sliepen mensen buiten om de hitte te ontvluchten, nu durft niemand na zonsondergang nog de straat op.’

Aan de frontlinie

Abella wuift alle kritiek op het vermoorden of arresteren van onschuldigen weg. ‘We moeten kijken naar het netto-effect op de rest van de bevolking. Mensen voelen zich veiliger en hebben weer hoop. Dat is de essentie.’

In de kloof tussen de westerse verontwaardiging en de Filipijnse bewondering schuilt het monster dat collatoral damage heet. Niet getroffen Filipijnen zijn bereid die te aanvaarden als dat de meerderheid ten goede komt. In de woorden van Abella: ‘Individuele mensenrechten eindigen waar gemeenschapsrechten beginnen.’ Hij vraagt het Westen om verder te kijken dan de beladen verklaringen van de president. ‘Natuurlijk zouden we graag willen dat iedereen zo verfijnd is als Obama. Maar sommigen zijn zoals Duterte. Ik kan alleen maar zeggen: kijk naar Davao.’
Nergens is Duterte zo populair als in de stad waar hij zeven keer tot burgemeester werd verkozen. In mei haalde hij er 85 procent van de stemmen binnen. ‘Duterte was altijd erg bereikbaar voor burgers. In zijn vrije tijd reed hij rond als taxichauffeur om te zien wat er in de stad gebeurde,’ verklaart politiek analist Casiple zijn aantrekkingskracht. ‘Hij had een eenvoudige levensstijl. Er zijn corruptie-aantijgingen geweest tegen zijn bestuur, maar zelden rond persoonlijke zelfverrijking.’
Duterte stamt uit een lokale politieke dynastie en begrijpt volgens Casiple de provincies, in tegenstelling tot de elites die vanuit ‘Imperial Manila’ regeren. ‘De lokale realiteit is veel harder, je staat er aan de frontlinie. Davao was een achtergestelde stad die gebukt ging onder misdaad. Rebellengroeperingen marcheerden door de straten, er lagen dagelijks doden op straat. Duterte trad met ijzeren hand op tegen criminelen en bereikte een vredesakkoord met de rebellen. Hij maakte van Davao een van de meest ontwikkelde steden van het land. Orde en stabiliteit zijn voor hem de sleutel. Investeringen en welvaart volgen dan vanzelf.’
Landelijk gaat Duterte op dezelfde manier te werk. Hij onderhandelt met de maoïstische rebellen in het zuidelijke Mindanao en reikt er gematigde moslims de hand. Hij maakt het bedrijven makkelijker om te investeren, maar herroept tegelijkertijd toegekende mijnbouwconcessies die de belangen van de lokale bevolking schaden.
Duterte wordt zelden bekritiseerd op zijn doelstellingen, wel op de middelen die hij daartoe inzet. In Davao wordt hij ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij meer dan duizend moorden op criminelen, straatkinderen en politieke rivalen door de beruchte Davao Death Squads. In 2012 concludeerde de Mensenrechtencommissie dat geen van de moorden ooit behoorlijk was onderzocht door de politie of het gerecht. De regering benadrukt dat er nooit bewijs is gevonden tegen Duterte.

Duterte tussen de soldaten voor een militair ziekenhuis in Quezon City. Foto: EPA/ANP
Klimaat van geweld

‘Ook als de president niet persoonlijk het bevel geeft, is hij verantwoordelijk. Zijn actieve aanmoediging om mensen te doden, creëert een klimaat van geweld,’ zegt Budit Carlos van iDEFEND, een coalitie van meer dan zestig ngo’s en andere middenveldorganisaties die in augustus werd opgericht om mensenrechtenschendingen aan te klagen. Carlos ziet de huidige drugsoorlog als een license to kill voor al wie iemand het zwijgen wil opleggen. Zo werden in september acht lokale vakbondsleiders vermoord. ‘Aangezien Dutertes actieve aanmoediging om mensen te doden, creëert een klimaat van geweld.misdaden nauwelijks worden onderzocht, is het erg makkelijk geworden voor niet-statelijke actoren zoals bedrijven om tegenstanders uit de weg te ruimen.’
iDEFEND klaagt ook de arbitraire samenstelling van de lijsten van drugsverdachten aan die door de politie en de lokale besturen samen met de regering worden opgesteld. Als je naam terecht of onterecht op de lijst belandt, kan je je maar beter aanmelden als drugsgebruiker om niet vermoord of gearresteerd te worden. Een catch 22, zegt Carlos, want ‘ook mensen die zich wel hebben aangegeven worden vermoord, gemarteld of opgesloten. Jezelf aangeven als drugsgebruiker is bijzonder riskant.’

Volgens Danilo B. Villanueva, kapitein van de barangay Escopa in Quezon City, zet de president een enorme druk op politiecommandanten en lokale leiders om binnen zes maanden alle drugsproblemen uit te roeien. ‘Sommigen gaan daar graag in mee, maar ik geloof niet in zo’n termijn. Het klopt dat drugs onze gemeenschap vernielen, maar mensen dealen omdat het makkelijk geld is, omdat ze geen onderwijs hebben genoten en geen vaardigheden hebben. Het grondprobleem is armoede, dat veeg je niet zomaar even weg.’
Toen in Escopa in juni een eerste drugsgebruiker die zichzelf had aangegeven werd vermoord, ging Villanueva met de politiekolonel praten. ‘Ik vroeg hem mijn barangay te vrijwaren van moorden en beloofde het probleem zelf aan te pakken.’
Villanueva richtte een vereniging op voor voormalige drugsgebruikers: Tokhan genoemd naar de politieoperaties waarbij drugsverdachten worden opgespoord. De Tokhangroep wordt door de ex-verslaafden zelf gerund. Ze hebben een basketbalteam en doen aan zumbalessen en gemeenschapswerk. De regering beloofde onlangs om drugsverslaving voortaan ook als een gezondheidsprobleem te behandelen en rehabilitatiecentra te openen, maar concrete stappen heeft Villanueva nog niet gezien. Vooralsnog betaalt hij alles uit eigen zak.
Hij beseft dat het doekjes voor het bloeden zijn. 75 mensen hebben zich in Escopa aangegeven, op een bevolking van twintigduizend. Dat is weinig, erkent hij. ‘Ik adviseer drugsgebruikers om zich te melden bij de politie, maar velen durven niet meer.’
Die vrees lijkt terecht. Gisterenavond nog werd Emmanuel Fernandez gearresteerd, de vicevoorzitter van Tokhan. Zijn schoonvader overleed daarop aan een hartaanval. ‘Emmanuel had zijn leven gebeterd en was erg actief in Tokhan. Hij stimuleerde andere gebruikers om zich aan te geven,’ zegt Lisa Luces (32). Ook zij heeft een leidende rol in Tokhan sinds ze shabu enkele maanden geleden heeft afgezworen. Uit angst voor Duterte, geeft ze toe. ‘Maar nu zien we dat voormalige kleine gebruikers en dealers toch worden gearresteerd of gedood omdat ze de echte criminelen kunnen aanwijzen. We zijn allemaal bang om de volgende te zijn.’
Sinds het akkoord van Villanueva met de politiekolonel werd in Escopa niemand meer vermoord, op een uitzondering in Metro Manilla na. Maar tegen arrestaties kan ook hij niets ondernemen. ‘Anders sta ik binnenkort misschien zelf op de narcolijst van de president.’