Aan het begin van Gangsterstaat, het uitstekende vervolg op Goldbergs alom geprezen Gangsterland, wordt duidelijk dat Sal Cupertine, de gewetenloze capo voor wie iedereen in Chicago kroop en sidderde, waarschijnlijk nog leeft en ergens ondergedoken zit. De FBI heeft dit nieuws niet onder de pet weten te houden. Voor Sal, die als rabbijn David Cohen in Las Vegas is neergestreken, lijkt dat weinig directe gevolgen te hebben. Daarvoor is zijn dekmantel (en Thora-kennis) eenvoudig te goed. Maar het gerucht is voor zijn vele vijanden uit zowel boven- als onderwereld aanleiding de jacht te heropenen dan wel voort te zetten. En dan maakt Sal/David op tweederde van het boek een kapitale inschattingsfout – een teken dat hij de grond onder zijn voeten voelt opwarmen. Goldberg gunt de lezer een uitvoerig kijkje in de gedachtenwereld van een licht paranoïde, van zijn gezin gescheiden en op wraak beluste beroepscrimineel, die zich opgejaagd voelt door zijn belagers, maar ondertussen de aanslagen van 9/11 aangrijpt om de godvrezende gemeente een godsvermogen uit de zak te kloppen. Het net dat de schrijver spant en Sal langzaam omsluit, kent een adembenemend slot. Dat is zowel een passende afsluiting van het betreffende boek als een opmaat voor meer. (Erik de Vries)

Gangsterland (Gangsterland, 2014)