Bij de Nederlandse verkiezingen heeft ongeveer de helft van de bevolking een proteststem uitgebracht en we komen steeds meer terecht in polarisatie, in ‘wij tegen zij’, zoals in de VS of Polen. Wij hebben meer partijen (er deden er 26 mee, vijftien daarvan zijn in de Tweede Kamer gekomen) en denken daarom dat het hier zo’n vaart niet zal lopen. Maar ook bij ons maakt vijanddenken dat er nauwelijks nog iets opgelost kan worden. Wat is er eigenlijk aan de hand? En hebben we nog iets aan de termen ‘links’ en ‘rechts’ om te duiden wat de kiezer wil?

Wij pleiten voor iets beters: het waardenmodel van de zes psychologische voorkeuren die gaan over wat mensen waardevol of belangrijk vinden. Daarmee kun je stemgedrag beter verklaren en meningsverschillen overbruggen. Als je iedereen in z’n waarde laat, kun je tot samenwerking komen.

Behoeften

Psycholoog Graves ontdekte vorige eeuw dat mensen hun waarden aanpassen aan hun leefomstandigheden. In een dorp is het bijvoorbeeld belangrijk dat je het goed kunt vinden met de anderen, in een grote stad is het belangrijker dat je weet hoe concurrentie werkt.

Ieder mens heeft bepaalde behoeften die zich vertalen in waarden. Je kunt deze grofweg indelen in zes voorkeuren, of ‘kleuren’, blijkt na een halve eeuw wereldwijd onderzoek door de psychologen Graves, Beck en Cowan. Elke kleur heeft een bepaalde kracht en positieve en negatieve kanten:

Waardenkleur
Nadruk op
Identificatie met
Kracht
+ Zorgt voor:
– Schiet door in:
Paars
Wij
Familie, stam, volk
Gemeenschapszin
Veiligheid en tradities
Vreemdelingenhaat ‘de racist’
Rood
Ik
Medestanders

Strijdlust & daadkracht

(instinct)

Opkomen voor zichzelf of verdrukten

Populisme, rebellie, opportunisme

‘de boze burger’

Blauw
Wij
Natiestaat
Rechten & plichten (moraliteit)
Orde en gezag

Nationalisme, regelzucht

‘de bureaucraat’

Oranje
Ik
Wereldmarkt/economie

Competitie & innovatie

(rationaliteit)

Welvaart

Graaien, globalisme

‘de koopman’

Groen
Wij
Wereldgemeenschap/ecologie

Harmonie & verbinding

(ethiek)

Welzijn

Politiek correct, soft, woke

‘de dominee’

Geel
Balans
Alle bovenstaande

Synergie

(intuïtie)

Systeemintegratie
Voor de troepen uit ‘het orakel’

Verkiezingen zijn er om steeds die maatschappelijke problemen naar boven te halen waarvan de bevolking vindt dat die moeten worden aangepakt. In plaats van te constateren dat de kiezer ‘rechts heeft gestemd’, kun je beter nagaan vanuit welke kleur hij stemt.

Bijvoorbeeld vanuit paars wanneer hij zich niet meer herkent in mensen om zich heen; vanuit rood wanneer hij zich achtergesteld of bedreigd voelt; vanuit blauw als hij ontevreden is over het functioneren van de rechtsstaat; vanuit oranje als hij vindt dat hij al genoeg belasting betaalt, vanuit groen als hij zich zorgen maakt om het klimaat of discriminatie, vanuit geel als hij vindt dat het systeem niet meer voldoet.

Mensen hebben niet alleen bepaalde behoeften, ze maken ook steeds een afweging tussen ik (vrijheid) en wij (solidariteit). Elke kleur legt de nadruk op een van beide. Ook een gezonde samenleving pendelt tussen deze polen. Deze slingerbeweging heeft lange tijd het karakter gehad van een strijd tussen enerzijds arbeid (WIJ-pool), vertegenwoordigd door de links-progressieve PvdA en anderzijds kapitaal, vertegenwoordigd door de rechts-conservatieve VVD (IK-pool).

Interessant is dat partijen die nu succesvol zijn, zich zowel profileren op IK als op WIJ. PVV, NSC en BBB doen beloftes op het gebied van IK-thema’s zoals soevereiniteit en immigratie én op WIJ-thema’s zoals bestaanszekerheid, zorg en wonen.

Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is het oranje liberale marktdenken en daarmee ook het IK-denken gaan domineren. De VVD, vertegenwoordiger van dat gedachtegoed, is vanaf 2010 onafgebroken aan de macht geweest. Het IK-denken is de laatste jaren sterker dan het beleven van WIJ.

Vasthouden aan eigen kleur

Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Nederlandse handelsbelangen het blikveld van mensen verruimd van vooral nationaal (blauw) naar economisch internationaal (oranje). Denk aan de Europese interne markt en de enorm toegenomen wereldhandel. De daarmee gepaard gaande uitbuiting van arbeiders in lagelonenlanden en de klimaatverandering verruimden het blikveld van sommigen verder naar ecologisch internationaal (groen). Voor anderen, die vanuit rood/blauwe waarden leven, is dat een ver-van-mijn-bed-show. Oranje en groen leiden in hun ogen de aandacht en het geld af van problemen als bestaanszekerheid, zorg, wonen en immigratie, die vooral op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden ervaren.

De polarisatie tussen de oranje/groene en de rood/blauwe waarden heeft tot gevolg dat ze steeds verder van elkaar af komen te staan en nauwelijks nog contact hebben met elkaar.

Mensen hebben de neiging vast te houden aan hun eigen kleur in dit model en de strijd aan te gaan met de andere. Op dit moment gaat de strijd om de macht tussen enerzijds oranje/groen en anderzijds rood/blauw. De succesvolle, doorgaans hoger opgeleide, internationaal actieve oranje/groenen zijn het spel steeds meer gaan bepalen. Zij waren tot voor kort het best vertegenwoordigd in Den Haag. Anderen gaan mee in de duiding van ‘de gevestigde orde’ of ‘de elite’ die hen in de steek laat. Zij zetten zich af tegen die elite door leiders te steunen die oranje/groen eens goed de waarheid zeggen en beloven orde op zaken te stellen.

Beide kampen werken de polarisatie in de hand. Oranje/groen Nederland geeft met betweterigheid de rood/blauwe medeburger het gevoel dat men in Den Haag op hem neerkijkt. Ondertussen ontkent rood/blauw de uitdagingen op wereldschaal en wil terug naar een geïdealiseerd verleden. Oranje/groen maakt de grote fout zich niet te realiseren dat er alleen maatschappelijk draagvlak voor hun ideeën komt als zij iedereen meenemen. Gebeurt dat niet dan komt rood/blauw in opstand. En dat is precies wat er aan de hand is.

Doorschieten in eigen gelijk

De polarisatie tussen de oranje/groene en de rood/blauwe waarden heeft tot gevolg dat ze steeds verder van elkaar af komen te staan en nauwelijks nog contact hebben met elkaar. Daardoor corrigeren de kleuren elkaar niet meer en schieten ze door in hun eigen gelijk:

  • Paars: Het gemis aan een hechte gemeenschap vertaalt zich in vreemdelingenangst waarin zorgen worden geprojecteerd op immigranten.
  • Rood: Woede over het uitblijven van daadkracht verleidt tot het kiezen voor populistisch leiderschap dat de bijl zet in de rechtsstaat. Niet meer willen betalen voor ‘linkse hobby’s’ zoals klimaat- en vluchtelingenbeleid.
  • Blauw: De overheid mijdt risico’s door alles in regels en procedures vast te leggen waardoor het systeem vastloopt.
  • Oranje: Grote ondernemingen nemen een loopje met de zwakke overheid en met de maatschappij door zo min mogelijk belasting te betalen. Het individu stelt eigen luxe voorop.
  • Groen: Empathische burgers schrijven de oorzaak van alle ellende toe aan daders die overal verantwoordelijk voor zijn (boomers, de witte randstadman, het kapitalistische Westen) en huilen mee met slachtoffers die nergens verantwoordelijk voor zijn. Ze zitten in bubbels van gelijkgestemden.
  • Geel: Visionairen zijn te veel met de toekomst bezig, te weinig met waar mensen hier en nu mee worstelen.
Elkaar begrijpen

Rood is geweldig als rookmelder van problemen en hun boodschap moet serieus worden genomen. Rood is echter niet goed in het vinden van oplossingen voor complexe vraagstukken. Als rood van rebel promoveert tot machthebber, wordt het gevaarlijk. Rood populisme leidt tot nog meer polarisatie en dat ondermijnt de democratie en de maatschappij, zoals de afgelopen jaren bijvoorbeeld in Polen en Hongarije is gebleken.

De media moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen. Door in plaats van ‘links tegen rechts’ het waardenmodel te gebruiken, zou de dagelijkse politieke berichtgeving veel helderder zijn; gericht op elkaar begrijpen in plaats van elkaar de tent uit vechten.

Wat ook niet werkt, is al twintig jaar negeren dat er een overdosis is aan oranje marktgeloof, dat korte-termijn-aandeelhoudersbelang dient. Dit wordt gesteund door een blauwe overheid die gelooft alles met geld en regels te kunnen managen.

Wat volgens het waardenmodel nu nodig is, is ruimte geven aan het opkomende, nog wat onbegrepen geel. Er is een overheid nodig die een aansprekende toekomstvisie uitdraagt en weer regie neemt op de uitvoering door uit alle geledingen burgers, ondernemers, kennisinstellingen, kapitaalverstrekkers en maatschappelijke organisaties samen te laten werken aan doelen. Dit is waar de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het over heeft in het rapport Grip, dat vlak na de verkiezingen verscheen: ‘Burgers kunnen met onzekerheid omgaan mits ze grip hebben op hun leven en niet het gevoel hebben speelbal te zijn.’

Natuurlijk doet een kort artikel als dit geen recht aan het onderzoek waarin Graves, Beck en Cowan de behoeften en krachten in de maatschappij in beeld brachten. Het is de moeite waard meer met deze kennis te doen. Alleen al om te zien dat het gele bewustzijn in steeds meer mensen wortel schiet. Zij kunnen daardoor de wirwar aan problemen aan. Ze zoeken geen zondebokken en zijn ook geen betweters. Ze leiden door visie, verantwoordelijk gedrag en door iedereen in zijn waarde te laten.