De succesvolle Jack en zijn vrouw Laura proberen met een uitstapje naar Las Vegas hun huwelijk te redden. Om volstrekt ondoorgrondelijke redenen besluiten ze in hun patserige huurauto de woestijn te gaan verkennen. Natuurlijk krijgen ze panne – de auteur strooit met vooruitwijzingen – en worden door een zonderlinge, zen-achtige kluizenaar van een wisse dood gered. Dan pas breekt hun echte beproeving aan: het noodgedwongen verblijf bij en met de onverstoorbare Boots, zoals de zonderling heet. Niemandsland is een verre van standaardthriller en leest eerder als een sinistere, bij vlagen uitermate gewelddadige en tegelijk zwaar moralistische parabel waarin het wemelt van de allegorische personages. Neem de egocentrische Jack, bij wie de gruwelen in de woestijn – waar anders moet een godvrezende thrillerschrijver zijn boek situeren – uiteindelijk niets minder dan een opzichtig gepresenteerde loutering teweegbrengen? (Het doorgaans sensatiebeluste gebruik van het woord purgatory in de Engelse titel is hier nu eens geheel gerechtvaardigd.) De zoetsappig uitgewerkte wedergeboorte van Molly, de tiener die van huis wegliep omdat het gras in Vegas haar groener leek, en die op tamelijk bizarre wijze het pad van Jack en Laura kruist, doet hier weinig voor onder. Een thriller, kortom, met een af en toe best spannende boodschap. (EdV)