De film ‘Frank’ is een allegorie van de moderne popster: tussen roem, gekte, genialiteit en sociale angst gaat Frank ten onder. Regisseur Lenny Abrahamson verfilmde de binnenwereld van een buitenstaander.

Frank draagt een groot masker. Het gaat nooit af: niet onder de douche, niet in bed. En zeker niet op het podium, als hij optreedt als zanger van de band met de naam The Soronprfbs.

Dan verschijnt Jon. Een talentloze toetsenist, maar de keyboardspeler van The Soronprfbs is de zee in gelopen en er is haast bij – Jon wordt het podium opgeduwd. Frank staart hem aan. Twee geschilderde ogen op een hoofd van papier-maché. Een onbeweeglijk cartoongezicht. Regisseur Lenny Abrahamson filmt Frank op dit moment van voren, hij laat een stilte vallen en het moment duurt. Een klassieke droogkomische mise-en-scène. Als publiek mogen we lachen.

Onder het masker zit een van de knapste filmsterren van nu.
Onder het masker zit een van de knapste filmsterren van nu.

Frank wordt zo geïntroduceerd als een geval apart, een grapjas, een act. Als kijker hebben we bovendien een extra reden om te lachen, omdat we weten dat onder het masker Michael Fassbender verscholen zit, een van de knapste en beroemdste filmsterren van dit moment. Het is een grap op zich om zijn gezicht een film lang onder papier-maché te verbergen.

In werkelijkheid zouden veel mensen Frank een aandachttrekker vinden, zoals dat gebeurt bij echte outsidermuzikanten als Daniel Johnston, inspiratiebron voor Frank. In de documentaire The Devil and Daniel Johnston (2005) roept Daniels moeder, die zijn kunst niet begrijpt: ‘Je bent zo wanhopig op zoek naar aandacht dat je je als een debiel gedraagt om maar uitgelachen te worden!’ Een begrijpelijke reactie, hoe goed Johnstons muziek ook moge zijn. Het mooie van Frank is dat hij begint bij dat gevoel en de kijker daarna aan de hand neemt en Franks wereld binnenleidt. Zodat Frank aan het einde niet grappig meer is, en geen aandachttrekker, maar ontroerend en misschien zelfs de geniale muzikant voor wie zijn bandgenoten hem houden. Dat masker zie je tegen die tijd niet eens meer.

‘Dat is goed om te horen,’ reageert Abrahamson tevreden in Istanboel, waar zijn film op een festival wordt vertoond. ‘Dat was mijn grote hoop en gok: dat je gaandeweg net zo naar Frank gaat kijken als zijn directe omgeving, en dus het masker vergeet. Mijn idee was om te beginnen met iemand die je meteen denkt te snappen, bijna een stereotype, en die je vervolgens juist steeds minder begrijpt – maar met wie je wel steeds meer meevoelt.’

Vleugje genialiteit
De gemankeerde popster Jon ziet in Frank echter iets anders: het romantische cliché van de geniale gek. Jon wil meedoen met The Soronprfbs omdat hij van Franks genie hoopt te profiteren. Deze verhaallijn legt een zware druk op de filmmakers: om Jons gedachtegang geloofwaardig te maken, is het noodzakelijk dat de muziek van The Soronprfbs echt een vleugje genialiteit bezit. Je moet kunnen geloven dat onder het masker echt iets bijzonders gebeurt.Want acteren dat je gek lijkt en misschien geniaal bent is één ding – dat vertrouw je Fassbender wel toe. Maar muziek op de rand van gekte en genialiteit kun je niet faken. En dus staat of valt Frank met de kwaliteit van de songs van The Soronprfbs. Feitelijk moesten de filmmakers dus twee werken maken: een speelfilm en een geloofwaardig popalbum. Compleet geniaal hoefde de muziek gelukkig niet te zijn, maar wel soms bijna een beetje. En dat is gelukt.

Dat is de betekenis van Franks masker: hij sluit de buitenwereld buiten. Dankzij die beschutting kan hij zijn binnenwereld groter maken.

Hoe? Abrahamson zelf houdt als een echte fan van het soort outsidermuziek dat The Soronprfbs spelen. Hij noemt zoveel namen van bands die ik vooral moet beluisteren (waaronder The Shaggs, Quintron, Baby Dee, Hasil Adkins, The Legendary Pink Dots en Stevie R. Moore), dat ons gesprek steeds verder uitloopt. Als hij me ter plekke belooft een Spotify-playlist te maken met bands die Frank geïnspireerd hebben, verschijnt die korte tijd later inderdaad online. Het is een liefde die Abrahamson deelt met jeugdvriend Stephen Rennicks, zijn vaste componist, die eind jaren tachtig zelf meespeelde in artpunkband The Prunes (opvolger van de bekendere Virgin Prunes). ‘Toch dachten we dat we voor het schrijven van deze songs een echte band nodig hadden. Het leek gewoon te hoog gegrepen. Ik heb met geweldige bands contact gehad, maar het probleem was dat elke keer als iemand een demo stuurde, die als henzelf klonk. Niet als The Soronprfbs. Ondertussen wisten we precies wat we zochten. Dus is Stephen het uiteindelijk toch zelf gaan doen.’

Voor de geloofwaardigheid van het scenario kon co-scenarist en journalist Jon Ronson, bekend van zijn verfilmde boek The Men Who Stare at Goats, ook teruggrijpen op eigen ervaringen uit de jaren tachtig, als bandlid van de Frank Sidebottom Oh Blimey Big Band. Dat was een komisch muziekgezelschap rond een populair typetje van punkkomiek Chris Sievey, geen serieuze band. Maar van Frank Sidebottom nam Ronson wel het masker over dat in Frank wordt gedragen. En als Jon in Frank de vraag krijgt: ‘Kun je C, F en G spelen?’ ‘Ja.’ ‘Dan doe je mee!’, is dat rechtstreeks ontleend aan Ronsons eigen eerste stappen in de muziekwereld.

Dan moest de band, met vooral acteurs die hoogstens als hobby musiceren, ook nog geloofwaardig klinken. Cruciaal was daarvoor de casting van drummer Carla Azar, bekend van haar werk met rockgrootheid Jack White. Samen met een professionele bassist vormt zij de ruggengraat van de band, die alle scènes live heeft gespeeld. Azar aarzelde aanvankelijk of Frank muzikaal iets zou voorstellen. ‘Stephen en ik waren ontzettend nerveus toen we de acteurs voor het eerst onze nummers lieten horen,’ zegt Abrahamson. ‘Het was een enorme opluchting toen Carla zei dat ze ze goed vond.’

Voel de worm!
Via de muziek word je Franks wereld ingezogen. ‘#ThroughTheLookingGlass’, twittert Jon in de film, wat het gevoel was dat scenarist Ronson zelf had toen hij voor het eerst met Frank Sidebottom het podium op ging. Film is het ideale medium om die overgang naar een andere wereld te verbeelden: dat is wat film is. Die andere wereld betekent in dit geval: Franks innerlijk. De binnenwereld van een buitenstaander.

Outsider music is de diffuse term waaronder de muzikanten worden geschaard door wie Abrahamson en Rennicks zich hebben laten inspireren, onder wie Daniel Johnston en de vele namen die Abrahamson noemde. Popmuzikanten die zich buiten artistieke clichés en maatschappelijke normen begeven. Niet om de buitenwereld te bevechten, als punkers, en ook niet zelfbewust puzzelend met regels en genres, als avant-gardisten, maar volledig buiten die buitenwereld om, als introverte kunstenaars.

Echte band: Maggie Gyllenhaal (Carla), Michael Fassbender (Frank) en Domhnall Gleeson (Jon.).
Echte band: Maggie Gyllenhaal (Carla), Michael Fassbender (Frank) en Domhnall Gleeson (Jon.).

Dat is de betekenis van Franks masker: hij sluit de buitenwereld buiten. Het is een verdedigingslinie, een scherm van waarachter hij met de bandleden durft te communiceren – als iemand hem het masker wil afnemen, raakt hij in paniek. Dankzij die beschutting kan hij zijn wereld iets groter maken. Maar dat wil niet zeggen dat hij de buitenwereld betreedt: het betekent dat hij zijn binnenwereld vergroot.

Zo moeten we ook het huisje zien waarin Frank zich met The Soronprfbs maandenlang terugtrekt, op zoek naar genoeg geniale invallen om een album mee te vullen: een extensie van zijn binnenwereld. De situatie is gebaseerd op Captain Beefheart, die zijn band bijna een jaar in een soortgelijk huisje opsloot om te oefenen, experimenteren en improviseren en vervolgens in een paar dagen het meesterwerk Trout Mask Replica opnam. Wie Franks huis binnengaat, betreedt zijn psyche. Daar gelden zijn regels: Frank is de onbetwiste leider en de andere bandleden volgen blind zijn vreemde ingevingen. Frank laat ze niet alleen eindeloos improviseren, maar ook rondrennen, worstelen en schreeuwen, in de hoop op een ontvankelijker geest. Op milde wijze verwijst Frank daarmee naar de tirannieke reputatie van Captain Beefheart, die zijn band vaak op gewelddadige wijze tot het uiterste dreef.
‘Dit is mijn misbruikte jeugd, mijn gekkenhuis!’ concludeert Jon na een tijdje tevreden. Terwijl de film zelf steeds sterker suggereert dat Franks gekte veel meer een barrière dan een bron vormt voor zijn creativiteit (en daarmee vraagtekens plaatst bij het geromantiseerde beeld van alle outsidermuzikanten), meent Jon, in zijn simplistische geloof in de lijdende kunstenaar, dat hijzelf vooral door zijn brave burgermansafkomst wordt belemmerd kunstenaar te worden. Frank heeft in een inrichting gezeten, heeft Jon inmiddels gehoord. Dat had hij ook wel gewild! Jons grote probleem is echter niet zijn beschermde jeugd, maar zijn complete gebrek aan originaliteit. Als Frank hem tijdens jamsessies aanspoort zich een vogel te voelen: ‘Leg een ei! Voel de worm!’, kunnen wij horen dat het krijsen dat hij aan Jon ontlokt nog goed klinkt ook – bij Jon zelf dringt het niet door. En wil Jon echt lijden voor zijn kunst? Als de andere bandleden, die weinig van hem moeten hebben, een pijnlijke schreeuw van Jon in de muziek mixen, is hij alleen maar geïrriteerd; hij hoort niet dat Idiot Shriek een van The Soronprfbs’ beste songs is.

Ontmaskerd
Jon heeft een ander doel. Hij overtuigt Frank ervan dat er publiek bestaat voor zijn muziek en dat die het verdient gehoord te worden. Op zich is het niet vreemd dat Jon die rol op zich neemt: het zijn meestal medemuzikanten die als eerste het genie van hun onaangepaste collega’s herkennen. Kurt Cobain droeg bij interviews en optredens een tijdlang consequent een Daniel Johnston-T-shirt, waarmee hij fans en journalisten nieuwsgierig maakte naar die musicians’ musician.

Op milde wijze verwijst ‘Frank’ naar de tirannieke reputatie van Captain Beefheart, die zijn band vaak op gewelddadige wijze tot het uiterste dreef

Maar Jon huichelt. Waar Frank, ondanks zijn sociale angsten, ernaar verlangt gehoord en geliefd te worden, wil Jon in Franks kielzog vooral zelf beroemd worden, op de meest oppervlakkige manier denkbaar. Door heimelijk repetities op sociale media te posten, weet hij een minihype te creëren rond The Soronprfbs, zodat ze een uitnodiging krijgen voor Austins hippe popcultuurfestival South by Southwest. De andere bandleden volgen Frank met tegenzin naar Austin: ze maken zich zorgen om zijn geestelijk evenwicht. En terecht: ook met masker op lijdt Frank onder de plotselinge blootstelling aan de grootsteedse drukte van Austin en de wervelwind van een festival met tienduizenden bezoekers. Zoals ook in werkelijkheid introverte outsiders vaak niet weten hoe ze moeten omgaan met succes.

Frank heeft zijn masker, zijn huisje en zijn afzondering nodig. Al leek hij aan het begin van de film iemand die zijn ware aard verbergt, op dit punt in het verhaal is allang duidelijk dat hij zich niet anders kan gedragen dan hij doet. Dat is de reden dat hij niet functioneert op het festival: juist de gemaskerde kan het spel niet meespelen, zijn persoonlijkheid is totaal ongeschikt voor een podium of de media. Frank is te authentiek, te kwetsbaar, te zeer zichzelf.

Het is daarom niet Frank, maar Jon die op het festival wordt ontmaskerd. Jon doet zich op sociale media volstrekt anders voor dan hij is: populairder, artistieker, interessanter. Voor Jon is Franks geestelijke instabiliteit geen probleem, maar een unique selling point. Het komt door de tweets van Jon, niet door Frank, dat het festivalpubliek denkt dat The Soronprfbs een soort variétéact zijn, een stelletje vrolijke aanstellers. Een grap. En waar Jons neiging zich online beter voor te doen dan-ie is eerst nog grappig is in zijn herkenbaarheid, wordt het gaandeweg steeds ongemakkelijker. Want jezelf online naar boven brengen, betekent vaak iemand anders naar beneden halen. En in dit geval is die ander Frank.
Ja, we zien Jons echte gezicht, van de buitenkant. Maar zijn innerlijk kan en durft hij niet bloot te geven. Roem en populariteit zijn de sociale gekte waaraan deze doorsnee burgerjongen lijdt. Uiteindelijk is hij daarmee de poseur, niet Frank. Jon draagt het masker.

‘Frank’ is vanaf 9 april te zien in de bioscoop.