Vaderschapsverlof, snelwegen, politie-inzet bij voetbalwedstrijden: elk debat lijkt te draaien om ‘wat-heb-ik-eraan’. Jamal Ouariachi is het zat: wees eens niet zo egoïstisch.
Het zou voor een jonge vader als ik voor de hand liggen om een standpunt in te nemen in de discussie over het vaderschapsverlof, maar dankzij mijn werk kan ik zonder problemen ‘geen mening’ aankruisen. Schrijver, thuiswerker. Met de kakelverse zuigeling in mijn armen kan ik nog prima een krant lezen of aantekeningen maken voor een column, kort verhaal of roman.
Wel heb ik met ze te doen, met de kantoorklerken die drie dagen nadat hun leven volledig op z’n kop is gezet terug naar de koffieautomaat moeten – het tl-licht dat vanaf het systeemplafond in hun dodelijk vermoeide ogen brandt – en o, ik huiver bij de gedachte aan de bulldozerchauffeur die met twee uur slaap in zijn mik en zijn gedachten bij het kraambed, veilig moet zien te werken.
Maar goed, pech gehad, zeggen de tegenstanders van het vaderschapsverlof. Kinderen nemen is je eigen keuze. Wil je een paar dagen of weken vrij, dan snoep je maar wat van je vakantiedagen af. Of je spaart een beetje en neemt onbetaald verlof op. In ieder geval hoeft de belastingbetaler niet op te draaien voor de hobby van lui die hun voortplantingsorganen niet onder controle hebben, kom zeg.
Pech gehad, zeggen de tegenstanders van het vaderschapsverlof. Kinderen nemen is je eigen keuze.
Fraai is het allemaal niet, vooral niet als die tegenstanders gelegenheidsbetrokkenheid gaan vertonen. Zo las ik op verschillende plekken het argument dat het krijgen van kinderen bijdraagt aan de overbevolking en dat de overbevolking bijdraagt aan de klimaatcrisis. Dus. Deze gelegenheidsknaller is vaak afkomstig uit het toetsenbord van mensen die op elk ander moment hun reet afvegen met het klimaat.
Nog erger: van die ferme borstkloppers die het zelf ook zonder verlof hebben gesteld. Vrouwen die als zzp’er werken: ‘Twee dagen na de bevalling stond ik alweer te zwoegen, hoor!’ Ja, en daarom moet iedereen als slaaf door de hel? Wie is daarbij gebaat?
Altijd maar weer Zweden
Irritanter zijn misschien wel de argumenten van de mensen die het vaderschapsverlof juist willen verruimen. Dan worden er van die softe bevindingen aangehaald uit ontwikkelingspsychologisch onderzoek, over het welbevinden van het kind, of over een lagere kans op echtscheiding. Of er wordt naar Zweden verwezen, altijd maar weer Zweden. Of er worden godbetert feministische argumenten aangedragen, alsof ouders zelf niet onderling kunnen bepalen hoe ze de opvoeding van hun kinderen op moderne wijze kunnen inrichten zónder een beroep te doen op maatschappelijke regelingen.
Maar het ergst zijn de voorstanders die de tegenstanders met gelijke munt proberen terug te betalen: met economische argumenten. In een vergrijzende samenleving is nieuwe aanwas nodig, hoor je dan. Of deze: de baby’s van nu zijn de ouderenverzorgers van de toekomst. Of nog sterker: de baby’s van nu zijn de belastingbetalers van straks.
Economische argumenten zijn op zichzelf niet problematisch, maar in het Nederlandse politieke debat lijkt bij elk vraagstuk slechts één economisch argument te worden gebruikt: what’s in it for me? Als het antwoord ‘niks’ is, dan ben je tegenstander. Zie je voordelen, dan ben je voorstander. Zo simpel is het.
Als het antwoord ‘niks’ is, dan ben je tegenstander. Zie je voordelen, dan ben je voorstander.
De tegenstander zegt: ik rijd geen auto – waarom zou ik betalen voor jouw snelwegen, VVD-forens? Ik haat voetbal, waarom zou ik meebetalen aan politie-inzet bij jullie risicowedstrijden, Ajax/Feyenoord-fans? Ik vind alle juristen zakkenvullers – waarom zou ik meebetalen aan de rechtenstudie van het advocatenzoontje?
De voorstander zegt: de economie draait goed mede dankzij die VVD-snelwegen. De omgeving van stadions blijft gelukkig een beetje heel dankzij die politie-inzet bij risicowedstrijden. Het is essentieel voor onze rechtsstaat dat we over voldoende goedopgeleide advocaten beschikken.
Links of rechts, voor of tegen: economische argumenten appelleren altijd aan egoïsme, al of niet via een omweg.
Een samenleving geeft, een samenleving neemt, daar hoeven we verder niet moeilijk over te doen, maar wat zou het toch mooi zijn als we elkaar gewoon eens wat gunden. Ja, ouderschap is je eigen verantwoordelijkheid, maar nu ik er nog eens over nadenk, moet ik mijn afzijdigheid uit de openingsalinea van dit stuk herroepen. Ik gun het al die ouders van harte dat ze een paar weken of maanden mogen genieten van hun pasgeborene en dat ze daar geen vakantiedagen voor hoeven op te nemen. Vakantie is bedoeld om uit te rusten en op te laden – iets wat per definitie niet gebeurt in de kraamtijd.
Probeer het ook eens, stelletje zeiksnorren. Gun mensen wat. Geld is het probleem niet, zie – o verdomme, nou doe ik het toch – Zweden. Gun mensen die het krap hebben een extraatje. En omgekeerd geldt dan wat mij betreft ook: gun de topmanager zijn topsalaris. Maak niet van alles een wat-heb-ik-eraan-punt. Als je zelf eens een meevallertje krijgt toebedeeld, zul je blij zijn dat anderen jou dat gegund hebben.
Meer Jamal? Neem de nieuwsbrief van Vrij Nederland.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.