Een 17-jarige jongen die al zijn hele leven subtiel mishandeld wordt, een bedrijfsleidster van de Etos die spoorloos verdwijnt, sieraden van tientallen jaren eerder verdwenen jonge vrouwen die plotseling bij hun nabestaanden bezorgd worden: in dit vierde deel rond rechercheurs Sanne Philips en Luca Borra zijn er opnieuw een hoop calamiteiten die naar een bevredigend einde gebracht moeten worden. En dat allemaal in het Noord-Hollandse Hoorn. Sannes persoonlijkheid wordt in dit deel weer wat verder ingekleurd doordat zij een van degenen is die een sieraadje in een envelop krijgt: een kettinkje van haar 24 jaar eerder verdwenen moeder. Die moeder volgen we in een aparte verhaallijn: zij blijkt indertijd in handen gevallen van wat je gerust een monster mag noemen. Je moet je even heenzetten over het onwaarschijnlijke gegeven dat, net als in het Engelse Midsomer en Agatha Christies St. Mary Mead, brute moordenaars zo lang ongehinderd hun gang kunnen gaan in een rustig en overzichtelijk provincieplaatsje. Los daarvan: prima plot, overtuigend uitgewerkt. (Ranne Hovius)