film
Catherine Deneuve is zonder twijfel de koningin van de Franse cinema. In de openingsfilm van het afgelopen filmfestival van Cannes, La Tête haute, wordt haar personage, een kinderrechter, zelfs symbolisch gelijkgesteld aan de Franse staat: streng maar rechtvaardig, empathisch maar principieel. Zij heeft gesproken en de Franse vlag verschijnt in beeld.
Deneuve vervult de rol met adembenemende vanzelfsprekendheid. Onlogisch is dat niet: ook in werkelijkheid is de 71-jarige filmster een symbool van Frankrijk. De buste van Marianne, die in elk Frans gemeentehuis staat opgesteld, werd in 1985 op haar uiterlijk gebaseerd.
Na de flop van vorig jaar, het prestigieuze maar gênante Grace met Nicole Kidman, had het festival met La Tête haute voor een kleinere en gevoeliger openingsfilm gekozen. Maar wat belangrijker is: pas voor de tweede keer in de 68-jarige geschiedenis van het festival was de openingsfilm geregisseerd door een vrouw.
Zo’n geste was nodig, want de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke regisseurs wordt Cannes al jaren verweten. Maar ook al was La Tête haute geregisseerd door een vrouw en werd Deneuve in de film gelijkgesteld aan de wet, het gezag en het land zelf, nog steeds was niet iedereen tevreden. Want werd Deneuves personage, goed beschouwd, eigenlijk niet gereduceerd tot een clichématige moederkloek: zorgzaam, onvermoeibaar en altijd maar gericht op kinderen?
Gelukkig verscheen Deneuve in Cannes in nog een film. In The Brand New Testament ontdekt haar personage, rijk maar ongelukkig, dat ze nog maar vijf jaar, twee maanden en zeventien dagen te leven heeft. Ze besluit haar leven drastisch om te gooien, wijst haar echtgenoot de deur, koopt een gorilla vrij uit het circus en duikt daarmee tot beider genoegen het bed in.
Een onbetwistbare één-nul voor het feminisme, zou je zeggen, maar dan wel met deze nuance: The Brand New Testament is geregisseerd door een man, de Belg Jaco Van Dormael. Dus wordt de vraag: hebben we het in Cannes nu over de achterstelling van vrouwen in deze specifieke beroepsgroep of over het feministische gehalte van de films zelf?
Flatgate
Het festival van Cannes richtte zich dit jaar vooral op het eerste. In 2010 en 2012 was geen enkele vrouwelijke regisseur geselecteerd voor de hoofdcompetitie, wat het festival op veel kritiek kwam te staan. Dit jaar hadden ze er twee gevonden, allebei Frans: Valérie Donzelli met Marguerite et Julien, en Maïwenn met Mon roi. Winnen deden ze niet – dat deed nog maar één keer een vrouwelijke regisseur, de Nieuw-Zeelandse Jane Campion met The Piano in 1993, al moest die haar Gouden Palm delen met een man (Chen Kaige voor zijn Farewell My Concubine). Wel kreeg regisseur Agnès Varda, ook Frans, dit jaar als eerste vrouw een ere-Gouden Palm en werd een reeks debatten over het onderwerp georganiseerd. Het festival was duidelijk op zoek naar goodwill, maar overtuigde niet iedereen.
‘Laten we hopen dat het niet bij dit jaar blijft,’ waarschuwde actrice Cate Blanchett, ‘en dat het niet iets modieus is.’
Even leek het festival alle goede wil weer te verspelen door op de rode loper enkele vrouwen de toegang te weigeren omdat ze geen hoge hakken droegen – er ontstond een online relletje (‘flatgate’) en festivaldirecteur Thierry Frémaux haastte zich te verklaren dat hoge hakken in Cannes niet verplicht zijn en het allemaal een misverstand was geweest.
Maar juist dat relletje geeft hoop, omdat het laat zien dat vrouwen minder snel over zich heen laten lopen. Steeds meer filmmakers en actrices durven zich uit te spreken, ook grote Hollywood-sterren, ook in Cannes, al lopen ze daarmee een imagorisico in de door mannen gedomineerde filmwereld.
Daarmee is niet gezegd dat Hollywood en het internationale festivalcircuit binnenkort overlopen van vrouwelijke regisseurs – in de competitie van het afgelopen filmfestival van Berlijn waren het er ook nog maar drie van de negentien. Maar het onderwerp wordt tenminste niet genegeerd. Net als Cannes schonken de recente festivals van Rotterdam en het Amsterdamse IDFA aandacht aan het thema – waarbij het documentairefestival IDFA ontdekte dat het aantal vrouwelijke regisseurs in de programmering helemaal niet, zoals gedacht, gestaag toenam, maar al jaren bleef steken op eenderde.
Toch is dat nog altijd veel meer dan bij speelfilms. In Hollywood werd maar zeven procent van de 250 succesvolste films van 2014 door vrouwen geregisseerd. In mei heeft de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU daarom verzocht discriminatie bij filmstudio’s en televisienetwerken te onderzoeken. Een onderzoek dat, als het doorgaat, de discussie nieuwe brandstof zal verlenen.
Miss Universe
De ACLU bevecht arbeidsdiscriminatie en bemoeit zich verder niet met de inhoud van de films. Dat is een heldere positie. De meeste discussies over vrouwen en cinema gooien die twee zaken echter op één hoop. Het uitgangspunt, ook als dat niet letterlijk zo wordt uitgesproken, is dat je meer vrouwelijke filmmakers nodig hebt om meer feministische films te krijgen.
En inderdaad kon je in Cannes weer films van mannelijke regisseurs vinden die getuigden van de male gaze – de mannelijke blik die de vrouw tot object reduceert. Zelfs wanneer ze hun best leken te doen dat te vermijden. In de seksscènes van zijn expliciete 3D-liefdesdrama Love brengt Gaspar Noé de man en de vrouw grotendeels gelijkwaardig in beeld, maar hij kan het dan toch weer niet laten af en toe het gezichtspunt van de man over te nemen.
Net zoals regisseur Jacques Audiard, die in de interessante, maar onterechte winnaar Dheepan zijn aandacht netjes verdeelt tussen een Tamil-man en -vrouw die doen alsof ze bij elkaar horen om in Frankrijk te worden geaccepteerd als vluchtelingen. Maar als ze dan voor de eerste keer seks hebben, zien we toch weer opeens een point of view-shot vanuit de man, waarmee wij, als kijker, dus die man worden – een effect dat wordt versterkt doordat zijn vrouw ons recht in de camera aankijkt. Zou dat anders zijn gegaan als de regisseur een vrouw was geweest? Waarschijnlijk wel.
Dus ja, er waren ook op dit festival weer voldoende voorbeelden van seksistische objectificatie van vrouwen te vinden. Met als ultiem symbool Miss Universe, die in Paolo Sorrentino’s Youth naakt het zwembad in schrijdt, louter om de twee oude heren Michael Caine en Harvey Keitel een vluchtige herleving van jeugdig verlangen te bezorgen, een moment dat overal in Cannes op filmposters was te zien.
actie-extravaganza
En toch, ondanks deze voorbeelden is het vermengen van die twee aspecten van de discussie, de discriminatie van vrouwen op de werkvloer en de vrouwonvriendelijkheid van de films zelf, een slecht idee. Want als je zegt dat je vrouwen nodig hebt om feministische films te maken, horen conservatieve Hollywood-bazen daarin dat je van plan bent een activistisch nicheproduct te creëren. En bovendien vermindert het de druk op mannelijke regisseurs om zichzelf langs de feministische meetlat te leggen – want ze kunnen het kennelijk toch niet.
En dat terwijl de meest feministische film in Cannes dit jaar Mad Max: Fury Road was. Een briljant vijfsterren-actie-extravaganza, dat helaas buiten competitie werd vertoond, waarvan de franchise-naamgever weliswaar een man is, maar waarin de feitelijke hoofdrol is weggelegd voor zijn vrouwelijke partner Furiosa (gespeeld door Charlize Theron), met wie hij een post-apocalyptisch patriarchaat neerhaalt zonder dat zij hoeft te huilen of een romance met hem begint.
Natuurlijk is er detailkritiek denkbaar: zo wordt Furiosa vergezeld door een groep schaarsgeklede, fotomodel-mooie jonge vrouwen die elkaar net aan het afspoelen zijn als Mad Max ze voor het eerst tegenkomt. Maar goed: ze dragen weinig kleren omdat ze net, zeer symbolisch, gevlucht zijn uit een leven als seksslaaf, voortplantingsmachine en gemechaniseerde melkdonor – ‘Vrouwen zijn geen dingen’, zoals ze op de muur van hun gevangenis hebben geschreven. Later komen ze een groep oudere vrouwen tegen, rolmodellen in plaats van fotomodellen, die niet alleen de laatste zaden bewaken van de verdorde woestenij waarin de wereld veranderd is, maar ook als zwaarbewapende motorrijders meevechten wanneer dat nodig is. De oudste onder hen wordt gespeeld door de 78-jarige Melissa Jaffer.
Ik noem dat feministisch. En de regisseur is een man, George Miller, wiens feminisme geen toevalligheid is. Zo haalde hij activist Eve Ensler, bekend als auteur van De Vagina Monologen, naar de Namibische set om met zijn acteurs te spreken over de psychologische aspecten van oorlogsgeweld tegen vrouwen. Ensler verdedigt in Time zelfs de sexy introductie van de vrouwelijke metgezellen van Furiosa: ‘In het begin zijn ze uitgekleed en kwetsbaar en tot object gemaakt. Maar aan het einde hebben ze hun kleren weer aan. Ze hebben hun lichamen heroverd en daarmee op een wezenlijke manier zichzelf.’
Het getuigt van een feministische ernst die je bij zo’n over-de-top futuristische actiefilm niet verwacht. Tegelijkertijd wordt er nergens in de marketing een punt van gemaakt. De slogan ‘Mad Max, een feministische actiefilm’ zou de meeste mannelijke kijkers afschrikken. Net als de Hollywood-studiobazen. Nu is de feministische boodschap verstopt tussen zoveel waanzinnige achtervolgingen en ontploffingen dat het nauwelijks opvalt – pas na afloop begint het te dagen.
Slaapziekte
En als je vervolgens goed oplette, bleken er in Cannes meer films van mannelijke regisseurs te draaien met zo’n verborgen feminisme. In het wonderlijke Cemetery of Splendour van de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul zijn mannen – soldaten – ten prooi gevallen aan een mysterieuze slaapziekte. Dat komt doordat hun energie wordt afgetapt door de geesten van gestorven strijders, die in een schaduwwereld door blijven vechten, vertellen twee godinnen aan een verzorgster. Alsof er eindelijk, na eeuwen vechten, niet meer genoeg energie in de wereld over is om alle mannelijke oorlogszucht mee te voeden. En zo blijven de vrouwen over. De macht van de mannen is weggezakt als een steen in een moeras – als een van de soldaten in zijn slaap een erectie krijgt, wordt die door een giechelende zuster als een machteloos stokje naar beneden gedrukt. En als de hoofdpersoon verliefd wordt op een soldaat die aan de slaapziekte ten prooi valt, wordt zijn rol overgenomen door een vrouwelijk medium dat zijn geest kanaliseert in haar lichaam. Zo wordt de man een vrouw.
Ook in het uiterst merkwaardige, licht futuristische The Lobster van Yorgos Lanthimos, overigens een betere kandidaat voor de Gouden Palm dan Dheepan, worden de machtsposities ingenomen door vrouwen. Het is een vrouw die het hotel bestiert waar alleenstaanden naartoe worden gestuurd om binnen 45 dagen een nieuwe relatie te beginnen – of anders veranderd te worden in een dier naar keuze. En het is een vrouw die met even harde hand de ondergrondse beweging van de Loners leidt, waar relaties juist taboe zijn.
Of neem het eerdergenoemde, heerlijk fantasierijke The Brand New Testament van de Belg Jaco Van Dormael. Daarin blijkt God een verslonsde chagrijn te zijn, die in Brussel woont en naast een zoon ook nog een vrouw en dochter heeft. Die houdt God er met geweld onder; dat Jezus vrede predikte, blijkt nooit de bedoeling geweest te zijn – die jongen heeft een hinderlijke neiging tot improviseren, moppert God, die zijn tijd doorbrengt met het creëren van plensbuien en het laten neerstorten van vliegtuigen. Zo tiranniseert God de mensheid, totdat de ontsnapping van het zusje van Jezus een kettingreactie veroorzaakt. De wereld kan maar beter geregeerd worden door een vrouw, suggereert The Brand New Testament. Wat een Brussels jongetje inspireert om eindelijk zijn droom uit te leven en voortaan meisjeskleren te dragen.
typisch mannelijk
Zo werden in Cannes, in films geregisseerd door mannen, keer op keer mannen vervangen door vrouwen. Alsof de mannen in hun films aan het oefenen waren wat ze in werkelijkheid nog te weinig doen: plaatsmaken voor vrouwen. In het beeldschoon gestileerde Carol van Todd Haynes, dat speelt in de jaren vijftig in Amerika, ruilt Cate Blanchett haar echtgenoot in voor Rooney Mara. En in het autobiografisch geïnspireerde Mia madre laat de Italiaanse regisseur Nanni Moretti zijn alter-ego, een Italiaanse regisseur van wie de moeder op sterven ligt, spelen door een vrouw, actrice Margherita Buy. Het is een prachtige rol, maar er kwam kritiek toen Moretti tijdens de persconferentie zei dat hij haar ‘typisch mannelijke eigenschappen’ had gegeven: een mannenrol schrijven en die door een vrouw laten spelen – dat is toch geen feministische cinema!
Maar wat zijn die ‘typisch mannelijke eigenschappen’? Margherita Buys regisseur vloekt en tiert als de opnames niet gaan zoals ze wil. Is dat typisch mannelijk? Om terug te keren bij de openingsfilm La Tête haute: als Deneuves kinderrechter gespeeld zou zijn door een man, zou die door feministische critici dan ook beoordeeld zijn als ‘moederkloek’, als iemand met ‘typisch vrouwelijke eigenschappen’? Of zou hetzelfde zorgzame, onvermoeibare gedrag dan zijn geïnterpreteerd als het beheerste leiderschap van een geboren gezagsdrager?
Auteur Helen Boyd schreef twee boeken over haar leven met een transgender partner. Toen haar man een vrouw was geworden, kwam Boyd tot de ontdekking dat ze lang niet zo feministisch was als ze altijd had gedacht. Tot haar schok en schaamte begon ze exact hetzelfde gedrag, van dezelfde persoon, opeens negatief te interpreteren. In On the Issues Magazine schrijft ze: ‘Als “hij” drankjes haalde voor ons allebei, was hij een gentleman; maar toen ze dat deed als vrouw, ging ik het zien als onderdanigheid.’ Ook het luchtgitaar spelen trok ze opeens niet meer.
Het is een fascinerende observatie, die maant tot terughoudendheid om bepaald gedrag, in films en in werkelijkheid, automatisch als typisch mannelijk of vrouwelijk te zien – want waarschijnlijk zien we er iets heel anders in als de andere sekse het doet. Stel uzelf deze vraag: wat zou u van dit artikel gevonden hebben als er de naam van een vrouwelijke auteur boven had gestaan?
VN Bladwijzers Shit People Say to Women Directors
Een populair Hollywood-blog met dingen die vrouwelijke regisseurs (en andere professionals in film en tv) te horen krijgen. Dat de meeste bijdragen anoniem zijn, zegt helaas al genoeg. Maar ook deze recente verzuchting van actrice Maggie Gyllenhaal staat erop: ‘I’m 37 and I was told recently I was too old to play the lover of a man who was 55.’
Bechdel Test 2015
Er valt wat af te dingen op de Bechdel-test als feministisch criterium – hij begon in 1985 ook maar gewoon als grapje in een strip (‘Dykes to Watch Out For’ van Alison Bechdel). Toch blijft het onweerstaanbaar om te turven hoeveel films níét voldoen aan deze simpele eis: dat twee (bij naam genoemde) vrouwen met elkaar praten over iets anders dan mannen. En dan zijn de medewerkers van deze site (op ironische wijze) nog behoorlijk toegeeflijk. Ga naar
vn.nl/seksisme
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.