Film / ‘No One Knows About Persian Cats’

Het meest opvallende aan de muzikale underground scene van Teheran is hoe gemoedelijk het eraan toegaat. De jonge muzikanten kunnen nog zo vaak gearresteerd worden, in de gevangenis worden geworpen, stokslagen krijgen, hun instrumenten verliezen – even goedgemutst betrekken ze de volgende geïmproviseerde oefenruimte. Of dat nu een dichtgetimmerd hok zonder ramen is op het dak van een flatgebouw of een koeienstal ver buiten Teheran. Als ze maar kunnen spelen: metal, indierock, hiphop of traditionele muziek.

Goed, Bahman Ghobadi’s clandestien gefilmde No One Knows About Persian Cats is geen zuivere documentaire, maar docufictie – nagespeelde werkelijkheid. Misschien dat de muzikanten zich in het echt dus iets anders gedragen. Maar de film, die in slechts achttien dagen werd opgenomen, ademt realisme en de twee hoofdpersonen van het verhaal, de Iraanse muzikanten Ashkan Kooshanejad (24) en Negar Shaghaghi (23), beamen dat.

Kooshanejad: ‘Alle muzikanten die je ziet zijn inderdaad zo relaxed. Net als wij. Daarom heet onze band Take It Easy Hospital. Wij vinden het de moeite niet ons druk te maken over politiek. Wij willen optreden en ons één avond goed voelen, samen met ons publiek.’ Volgens Kooshanejad is dat deel van de Iraanse cultuur. ‘Onder alle overheersingen zijn mensen poëzie en muziek blijven maken.’

Na het zien van de film, die gaat over de pogingen van de twee muzikanten visa te verkrijgen voor het buitenland, is het ontroerend hen in levende lijve te ontmoeten in Den Haag, waar ze een dag eerder optraden in Het Paard van Troje. Eindelijk bovengronds. Kooshanejad: ‘Het is geweldig. Dit is waarvoor we jarenlang gevochten hebben, om te kunnen optreden en te leven van onze muziek.’

Daarvoor hebben ze wel hun geboorteland moeten verlaten, net als vele andere artiesten. Voor westerse muziekstijlen gelden in Iran strenge beperkingen. Shaghaghi: ‘En dat is niet het enige. Vrouwen mogen niet publiek zingen. Moderne dans is verboden. En zelfs door de overheid goedgekeurde muzikanten mogen op televisie niet verschijnen met hun traditionele muziekinstrumenten – instrumenten die al duizenden jaren bestaan!’

Onder die omstandigheden zagen Kooshanejad en Shaghaghi geen alternatief dan het land te verlaten. Hetzelfde geldt voor regisseur Bahman Ghobadi (42), die na No One Knows About Persian Cats Iran voorlopig niet binnenkomt zonder in de problemen te raken. Op het filmfestival van Rotterdam vertelde Ghobadi geduldig voor de zoveelste keer zijn verhaal. Ghobadi: ‘Een filmproject waaraan ik twee jaar had gewerkt, werd op het laatste moment verboden. Toen verloor ik de moed.’ Zijn verloofde, de Iraans-Amerikaanse journaliste Roxana Saberi, spoorde hem aan toch een film te maken. Zelf was zij kort daarvoor gearresteerd als ‘Amerikaanse spion’ en tot acht jaar cel veroordeeld – onder internationale druk kwam ze eerder vrij. Zwichten voor zulke tegenwerking betekende in haar ogen dat de overheid gewonnen had. Ze overtuigde Ghobadi, die besloot een ‘underground film over underground muziek’ te maken, met Saberi als co-scenarist. Ghobadi: ‘De opnameperiode was een therapeutische ervaring, waarin ik mezelf genas van alle woede en frustratie. Ik werkte vanuit mijn hart en als je dat doet, denk je niet te veel na over de gevolgen.’

Niet bang voor een inval

Hoewel het regime hem dwong het land te verlaten, houdt ook Ghobadi afstand van de politiek: ‘Ik ben geen politicus, maar een filmmaker. Onder de huidige omstandigheden ontkom ik er echter niet aan politieke uitspraken te doen. Alles is op scherp gesteld. Je hoeft maar een groene trui te dragen en je wordt afgevoerd en ondervraagd.’

Ghobadi verwijst naar de Groene Revolutie, waarin vooral de jongere generatie massaal de straat op ging met het groen van de oppositiekandidaat als symbool voor hun verlangen naar grotere individuele vrijheden. Ghobadi verwacht veel van de Iraanse jongeren: ‘Mijn generatie heeft de Islamitische Revolutie en de oorlog met Irak meegemaakt. Wij schrikken daarom terug voor confrontaties. Jongeren hebben die angst niet.’

Dat blijkt ook uit de bijzondere opnamen van de Groene Revolutie die zijn gemaakt door Hana Makhmalbaf, de jongste dochter van de beroemde regisseur Mohsen Makhmalbaf, die zelf is veranderd van een voorstander van de Islamitische Revolutie tot een uitgesproken tegenstander van het regime. In haar film Green Days, die werd vertoond op het filmfestival van Rotterdam, doolt Hana Makhmalbaf over straat tijdens de demonstraties voorafgaand aan de verkiezingen van 2009, die uiteindelijk, al dan niet frauduleus, opnieuw door Ahmadinejad zouden worden gewonnen. Wat je daarbij ziet, zijn niet – zoals je zou verwachten – boze jongeren die supporters van Ahmadinejad met stokken te lijf gaan. Integendeel: de sfeer lijkt wel op die van Koninginnedag, uitgelaten en hoopvol. Met voorstanders van Ahmadinejad, die zich zonder vrees op straat vertonen, wordt schertsend geredetwist. En dat terwijl iedereen kon weten dat de overheid elk moment hardhandig kon ingrijpen – wat inderdaad zou gebeuren, met een nog altijd onbekend aantal doden tot gevolg.

Hoe kunnen de Iraanse jongeren zo kalm blijven onder die dreiging van geweld en opsluiting? Doordat ze zelf geen revolutie en oorlog hebben meegemaakt, zijn ze wellicht inderdaad minder bang, zoals Ghobadi beweert. Roekelozer, kun je ook zeggen. Shaghaghi heeft een andere verklaring: jongeren kennen niets anders. ‘Voor ons is het altijd zo geweest. Als je ouders vrienden op bezoek kregen, sloten ze de ramen. Hetzelfde als je naar een feest ging. Je komt op een punt dat je dat accepteert, dat je je individualiteit zoekt binnen dat systeem. Ik kan me echt niet herinneren dat ik ooit echt bang was voor een inval.’ Ook al maakte ze die regelmatig mee.

Jongeren als Kooshanejad en Shaghaghi leven in een parallelle wereld, waarin politiek niet bestaat en individuele vrijheid een doel op zich is. Luister naar de teksten van de bands in No One Knows About Persian Cats: niemand zingt over politiek, zelfs de rapper niet, ook al wordt hun muziekcarrière door de politiek onmogelijk gemaakt. Kijk naar de demonstranten tijdens de Groene Revolutie: een feest van tijdelijke vrijheid, ook al stonden de ordegroepen klaar om in te grijpen. En kijk naar de muzikanten die oefenen in No One Knows About Persian Cats: ze verliezen zich in hun muziek, hun vriendschap en de goede sfeer die ze zelf creëren, ook al laat de film zien hoe ingrijpend een inval door de autoriteiten kan zijn.

De grote vraag is, of deze generatie na de teleurstelling van het mislukken van de Groene Revolutie nog gemotiveerd zal zijn te strijden voor maatschappelijke veranderingen of dat ze zich nog sterker zal terugtrekken in hun onofficiële, parallelle underground.

‘No One Knows About Persian Cats’ draait vanaf deze week in de bioscoop