Turkije heeft na de recente aanval van IS op Suruç alle recht om NAVO-steun op te eisen, maar doet het (nog) niet.
Telt de NAVO nog mee? Dat is de vraag die sinds de oprichting van het bondgenootschap voortdurend wordt gesteld. De NAVO was er om het westen in eensgezinde solidariteit te verdedigen tegen het communisme. Verrassend samengevat in de woorden van de eerste baas Lord Ismay: to keep the Russians out, the Americans in, and the Germans down. Bij de oprichting in 1949 speelde het huisorkest vrolijk, maar omineus, Gershwins I’ve got plenty of nothing, en inderdaad, het is indrukwekkend wat de NAVO allemaal kan maar je weet nooit wat je eraan hebt als het er werkelijk om gaat.
Dat zou je onheus kunnen noemen, want ik geloof heilig dat we de Koude Oorlog goed doorgekomen zijn dankzij deze goedkope verzekeringspolis uit Brussel (lees: Washington). Misschien heeft de ‘onbetrouwbaarheid’ van de NAVO zelfs wel bijgedragen aan de veiligheid, want een potentiële agressor wist nooit precies waar hij aan toe was en hoe ferm de solidariteit zou zijn. Die onzekerheid vergrootte de afschrikking, al mocht die natuurlijk niet doorslaan naar de overtuiging dat de NAVO uiteindelijk een tandeloze tijger was.De NAVO werd een soort euro: je kon er gerieflijk op meeliften, maar het was de vraag wat ze waard was
Na 9/11 boden de kleine bondgenoten George Bush jr. hulp aan, want na 52 jaar was het dan eindelijk zover dat een NAVO-lid – het grootste nog wel – was aangevallen. Volgens artikel 5 van het NAVO-verdrag moet een aanval op één worden beschouwd als een aanval op alle, dus. De VS bedankte vriendelijk, en verkoos na de moeizame Balkan-experience (waarin omslachtige NAVO-procedures juist onhandig waren) om het iets efficiënter aan te pakken. Amerika gaf de voorkeur aan ad hoc coalities, dat werkte makkelijker, en de NAVO werd een soort reserveorganisatie die wel bleef bestaan maar voortdurend haar ‘relevantie’ moest bewijzen door te leveren wat de VS nodig en passend vond. De kracht van dit beleid was dat allerlei crises flexibeler konden worden beantwoord, maar de zwakte was dat het begrip ‘relevantie’ boterzacht was omdat nooit werd gezegd wat je daarvoor moest leveren of dat je er eigenlijk niet meer bij hoorde. De NAVO-polis was intussen een soort euro: je kon er gerieflijk op meeliften, maar het was de vraag wat ze waard was.
Zolang de veiligheid van het NAVO-grondgebied zelf niet op het spel stond, was dat niet zo erg. Irak en Afghanistan waren ver weg, de Arabische lente bleek een nachtmerrie maar was geen klassieke bedreiging van het westen, en zelfs Oekraïne kon nog worden afgedaan als een gevalletje-agressie tegen een niet-NAVO-lid, wat buiten de polis valt. Maar het Poetin-revisionisme zet de solidariteitsvraag in het bondgenootschap intussen wel op scherp. Vraag aan de Baltische staten en Polen, of Bulgarije en Roemenië (wel lidstaten) waar ze op rekenen: de Polen zijn belast met de organisatie van de eerstvolgende NAVO-top in Warschau (juli 2016) en slijpen de messen. De Baltische landen hebben weinig vertrouwen in halfzachte flitsmachten die in hun landen komen buurten; ze willen een raketschild tegen de Russen, permanente NAVO-brigades, luchtafweer en desnoods kernwapens. Dát is voor hen de relevantie van de NAVO.
Ook het Turkse antwoord op de IS-dreiging is opmerkelijk. De aanslag op Suruҫ is een duidelijk artikel-5 geval, dus Turkije zou nu de hulp van de NAVO kunnen opeisen. Maar de Turkse regering doet dat nog niet, ze beperkt zich tot ‘overleg’. Dat bespaart de NAVO enerzijds een probleem, omdat de Turken niet alleen IS, maar vooral ook de Koerden willen aanpakken en elke NAVO-steun aan Turkije zou automatisch ook als anti-Koerdisch kunnen worden uitgelegd. En we hebben die Koerden juist nodig in de strijd tegen IS. Anderzijds holt het ook de NAVO verder uit, artikel 5 wordt zo een gelegenheidsartikel dat je kunt gebruiken, of weigeren, als het je uitkomt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.