De moordenaar huilt hartverscheurend, een bijna-slachtoffer weet niet of ze haar familie ooit zal weerzien, een agent klapt de dossiers dicht. Cliffhangers te over in Puta, maar wel van het soort dat zonder enige creativiteit is neergepend. Hoofdinspecteur Rani Diaz breekt haar hoofd over de ene moordpartij na de ander: ‘bloed vloeit’ en ‘levens stromen weg’ uit gapende keelwonden. Het Mechelse politiecorps heeft het zwáár. Gelukkig vergeten Diaz en haar collega Simons niet om grapjes te maken. Wat kennen ze elkaar goed, en dat zonder het bed gedeeld te hebben! Het seksisme druipt van de pagina’s – of Sterre Carron hier een kritische noot bij plaatst, blijft ongewis. Intussen wordt de ontknoping op hoog tempo ontrafeld. Voor lezers die de wie & waarom nog niet zagen aankomen, heeft Carron een extra hulpmiddel, dat zich voortstuwt tot en met de epiloog. Waarom zou ‘het monster’ niet alles hebben opgeschreven in een dagboek? (Zwaan Lakmaker)