Ze is pas één dag het wetenschappelijke rolmodel bij uitstek. Afgelopen maandag werd professor José van Dijck geïnstalleerd als hoogste baas van de KNAW, de Koninklijke Academie der Wetenschappen. ‘Volgens mij ben ik de eerste vrouwelijke academie-president ooit in Europa.’
Zo’n voorbeeld kunnen de Nederlandse universiteiten wel gebruiken. Op de dag van Van Dijcks installatie kwam de Amerikaanse Northwestern-universiteit naar buiten met een bericht over de positie van vrouwelijke wetenschappers in Nederland. Meer dan waar ook ter wereld wordt wetenschap in Nederland geassocieerd met mannen, volgens onderzoeker David Miller. ‘Die stereotypering is gebaseerd op de feiten: in de exacte vakken werken vier keer zoveel mannelijke als vrouwelijke onderzoekers.’
José van Dijck is er niet eens verbaasd over. ‘Het is al langer bekend dat Nederland achterloopt en helemaal onderin de ranglijsten hangt als je kijkt naar het percentage vrouwen in de wetenschap.’ Vreemd genoeg vond ze het daarom bemoedigend nieuws dat gisteren bekend werd dat van de 87 toegekende Vidi-beurzen er 27 zijn toegekend aan vrouwelijke onderzoekers. Het zijn beurzen van maximaal achthonderdduizend euro voor wetenschappers die na hun promotie een aantal jaren succesvol onderzoek hebben gedaan, waarmee ze een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en zelf een onderzoeksgroep opzetten.

Het patroon is duidelijk, schetst Van Dijck. ‘We zien een gestage lijn omhoog naar meer vrouwen op hogere posities in de wetenschap. Maar nog steeds geldt: hoe hoger je komt, hoe moeilijker het wordt en hoe minder vrouwen er over blijven.’ Van de studenten is iets meer dan de helft vrouw, van de promovendi ook nog bijna de helft, van de universitaire docenten veertig procent en van de hoogleraren zestien procent. ‘Die Vidi-beurzen zijn voor wetenschappers tussen de dertig en veertig,die categorie is heel belangrijk, het is een cruciale periode. Vrouwen van die leeftijd zijn net gepromoveerd en hebben vaak de zorg voor jonge kinderen, terwijl ze dan ook nog aan het begin staan van hun wetenschappelijke carrière. Die vrouwen staan onder grote druk en verdienen een extra steun in de rug.’ Of dertig procent beurzen voor vrouwelijke wetenschappers toch niet aan de zuinige kant is? ‘Het is zeker te weinig maar het is meer dan ooit. Dat vind ik toch bemoedigend.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.