Bijzonder inkijkje in de (gedachten)wereld van Tille Storkema, een jonge boer die veel van zijn twee jonge kinderen houdt. Op een nacht heeft hij zich vergrepen aan de 16-jarige Rosalinde uit een dorp in de buurt. De dag erna wordt ze door haar vader dood in een weiland teruggevonden – een afschuwelijk drama dat sterk doet denken aan de zaak-Marianne Vaatstra. Dertien jaar later wordt hij opgepakt. De roman speelt zich af op het platteland waar nog gemberkoek wordt gegeten en de natuur langzaam verdwijnt – ‘De vogels miste ik het meest (…) de gele kwikstaartjes bij de vlaaien.’ Middendorp (ook columnist bij de Volkskrant) schrijft het invoelend en mooi sober op, zonder iets goed te praten. Maar spannend en schokkend is het bij vlagen ook. ‘Mijn lichaam handelde en ik kon er niet meer bij komen, ik kon er alleen maar naar kijken.’ (Anne Versloot)