Thomas Berg, Claes’ vaste Leuvense speurder, is dit keer alles tegelijk: slachtoffer, verdachte en – hoewel op non-actief gezet – natuurlijk ook speurder. Alles begint met een aanrijding waarbij Berg zijn arm breekt. De dader rijdt door en wordt niet gevonden. Een week later wordt een bevriend echtpaar op gruwelijke wijze vermoord. Hoewel Berg staat te popelen, mag hij zich niet met het onderzoek bemoeien: hij is met ziekteverlof en bovendien kent hij de slachtoffers te goed. Niet lang daarna worden nog twee hem bekende echtparen op identieke wijze vermoord. Overal zijn aanwijzingen die suggereren dat Berg betrokken is bij de moorden. Het boek zit ingenieus in elkaar, de lezer wordt gedwongen mee te denken en komt onvermijdelijk tot dezelfde conclusie als Berg. Maar is dat wel de juiste? Berg vindt dat hij zozeer heeft geblunderd dat hij ontslag wil nemen. Maar ja, wat zou Claes zijn zonder zijn sympathieke speurder? Barbara van IJzeren