‘Mensen lopen om waarheden heen’

Yoeri Albrecht (45), directeur van politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam, herinnert zich nog hoe hij in het mortuarium het lichaam aantrof van zijn vriend Theo van Gogh. De keel was bedekt met een witte kraag, zodat niemand aanstoot hoefde te nemen aan de snee die moslimextremist Mohammed B. daar had aangebracht. Maar Albrecht wilde precies weten wat er was gebeurd en duwde de kraag naar beneden. Hij zag dat de hals was opengesneden met een gekartelde groeve van oor tot oor. ‘Mohammed B. heeft zijn keel doorgesneden, maar dat is eigenlijk niet wat het was. Hij heeft geprobeerd zijn hoofd eraf te zagen.’

Eind jaren negentig kwamen Albrecht en Van Gogh elkaar tegen bij een tramhalte op het Leid­seplein. Ze raakten in gesprek en een uur later stonden ze er nog. Eigenlijk zou het gesprek in de jaren erna niet meer ophouden. Al­brecht was redacteur bij Vrij Nederland en vroeg Van Gogh om bijdragen voor de opiniepagina. Ze werden een interviewduo bij het BNR-radio­pro­gram­ma Vragen om moeilijkheden. Bij het AVRO-pro­gram­ma Krachtstroom was Al­brecht een van de interviewers en Van Gogh regisseur. En buiten het werk om praatten ze door, vooral over gebeurtenissen die in het nieuws waren, waar ze altijd wel iets van vonden. Vaak waren ze het oneens, maar dat maakte niets uit. ‘Het gaat om de strijd der ideeën,’ riep Van Gogh geregeld uit.

Het jaar voor de moord spraken ze elkaar dagelijks. De avond voor de moord hadden ze elkaar nog aan de lijn. Van Gogh fietste naar huis en fulmineerde tegen een artikel in Trouw over het KRO-programma De grootste Nederlander waarin Al­brecht uitlegde waarom mensen zouden moeten stemmen op de vermoorde politicus Pim Fortuyn. Socioloog Dick Pels uitte zware kritiek op Albrecht. Van Gogh was kwaad, hij wilde reageren met een tegenstuk en raadde Albrecht aan hetzelfde te doen. ‘Yoeri, grijp die vent,’ sprak Van Gogh. ‘De tijd is voorbij dat dit soort mensen denkt dat ze alle podia voor zichzelf hebben.’

Het is 2 november acht jaar geleden dat Mo­ham­med B. Van Gogh vermoordde, maar Albrecht vertelt erover alsof het gisteren was. Die ochtend rond half negen kreeg hij telefoon met de mededeling dat Van Gogh voor dood in de Linnaeusstraat lag. Hij stapte onder de douche en begon te schreeuwen – als hij eraan terugdenkt, moet Albrecht huilen. ‘Man, man, man,’ is alles wat hij een minuutlang zegt, met zijn hoofd in zijn armen.

‘Ik heb niks tegen links, maar ik heb wel iets tegen alléén links’

Hij hield van die man, hij mist hem en als hij moet zeggen welke invloed Van Gogh op hem heeft gehad, luidt het antwoord: ‘Hij heeft mij beïnvloed in de manier waarop hij het maatschappelijke debat voerde, hij was niet bang.’ Of eigenlijk zat het zo: ‘Hij wás bang, hij werd heel erg bedreigd. Hij heeft mij ook verboden naar de opnamen van die film te komen van Ayaan Hirsi Ali, Submission, hij vond het te gevaarlijk. Maar hij ging door omdat hij het nodig vond. Hij zei: “Het maakt uit wat je doet, je kunt een verschil maken.”’

Effectbejag

We zitten bij De Balie in Albrechts kantoor op de begane grond, met uitzicht op het Leidse­plein, waar bij andere tramhaltes andere mensen in gesprek raken. Het leven is sinds die novemberdag in 2004 doorgegaan. Albrecht trad in december 2010 aan als inhoudelijk directeur van De Balie en intussen zijn vriend en vijand het erover eens dat het debatcentrum onder het stof vandaan is gekomen. Een van de vorige directeuren, wijlen Anil Ramdas, had De Balie aan de rand van een faillissement gebracht. In 2010 citeerde Het Parool nog een bezoeker die vond dat De Balie was verworden tot ‘een irrelevant lulclubje met sterke voorkeur voor debatten over Oost-Congo en biologische koffie’.

Anno 2012 staat er op het programma dagelijks een debat, expositie, toneelvoorstelling, film of nog iets anders en zitten de zalen doorgaans vol, aldus Albrecht. Vorig jaar waren de inkomsten uit de kaartverkoop met 110 procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor ‘zonder dat de prijzen omhoog gingen.’

Hij heeft vooral één ding gedaan, zegt hij: ‘De Balie zichzelf laten zijn. Iedereen snapt wat de functie van zo’n debatcentrum is – dat heeft de oprichter, Felix Rottenberg, ooit heel duidelijk gemaakt. Er moeten plekken in het land zijn waar vooruitgedacht wordt, er moeten nieuwe dingen worden bedacht.’ In het verleden was De Balie kraamkamer voor initiatieven van naam en faam, zoals Press Now, de Waag Society, IDFA en het Zina platform. Aan dat rijtje is nu de European Press Prize toegevoegd, die vanaf volgend jaar in De Balie wordt uitgereikt. Ook probeert Albrecht iets te doen aan het imago van De Balie. Hij wil af van de associatie: lulclubje voor linksgeoriënteerden. ‘Ik heb niks tegen links, maar ik heb wel iets tegen alléén links. Hoe meer mensen in de samenleving tot hun recht komen, hoe beter. En we hebben de neiging twee groepen buiten te sluiten: migranten en Wilders-stemmers. Die wil ik er beiden bij betrekken.’

Naast de lof klinkt kritiek; sinds zijn aantreden waren er relletjes rondom De Balie. Tijdens een bijeenkomst met de liberale, lesbische moslima Ir­shad Manji uit Canada in december 2011 kwamen fundamentalisten van Sharia4Belgium binnen die riepen dat Manji een vuile hoer was die ze zouden onthoofden. Enkele maanden later zat er de Britse moslimgeleerde Hait­ham al-Haddad, die vindt dat Joden afstammen van apen en varkens, afvalligen dood moeten en vrouwen minder rechten hebben dan mannen. Al­brecht nodigde hem uit nadat de Vrije Univer­si­teit Am­ster­dam op aandringen van de Tweede Ka­mer zijn bezoek had geannuleerd. Hij vond het kwalijk dat het parlement voorbijging aan het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting en de universiteit direct ‘op haar rug ging liggen’. In maart ging in De Balie het toneelstuk Breivik ontmoet Wilders in première. Al­brecht had Theodor Holman gevraagd een stuk te schrijven over Anders Brei­vik, waarna Holman bedacht dat ook Wil­ders een rol moest hebben. Er ontstond ophef toen Holman publiekelijk verklaarde dat hij zich verwant voelde met Breivik, wat volgens hemzelf onjuist was geciteerd. Maar begrip voor Breiviks motivatie had hij nog steeds wel.

Albrecht zucht diep bij de vraag of hij met dit soort programmering niet óók uit is op effectbejag. ‘Dit vind ik zo’n… ja, zo’n teleurstellende reactie. Ik kan er boos om worden. Weet je, De Ba­lie is ervoor om dingen te bespreken die mensen raken, die raken aan de fundamenten van de democratische samenleving.’ En dan: ‘Het gaat om de strijd der ideeën. Natuurlijk klinkt in De Balie ook het genuanceerde geluid, dat is 90 procent van onze programmering. Maar soms zoek ik iemand die wat extremer is en dat is goed.’

Al-Haddad kwam om ideeën te verkondigen die ingaan tegen de Nederlandse grondwet. Vond u dat goed?

‘De ander aan het woord laten heeft ook te maken met tolerantie. Practice what you preach. Een open samenleving is beter dan een gesloten samenleving. Wees niet bang om dit soort opvattingen te bespreken, veeg ze niet onder het tapijt. Ik geloof echt dat je alleen maar tot elkaar kunt komen als je elkaars standpunten helder hebt.’

Wat iemand als Al-Haddad vindt, is volgens mij compleet bekend.

‘O ja? O ja? Ga eens vragen aan een gemiddelde Nederlander wat zo iemand vindt. Vrou­wen mogen geen carrière hebben, overspeligen moeten worden gestenigd, het is een religieuze plicht om afvalligen te doden – sorry, de halve zaal was diep geschokt en het was een heel geïnformeerd publiek. Mensen lopen om die waarheden heen.’

Al-Haddad denkt ongeveer zoals de taliban. Iedereen weet toch wat die voorstaan?

‘Dat zal best, maar intussen wordt deze man in heel West-Europa uitgenodigd. Hij is voortdurend in Nederland om allerlei congressen en jongeren toe te spreken. In Engeland is hij hoofd van een Sharia Court. Hij is hartstikke reçu, zoals dat heet. Nou, als je ’s mans ideeën hoort, verbaast mij dat.’

Nogmaals: u laadt de verdenking op u dat De Balie óók dit soort bijeenkomsten organiseert om spraakmakend te zijn.

‘Dat is een absurde kritiek, want áls ik het doe om spraakmakend te zijn: dat is de functie van De Balie. Ik doe het er niet om, ik programmeer dingen die er maatschappelijk toe doen. Maar als het bijkomend effect is dat De Balie spraakmakend is, deins ik daar niet voor terug.’

De omstreden shariageleerde Hait­ham al-Haddad in De Balie met Tofik Dibi en journalist Kustaw Bessems. (foto: Jan Boeve / HH)
De omstreden shariageleerde Hait­ham al-Haddad in De Balie met Tofik Dibi en journalist Kustaw Bessems. (foto: Jan Boeve / HH)

Hoever wilt u gaan in het uitnodigen van mensen met een mening die door de overgrote meerderheid in Nederland abject wordt gevonden?

‘Ver. Er zijn wel degelijk grenzen, en in het uiterste geval is het aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of die worden overschreden. Mensen kunnen altijd aangifte doen. En toen Al-Haddad hier was, zat het OM in de zaal. Burgemeester Van der Laan had me erover gebeld. Hij zei: “Ik vind het hartstikke goed dat je dit doet, maar anti-semitisme is niet getolereerd. Ik stuur dus het OM om te kijken wat er wordt gezegd.” Dat vind ik grote klasse. Van der Laan begrijpt precies hoe het in de rechtsstaat toegaat.’

Waarom hebt u Theodor Holman gevraagd een toneelstuk te schrijven over Breivik?

‘Ik vind dat kunst zichzelf vaak irrelevant maakt door in een ivoren toren te gaan zitten en zich niet te willen engageren met de tijd. Dat moet in De Balie wel gebeuren. Breivik is actueel. Hij heeft een gebeurtenis veroorzaakt die diep heeft ingegrepen in de psyche van West-Europa.’

Was dat toneelstuk ook uw particuliere preoccupatie?

‘O, dat zou best kunnen. Maar ik heb sterk de indruk dat de samenleving al langer bezig is met vragen van integratie en geweld, dus zo’n héél particuliere obsessie heb ik volgens mij niet. En wat Holman vervolgens over Breivik heeft gezegd, is voor zijn rekening. Hij heeft in elk geval niet gezegd dat hij Breiviks daden goedkeurde. Kijk, de Duitse historicus Joachim Fest is totaal verketterd omdat hij in Der Untergang Hitler een menselijk gezicht heeft gegeven. Je kunt Hitler neerzetten als het absolute kwaad, maar het is veel en veel enger om te bedenken dat Hitler gewoon een mens was. Ik denk dat het belangrijk is dat je het kwaad probeert te begrijpen. En begrijpen is niet goedkeuren of vergoelijken. Waar kwam Breiviks daad vandaan? Wat is er gebeurd met de westerse samenleving dat er kinderen worden vermoord?’

Denkt u niet dat Breivik zover kon komen in een klimaat waarin de multiculturele samenleving en de islam voortdurend zwart worden gemaakt?

‘Hoogstwaarschijnlijk wel, reden te meer om het over dat klimaat te hebben.’

En denkt u niet dat Fortuyn en Van Gogh, twee mensen met wie u iets had, hebben bijgedragen aan dat klimaat?

‘Voor de duidelijkheid: ik ben geen apologeet van allebei. Ik neem niet hun hele oeuvre voor mijn rekening. Niet alles was koosjer wat ze zeiden, in die zin hebben ze bijgedragen aan dat klimaat. Maar hen verantwoordelijk stellen voor dat klimaat, vind ik te ver gaan. Integen­deel, ik denk dat het met de mantel der liefde bedekken van ergernissen over hoe de samenleving ervoor staat, heeft geleid tot een sfeer van verrotting. Fortuyn en Van Gogh hebben juist bijgedragen aan het bespreekbaar maken daarvan.’

Er zijn mensen die zeggen: laten we stoppen met islam-bashing.

‘Daar geloof ik niet in: laten we onszelf censureren, verloochenen, laten we niet bespreken wat er te bespreken valt, laten we afstappen van het succes van onze samenleving, openheid, tolerantie, meritocratie, democratie, rechtsstaat…’

… beschaving, beleefdheid.

‘Absoluut. Maar niet geborneerde kleinburgerlijkheid. En als mensen zich beledigd voelen, hoeven anderen zichzelf nog niet de discussie te ontzeggen.’

Dat is het hele punt: wat zeg je wel en wat zeg je niet. Van Goghs vader heeft hem wel eens voorgehouden: ‘Theo, je mag het zeggen, maar het hoeft niet.’

‘Tuurlijk, tuurlijk, precies. Die discussie heb ik ook vaak met hem gevoerd. Ik vond dat hij soms te ver ging.’

Hij zei dingen als ‘geitenneukers’ of: ‘Het ruikt naar caramel, vandaag worden de suikerzieke Joden vergast.’

‘Dat is schelden en dat is onverkwikkelijk.’

Wat zag hij toch in dat gescheld?

‘Hij zei vaak: “Yoeri, het afbreken van de burgerlijke moraal is een intellectuele plicht.” Schelden zag hij als onderdeel daarvan. Hij verwees naar Nietzsche, die zichzelf zag als de filosoof met de hamer. Ik ben het daar niet mee eens. Je ziet ook wat ervan komt, het werkt averechts. Je wordt vermoord en de tegenstellingen verharden zich.’

‘De ander aan het woord laten is ook tolerantie’

Waarom waren jullie vrienden?

‘Dat is moeilijk te duiden. We hadden beiden een brede interesse, we waren nieuwsjunks, we hadden een grote drive en hielden van debatteren.’

En wat had u met Fortuyn?

‘Ik heb hem vaak geïnterviewd en in 2004 heb ik een documentaire gemaakt waarin ik uitleg waarom je hem de grootste Nederlander zou kunnen vinden. Ik had wel wat met hem omdat hij zo ver wilde gaan, terwijl hij wist dat hij gevaar liep. Hij was doodsbang en ik had te doen met die man, die al sinds de jaren zestig bezig was met het openbaar debat. Wat mijn weerzin wekte, was dat de politiek, de wetenschap, de journalistiek zich massaal keerden tegen het individu dat vernieuwing brengt. Dat vond ik oneerlijk.’

Bent u een vrijheid van meningsuitingsfundamentalist?

‘Is de grondwet fundamentalistisch? Nee toch? Nou, dat is het antwoord.’

U bent bij De Balie bewust bezig met de vrijheid van meningsuiting, toch?

‘Ik wil aan de orde stellen hoe wij onze samenleving zien en wat we daarin belangrijk vinden. Ik wil verschillen overbruggen en ik denk dat het niet anders kan dan door ze openlijk uit te spreken. Begrip is beter dan onbegrip. Onbe­grip is gevaarlijk en op den duur kan er geweld van komen.’

Verschillen overbruggen, is dat niet een heel linkse opvatting?

‘Het zal best, maar ik ben niet geïnteresseerd in rechts en links. Het is een totaal verouderde indeling. Ik ben erg voor de rechtsstaat, is dat links of rechts? Ik ben ongelooflijk voor mensenrechten maar ook voor de vrijheid van het individu. Is dat liberaal? Het boeit me niet.’

Nou goed, het heeft in elk geval iets missie-achtigs wat u met De Balie wilt.

‘Ja, natuurlijk! Nogal wiedes. Ik heb tweederde van mijn salaris ingeleverd toen ik directeur werd van De Balie. Tuurlijk heb ik een missie. Anders zou ik hier toch iedere avond wel een houseparty houden?’

Yoeri Albrecht is altijd fel geweest, iemand die geregeld vocht op het schoolplein. ‘Ja, zo ben ik,’ lacht hij. Van zijn vierde tot zijn achttiende zat hij op de Vrije School, waar leraren rondliepen met baarden en ‘Perzische tapijten’ om hun lijf. Hij vond het er prachtig, vooral omdat er eindeloos aandacht was voor tekenen, schilderen en toneel. Hij woonde in Amsterdam-Zuid en was de jongste in een gezin met vijf kinderen. De ouders van zijn vader hadden Rudolf Steiner nog gekend, de grondlegger van de antroposofie. Ook zijn vader was van die leer. Bij de Albrechts kwam biologisch-dynamisch voedsel op tafel.

Op zijn achttiende was Albrecht in Amsterdam een van de oprichters van het partijtje Groen Am­sterdam, maar hij ziet dat achteraf niet als een linkse gerichtheid. Hij studeerde geschiedenis en internationaal recht aan de Universi­teit Leiden en Europese studies in Oxford. In 1989 reisde hij af naar het Wences­las­plein in Praag waar het volk demonstreerde tegen de communistische machthebbers. Achteraf beseft hij dat het voor zijn carrière de meest vormende ervaring was. ‘Dit is het, dit is het,’ dacht hij.

Dat gevoel moet te maken hebben gehad met zijn moeder en haar broer, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Voorschoten in het verzet zaten. De broer deed mee aan gewapende overvalacties op bijvoorbeeld bonnenkantoren, zijn moeder vervoerde wapens en andere zaken. En toen Albrecht in Praag tussen de opstandige menigte stond, terwijl in omringende Oost-Europese landen de communistische regimes een voor een omvielen, besefte hij vaag dat dit dan het einde was van die oorlog. ‘Want die landen waren nog jarenlang bezet terwijl wij al vrij waren.’

Vanuit Praag schreef hij zijn eerste stukken voor Vrij Nederland, waar hij van 1995 tot 2005 in dienst zou zijn. Als het dan toch gaat over inspiratiebronnen: oud-VN-hoofdredacteur Joop van Tijn is er ook één van. ‘Ik hield van die man,’ zegt hij. ‘Hij wilde echt achter dingen komen, uitleggen wat er in de samenleving aan de hand was, hij heeft veel redacteuren geïnspireerd. Hij vond dat cultuur ertoe doet in de samenleving, dat het niet vrijblijvend is waarmee je als redacteur bezig bent, dat je een verschil moet maken, dat je niet moet denken dat je niets kunt veranderen.’

Na zijn vertrek bij Vrij Nederland werkte hij jarenlang als freelancer in de journalistiek, waarvan anderhalf jaar vanuit Italië, waar de familie van zijn vrouw vandaan komt. In 2010 keerde hij terug om directeur van De Balie te worden en daarnaast heeft hij andere functies, onder andere als lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam en als voorzitter van de Vereniging Veronica, die geen zender meer heeft, maar wel 700.000 leden en tientallen miljoenen euro’s. Veronica is mede-eigenaar van Sky Radio en eigenaar van het persbureau ANP en probeerde drie jaar geleden tevergeefs NRC Media over te nemen.

Albrecht staat erom bekend dat hij veel mensen kent, óók in kringen waar de macht wordt verdeeld – zijn contacten reiken tot in het koninklijk huis. Zelfs Theo van Gogh, die toch ook beschikte over een aanzienlijk relatienetwerk, zei tegen hem: ‘Jij bent de enige die een nóg beter netwerk heeft dan ik.’ Albrecht stond op nummer 12 op een lijst van 15 invloedrijkste mensen onder de 45 jaar in Ne­derland, die de Volkskrant in 2009 publiceerde. Zelf relativeert hij die uitverkiezing. Toen hij de krant die dag opensloeg, dacht hij: ‘Jon­gens, ik ben zzp’er met drie kinderen. Ik heb een bureau, een laptop en een mobiele telefoon.’

En ’s nachts lag u zeker wakker of u de eindjes wel aan elkaar kon knopen.

‘Ja. Nou ja, ik dacht: dit kan toch niet waar zijn?’

De grote vraag is: waarom is u zoveel gelegen aan de open en vrije samenleving. Is dat ook omdat uw beroep spannend is, omdat u veel mensen ziet en spreekt? U kent leden van het koninklijk huis, toch?

Albrecht haalt zijn schouders op en zegt niets.

Yoeri Albrecht en Theodor Holman. (foto: Jan Boeve / HH)
Yoeri Albrecht en Theodor Holman. (foto: Jan Boeve / HH)

U heeft macht, u trekt aan touwtjes.

‘Misschien wel, maar het is altijd moeilijk te zeggen op welke manier en wanneer dan. Maar laten we wel wezen: de journalistiek is een maatschappelijke factor. En man, ik heb een fantastisch leven, het is interessant, ik leer steeds nieuwe dingen, je hoort mij toch niet klagen?’

Ik ben op zoek naar uw drijfveren.

‘Ja, die samenleving… Ik voel me geprivilegieerd door wat ik mag en kan doen en dat brengt met zich mee dat ik verantwoordelijkheid heb voor hoe de samenleving reilt en zeilt. Ik denk dat het zo zit.’

Klopt het dat de Vereniging Veronica zich wil inzetten voor kwaliteitsmedia? Sorry, maar ik associeer Veronica vooral met blote vrouwen.

‘Veronica is ooit begonnen als de zender die het monopolie van de verstarde staatsomroepen probeerde te doorbreken. In die zin vind ik onze strategie er wel bij passen. Een voorwaarde voor een vrije en open samenleving is een vrije pers, kwaliteitspers. Nou, laten we ons daarvoor hard maken.’

Veronica zoekt aansluiting bij een bestaande publieke omroep, heb ik gelezen.

‘Dat was jumping to conclusions. Ik heb het laatste jaar contact gehad met een aantal omroepen en kranten in binnen- en buitenland. Kunnen we elkaar versterken, zijn er gezamenlijke belangen? Maar hoe dat eruit gaat zien, is nog onduidelijk.’

Zijn ijveren voor de pers komt ook voort uit een persoonlijke ervaring, aldus Albrecht. Zijn vertrek bij Vrij Nederland had te maken met een conflict met toenmalig hoofdredacteur Gerard van Westerloo. Zeker, na de dood van Joop van Tijn heeft hijzelf tevergeefs geprobeerd hoofdredacteur te worden, maar dat was volgens hem niet het punt. Albrecht maakte tijdens een reorganisatie bij Vrij Nederland gebruik van een vertrekregeling, nadat hij ‘enorme ruzie’ kreeg met Van Westerloo. Hij wilde alle onduidelijkheden rondom de moord op Theo van Gogh uitzoeken, maar naar zijn zeggen verbood Van Westerloo dat. Van Westerloo is inmiddels overleden en kan zijn kant van het verhaal niet vertellen.

Albrecht vindt nog steeds dat de informatievoorziening rondom de moord ‘voor geen meter deugt’. De toenmalige ‘driehoek’, burgemeester Cohen, hoofdofficier De Wit, korpschef Welten, putte zich volgens hem uit om Mohammed B. neer te zetten als een ‘geïsoleerde gek’, iemand die nauwelijks bekend was bij politie en AIVD. Later bleek dat de politie meteen na de moord op alle adressen van Mohammed B. was binnengevallen en mensen om hem heen had opgepakt. ‘Ze hadden die man totaal in kaart. Een aantal weken voor de moord had hij een paar dagen in een Amsterdamse politiecel gezeten, hij werd op straat gevolgd, hij werd met een richtmicrofoon afgeluisterd. De bandjes zijn nooit teruggevonden. Zoek het maar na, het is echt zo. Die man was hartstikke bekend.’

Waarom moesten wij dan anders geloven?

‘Dit zijn speculaties, maar misschien werd Mohammed B. gerund door de politie of inlichtingendienst? Ik zou het graag uitgezocht willen hebben.’

En dan zou Mohammed B. op een of andere manier zijn ingezet om af te komen van Theo van Gogh?

‘Dat wil ik niet meteen beweren, maar er zijn wel zeer veel onbeantwoorde vragen en er werd overduidelijk gelogen.’

Het kan ook zo zijn dat de verantwoordelijke bestuurders wilden verdoezelen dat ze niet alert zijn geweest.

‘Dat zou ook kunnen.’

En misschien mocht u dit niet uitzoeken van Van Westerloo omdat hij vond dat u paranoïde werd?

‘Dat kan het niet zijn geweest. Ik stelde heel reële journalistieke vragen. Ik weet honderd procent zeker dat hij het Amsterdamse stadsbestuur de hand boven het hoofd heeft gehouden. Van Westerloo en Cohen waren goed bevriend en er zijn in die tijd tussen hen brieven heen en weer gegaan die ik heb gezien.’

Waarin Cohen suggereerde om niet verder over de zaak te publiceren?

‘Ja.’

Waarom zijn andere journalisten niet achter die kwesties aangegaan als er zo evident iets niet klopte?

‘Dat vraag ik me al jaren af.’

En waarom heeft u het na uw vertrek bij Vrij Nederland niet uitgezocht? U had een boek kunnen schrijven.

‘Ik stond in mijn eentje, ik had geen vast inkomen en een jong gezin. En ik had in dat mortuarium naast het lichaam van Theo van Gogh gestaan, waar ik had gezien hoe hij opengesneden was. Ik dacht: dit uitzoeken kost maanden, zo niet jaren en het is levensgevaarlijk. De journalistiek moet de macht controleren en dat probeer ik nog steeds te doen. Maar zo’n moord uitzoeken, daar zijn grote mediabedrijven voor, organisaties die niet alleen bestaan uit freelancers maar ook uit eigen redacteuren die worden gedekt.’

Werd u in die tijd bedreigd?

‘Er stonden mensen voor mijn deur als ik mijn kind in het zitje op de fiets zette. Ze hadden geen baarden, maar het waren wel Marokkanen. “Je bent een vriend van Van Gogh, hè? Wij weten waar je woont, dat zie je. Jij bent de volgende,” dat soort dingen zeiden ze. En dan breng je je kind naar de crèche, weet je wel. Hoe wisten die mensen mijn adres? Van wie hadden ze dat?’

Dat is toch niet zo moeilijk om uit te vinden?

‘Nee, maar ik vind het wel gek.’

Heeft die periode u een klap gegeven? In diezelfde tijd maakten media u voor van alles uit omdat u Fortuyn verdedigde in dat KRO-programma, u werd een enigszins louche ogende journalist genoemd en dat programma ranzig.

Albrecht knikt, hij kent alle kwalificaties nog precies. ‘Ik vond het een heel, heel heftige tijd. Ik weet wat het is om in de maalstroom van grote krachten terecht te komen. En dan vraag jij me: waarom zocht je niet uit hoe het zat met de moord op Van Gogh?’