Een goede vriend deed een paar weken geleden wat iedere 35-plusser heeft moeten doen of nog moet doen: een knoop doorhakken over zijn of haar verzameling cassettes. Hij plaatste een advertentie op Marktplaats. Tot zijn verbazing reageerde er een jonge vrouw die de driehonderd bandjes voor vijfentwintig euro overnam.
Gianna Tam (26) heet ze. Ze is zangeres en drumster. In haar muziek laat ze zich sterk beïnvloeden door muziek uit de jaren tachtig, met Sheila E., zangeres en percussioniste in de band van Prince, als groot voorbeeld. ‘Binnenkort breng ik mijn nieuwe album uit,’ zegt ze. ‘Niet op cd. Niemand koopt meer cd’s. Maar ik wilde toch iets fysieks presenteren. Het cassettebandje hoort bij de jaren tachtig. Daarom heb ik besloten de opnames op cassette uit te brengen. Daarbij krijg je dan een code, waarmee je de muziek kunt downloaden.’ Tijdens haar speurtocht naar onbespeelde bandjes stuitte ze op de cassettes van mijn vriend. Die beluistert ze nu om haar muzikale horizon te verbreden. Zo kwam ze onbekende Afrikaanse bands op het spoor en werk van James Brown dat ze nog niet kende.
Houten blokje
Tijdens de Berlijnse Internationale Funkausstellung van 30 augustus tot 23 september 1963 liet Philips het publiek voor het eerst kennismaken met de EL 3300 ‘pocketrecorder’. Nederlandse kranten meldden dat Anneke Grönloh er met veel succes optrad, maar het nieuwste snufje bleef onbesproken. De officiële presentatie in Nederland, tijdens de Amsterdamse Firato tussen 13 en 23 september 1963 in de Europahal van de RAI, leidde wel tot bescheiden publiciteit. Het Limburgsch Dagblad maakte op 11 september bijna terloops melding van een ‘bandrecorder met cassette-systeem’. De komst van een muziekcassette hing in de lucht.
Tenminste dertien pogingen een magnetische geluidsdrager in een handig doosje onder te brengen, gingen vooraf aan de introductie van het Philips-cassettesysteem. De Compact Cassette was welbeschouwd een kleine en goed functionerende versie van de Amerikaanse Sound Tape Cartridge van RCA (1958), die niet alleen ruim twee keer groter was, maar ook om de haverklap vastliep. Als gevolg van een uitwisselingscontract met RCA kon ingenieur Lou Ottens van de Philips-fabriek in het Belgische Hasselt de patenten op die techniek gewoon gebruiken.
‘Het is niet zo dat je net als Edison ineens van alles uitvindt. Je doet het samen. In Hasselt hebben we met tien à twaalf mensen aan de ontwikkeling van de cassette gewerkt,’ vertelde Ottens toen ik hem interviewde voor het tijdschrift De Ingenieur. Hij is niet zozeer een uitvinder pur sang; zijn verdiensten liggen eerder op het gebied van de juiste toepassingen en combinaties van bestaande technieken – en bij een scherpe blik op de markt. Philips sprong op de juiste trein. Miniaturisering is de afgelopen decennia dé grote aanjager gebleken van technische vernieuwing.
Tijdens het interview vertelde Ottens iets waarmee hij het streven naar miniaturisering terugbracht tot de tastbare essentie: voordat hij zijn mensen achter de tekentafel aan het werk zette, had hij een houten blokje laten maken dat precies in zijn jaszak paste. Dat model was bepalend voor de omvang van de eerste cassetterecorder en het formaat van de cassette. Toen ik vroeg of hij dat ‘museumstuk’ nog had, schoot hem lachend te binnen dat hij het, toen hij in 1960 met zijn Lelijke Eend een lekke band kreeg, had gebruikt om zijn krik te stutten. Na gedane arbeid was hij vergeten het blokje terug in de auto te leggen.
De anekdote zou wel eens de kern kunnen raken van Ottens’ genie: het vermogen om in de huid van de toekomstige gebruiker te kruipen. Ondanks zijn onbekendheid hoort de inmiddels 87-jarige ingenieur onmiskenbaar thuis in het rijtje Thomas Edison (de fonograaf , 1877), Emile Berliner (de grammofoon, 1887), Valdemar Poulsen (magnetische opnames , 1899), Fritz Pfleumer (de geluidsband, 1928) en Peter Goldmark (de langspeelplaat, 1948). Vooral ook omdat Ottens later ook nog eens het brein was achter de komst van compact disc (1983), een samenwerking van Philips met Sony.

Musicassette
Philips liet bij de marktintroductie van de ‘pocketrecorder’ opvallend weinig trompetgeschal klinken. Pas eind 1964 dook het nieuwe apparaat met enige regelmaat op in krantenadvertenties, dan nog slechts als een van de vele bandrecordermodellen van Philips. De Telegraaf voorzag als eerste de glorieuze toekomst van het cassettebandje. ‘Volgt de musicassette de grammofoonplaat op?’ luidde de kop op 29 september 1966. De krant stelde vast dat de uitstekende geluidskwaliteit het systeem geschikt maakte voor gebruik in de huiskamer, en de schokbestendigheid voor gebruik in de auto. De flexibiliteit van de techniek (stereo/hifi-gebruik, een steeds verder doorgevoerde draagbaarheid) was een van de belangrijkste oorzaken dat de Compact Cassette in korte tijd de concurrerende systemen verdrong.
Het totaal aantal verkochte cassettes, bespeeld en onbespeeld, ligt volgens een serieuze schatting uit 1999 ergens tussen vijftig en honderd miljard stuks. Van meet af aan heeft het cassettebandje z’n sporen nagelaten in de populaire muziek. Om te beginnen met Keith Richards, die de eerste versie van de archetypische rocksong ‘(I can’t get no) Satisfaction’ (1965) in een Amerikaanse hotelkamer opnam met een Philips cassetterecorder.
In het Westen heeft de cassette vooral invloed gehad op de muziekconsumptie. Beschikte een gemiddelde muziekliefhebber in 1965 over een platenkoffertje met lp’s of singles, rond 1980 kon zelfs een arme student zich een hele wand met cassettes veroorloven. Dat droeg bij aan de differentiatie van het muziekaanbod in een eindeloze reeks genres en subgenres, die dankzij Sony’s Walkman overal konden worden beluisterd.
Aanjager van verzet
De mogelijkheden van het cassettebandje leidden in het Westen tot een bescheiden golf van in eigen beheer uitgebrachte, veelal experimentele popmuziek. Maar de impact van cassettetechniek op de muziekproductie in de ontwikkelingslanden was vele malen groter. In India zorgde de draagbare cassetterecorder ervoor dat de bijna monopolistische platenindustrie van de jaren zeventig in een paar jaar plaats maakte voor een lappendeken van honderden lokale cassetteproducenten. Die verrijking van het muziekaanbod droeg bij aan een heropleving van regionale culturen en versterkte religieuze en culturele tegenstellingen.
Ook was de cassettetechniek, naast de vertrouwde megafoon en stencilmachine, een belangrijke aanjager van verzet. De Tsjechoslowaakse band The Plastic People of the Universe werd populair door het voortdurend op cassettes kopiëren van hun verboden grammofoonplaten. De arrestatie van de bandleden in 1976 bracht Václav Havel en zijn geestverwant tot de oprichting van Charta 77. De clandestien Iran binnengesmokkelde cassettebandjes met de toespraken van ayatollah Khomeini speelden een sleutelrol in de aanloop van de Islamitische Revolutie van 1979. ‘Cassettebandjes zijn sterker dan gevechtsvliegtuigen,’ verklaarde Khomeini’s woordvoerder Abolhassan Sadegh na de revolutie.
En als het gaat om laagdrempelige muziekconsumptie en -productie, de uitholling van het auteursrecht en de almaar makkelijker te omzeilen censuur, gaf het cassettetijdperk een voorproefje van de latere mogelijkheden van internet.
Nostalgie naar een tijd dat technische vooruitgang nog niet synoniem was aan gladheid, geliktheid en perfectie
Kadettenbandje
Het sterfproces van het cassettebandje is veel sneller en radicaler verlopen dan dat van de grammofoonplaat, die de laatste jaren zelfs een wonderbaarlijke wederopstanding beleeft. In arme landen, bijvoorbeeld op het platteland van Ethiopië, Zimbabwe en Botswana, houdt het cassettebandje hier en daar nog steeds stand. Maar met de opmars van de personal computer begin jaren negentig en de mogelijkheid om er cd’s mee te branden (vanaf 1995) verdween de cassetterecorder uit de Nederlandse huiskamers. De komst van de mp3-speler, het ultieme draagbare audiosysteem, en de mogelijkheid om muziek te downloaden, zorgden ervoor dat ook de laatste hardnekkige Walkman-luisteraar uit het straatbeeld verdween.
Vijf jaar geleden hield ik een mini-enquête onder kinderen tussen vier en acht jaar. Ik gaf ze een Compact Cassette in handen en vroeg of ze wisten wat het was. ‘Een videootje,’ luidde het stellige antwoord van Rebecca (4). Meer dan de helft van de kinderen raadde dat het iets met beeld te maken had. De videoband was kennelijk nog niet verdwenen uit het collectieve kindergeheugen. Geen van de kinderen gaf het volledig juiste antwoord. Keetje (8) was warm: ‘Een soort cd’tje, maar dan oud.’ De 6-jarige Lindi zat er het dichtst bij met: ‘Dat is een kadettenbandje.’
Vintage
In de tussentijd hebben jonge mensen hernieuwd kennis kunnen maken met de cassette. Vanaf iPhone-hoesjes, T-shirts, kussens of tassen kijkt ze ons met haar gekartelde oogjes wezenloos aan. Vaak laten de vormgevers de geluidsband uit het doosje krullen. Dat oogt decoratief. Maar gedurende haar werkzame leven was zoiets slecht nieuws. Meestal het gevolg van een vastloper. Een operatie was het proberen waard, maar kon evengoed fataal eindigen.
Voor een muziekliefhebber als Gianna Tam staat de cassette voor haar favoriete periode in de popgeschiedenis. Voor veel jonge bands vormt de post-punk en elektropop van de vroege jaren tachtig een toonaangevende inspiratiebron. De laatste editie van Lowlands liet zelfs al een revival horen van vroege house, de dansmuziek die opkwam in de nadagen van het cassettetijdperk. De cassette staat voor de ‘retromania’ in de popmuziek, die door de popjournalist Simon Reynolds is beschreven als ‘pop culture’s addiction to its own past’, maar die je met evenveel recht zou kunnen toejuichen als een lucide muzikaal-historisch besef onder jonge muzikanten.
De iconische aantrekkingskracht van het cassettebandje past in een tijdsgewricht geobsedeerd door alles wat ‘vintage’, ‘authentiek’, ‘analoog’ en ‘offline’ is. Ouderwetse fotocamera’s, telefoons of mechanische typmachines zijn geliefde decoraties, juist in de huiskamers van de Generatie Y (geboren na 1980). Nostalgie naar een tijd dat technische vooruitgang nog niet synoniem was aan gladheid, geliktheid en perfectie. Naar een tijd dat het nog zin hand om een haperend apparaat een dreun te geven.
Het verzamelbandje dat je met knip-, plak- en tekenwerk voor iemand samenstelde om te getuigen van je persoonlijke voorkeuren, je vriendschap of liefde geldt als hét symbool van het voorbije cassettetijdperk. De tijd en concentratie die het maken van zo’n mixtape vereiste, is volmaakt tegengesteld aan de hedendaagse manier om uitdrukking te geven aan je genegenheid of smaak: met een druk op de vind-ik-leuk-knop.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.