Stella Widstrand was ooit een tienermoeder wier dochtertje spoorloos verdween. De politie ging ervan uit dat het kind door haar nalatigheid was verdronken, maar Stella weet zeker dat haar kind is gestolen. Bijna twintig jaar later, na een studie, een nieuw huwelijk en een nieuw kind, is Stella een succesvolle psychotherapeute. Bij een intakegesprek met een nieuwe cliënte is ze er – door bepaalde fysieke kenmerken – van overtuigd: dit moet haar verloren dochter zijn. Het is alleen niet voor het eerst dat zoiets gebeurt, de vorige keer liep het uit op een gedwongen opname in een kliniek. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de drie betrokken vrouwen: Stella, haar vermeende verloren dochter Isabelle en diens al dan niet echte moeder Kerstin. Norebäck voert de spanning hoog op. Zelfs als duidelijk is hoe de vork in de steel zit, blijft het boek unputdownable. Het einde is magistraal: geen sentimentele ontknoping, maar een briljant slotakkoord. Barbara van IJzeren