Elf mensen stappen in een privévliegtuigje op Martha’s Vineyard om naar New York te vliegen. De wereld van de rijken. De enige arme passagier aan boord is kunstenaar Scott Burroughs. Als het vliegtuigje een kwartier na opstijgen in zee stort, weet alleen hij, dankzij een bovenmenselijke zwemprestatie en met een vierjarig jongetje op zijn rug, de kust te bereiken. De invloedrijkheid van twee passagiers maakt dat niet alleen de FBI zich vol op het hoe en waarom van de crash stort, maar ook de sensatiepers. Was het terrorisme? Motorpech? En wat moest een arme kunstenaar tussen al die rijken? Een kunstenaar bovendien die alleen maar rampen schildert? Noah Hawley, die onder meer beroemd werd als schrijver van de tv-serie Fargo, houdt je aandacht vast met de levensgeschiedenissen van de inzittenden, de wrede willekeur van een ramp en de voorzichtige band die de door de pers achtervolgde Scott in de nasleep met het door hem geredde jongetje opbouwt. Dat we en passant leren wie de ramp veroorzaakt heeft, is in feite nauwelijks meer dan een puzzelstukje in dit verhaal. En dat is knap gedaan. (Ranne Hovius)