Echt waar. Want juist dankzij internet is er een markt voor kwaliteitsjournalistiek.

U heeft het al kunnen lezen in de brief van onze gewaardeerde ex-hoofdredacteur: Vrij Nederland zet een volgende stap. Wie weet wordt uw weekblad een maandblad en komt de nadruk voor de resterende VN-redacteuren nog meer te liggen op digitaal. Het zal niet lang meer duren voordat VN een heuse TZT wordt; een Titel zonder Tijdschrift.

Wat zegt dit over de economie van de tijdschriftenuitgeverij? Allereerst natuurlijk dat uitgever Weekbladpers geen brood meer ziet in een wekelijkse VN. Dat mag geen verrassing zijn. Door het gedaalde aantal abonnees en de dito advertentieverkoop is het wekelijkse druk- en distributiewerk niet meer te betalen. VN zit, net als de meeste tijdschriften, in de hoek waar de klappen vallen. Hoewel mensen wereldwijd steeds meer geld uitgeven aan media, zullen u en ik in 2016 opnieuw minder besteden aan kranten en – vooral – aan papieren tijdschriften, voorzien de analisten van adviesbureau McKinsey.

Klik-aas voor de ratio.

Digitaal is de enige weg in dit door schermpjes gedomineerde tijdperk. Maar als Vrij Nederland straks geen tijdschrift meer is, hoe zal het de titel dan vergaan? Als de periodieke papieren herinnering aan het bestaan van VN weg is, wat trekt u dan straks nog naar de site? Is een TZT niet per definitie ten dode opgeschreven?

Nou, niet per se. Spannend wordt het wel. In de digitale aandachtseconomie knokken aanbieders van infotainment en masse om uw schaarse tijd. Het aanbod is groter dan ooit, beter dan ooit, toegankelijker dan ooit en goedkoper dan ooit. U kunt nu dit stukje lezen, maar net zo makkelijk klikt u naar de column van Tim Harford van The Financial Times, bekijkt u een lezing van Amy Cuddy op TED.com of scrolt u door de Facebook-updates van uw vrienden. We besteden allemaal steeds meer tijd aan mediaconsumptie, maar het aanbod groeit sneller dan de vraag. Traditionele, sociale en digitale media dingen allen naar uw attentie. Om maar te zwijgen van aandachtssponsen als YouTube en Netflix.

Wat is er nodig om te overleven in deze wereldwijde concurrentiestrijd om aandacht? Wat grijpt het menselijke brein bij de kladden? Nou, dat is bekend: bewegend beeld, videootjes, snel, kort en sensationeel. Wat aandacht trekt is: seks, geweld en macht, bekende mensen, sport en roddel, criminaliteit, rampen en crises.

Zo bezien maakt VN op het eerste gezicht weinig kans als TZT. Vrij Nederland staat eerder voor reflectie dan voor sensatie. Digitaal ligt dat lastig. Elke vorm van kwaliteitsjournalistiek kampt met het feit dat mooie interviews en reportages, tijdrovende onderzoeksjournalistiek en genuanceerde opinies online minder aanlokkelijk klik-aas zijn dan de overvloed aan al dat snelle, zalige, schattige en spectaculaire onderbuikvoer.

Toch is er hoop. Want juist die reflectie, het bevragen van wat de onderbuik lekker vindt, het verruimen van het denkraam, het verrijken van het bewustzijn, dát is waarom lezers een titel als Vrij Nederland waarderen. Juist omdat de werkelijkheid niet altijd snel en makkelijk is, kan Vrij Nederland online van waarde zijn. Klik-aas voor de ratio.
Internationaal is hier een markt voor, juist dankzij internet. Denk aan een online blad als Quartz. Of ons Nederlandse taalgebiedje groot genoeg zal zijn voor kwalitatief hoogwaardige titels zonder tijdschrift is de vraag. Vooralsnog kunnen digitale initiatieven als De Correspondent of Follow The Money niet zonder subsidies en giften. Ook Vrij Nederland heeft, naast de steun van lezers, andere geldschieters nodig om te overleven.

Dat adverteerders en financiers de waarde blijven inzien van een titel als Vrij Nederland. Dat ze hun portemonnee zullen trekken voor met liefde bereid breinvoer, ook als er straks geen tijdschrift meer is. Daarin ligt hoop.