Ommekeer gaat over vier broers en een zuster, kinderen van een politieman. Vader, moeder en nog een stel collega's van papa zijn vermoord. Misschien lopen ook de vijf kinderen gevaar en dus worden ze opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma in Manhattan. Geen veilige plek, zo blijkt: na een paar jaar wordt er een aanslag gepleegd op twee van de broers, die het wonderwel overleven. Noodgedwongen verhuizen de kinderen naar verre oorden, waaronder Nederland. Maar nergens zijn ze veilig voor de mysterieuze moordenaar Robert Dayle. Het hoogst onwaarschijnlijke verhaal had misschien nog iets kunnen worden als het niet zo erbarmelijk geschreven was. Clichés (‘zijn blik koud als ijs’) en onnodige herhalingen (‘ze spaarde haar stagevergoeding op en wist zo een grote spaarpot op te bouwen’) buitelen over elkaar heen, gelardeerd met grammaticale fouten (‘Carol besefte zich dat dit de baan van haar dromen was’). Er staan nog drie delen in deze reeks gepland. Dat belooft weinig goeds. Barbara van IJzeren