Een moorddadige bende die rondzwervende vrijbuiters martelt en vermoordt is niet het enige wat rechercheur Lucas Davenport in beslag neemt. Zijn geadopteerde dochter Letty, die ook bij de politie wil, is niet meer tegen te houden. Zij kwam de bende op het spoor en volgt die even onverschrokken als haar vader. De spanning tussen de bezorgde én trotse vader, de ontsnappende dochter en de beschermende moeder vormen het hart van dit vijfentwintigste Davenport-avontuur. Het gedoe met die bende begint ijzingwekkend, maar verliest aan geloofwaardigheid als Sandford switcht naar het perspectief van de satanische moordenaars. In een verfilming zou je het pikken als je hen ziet overleggen en plannen. Maar een schrijver die in hun gedachtenwereld duikt, moet met meer komen dan oppervlakkige uitingen van seks- en moordlust: ‘Wat nu?’ ‘We gaan een motel zoeken. Ik ga me aan je vergrijpen.’ ‘Als je me maar geen pijn doet’. ‘Je weet hoe ik ben, nietwaar?’ (Marijn van der Jagt)