Als Ronald van den Broek meedingt naar de titel van ‘De Nederlandse Dan Brown’ gaat hij vast winnen. In Mijn kartonnen broer klopt alles: de leuke hoofdpersoon, een wereldwijd complot waarbij de groten der aarde betrokken zijn, interessante locaties en een stelletje moorden. Mila van Efferen, een stoere Rotterdamse fysiotherapeute, krijgt een rouwkaart uit Finland die haar hele wereld op de kop zet. Uit bepaalde citaten maakt ze op dat het haar tweelingbroer Julian betreft, hoewel er een andere naam op de kaart staat. Tijdens de begrafenis in Helsinki blijkt dat haar broer zelfmoord heeft gepleegd, waarschijnlijk omdat hij zijn mond niet voorbij wilde praten over iets groots waarbij hij betrokken was. Via slim verstopte aanwijzingen met opdrachten komen Mila en haar vriend Jason op het spoor van een groep mensen die absurde dingen uithalen om de wereldvrede te bewerkstelligen. Niet allemaal even plausibel, maar het schrijfplezier spat van de bladzijden en de vaart zit er lekker in. Deze schrijver is een blijvertje! (AS)