Alle elementen van een televisie-soap zijn aanwezig in Feliers zevende thriller over psychologe Kathleen Verlinden. Hoofdpersonen met interessanterige namen als June, Lexi, Kristel en Greg. Instabiele liefdesrelaties waarbij steevast een derde in het spel is. Een satanische tweelingbroer die uiteraard een broeierige verhouding heeft met de vrouw van zijn identieke wederhelft. Een quasi-diepzinnige psychologe die zich aan geen enkel beroepsvoorschrift houdt. En een keur aan moorden waar nauwelijks politieonderzoek aan te pas komt. Maar Feliers soapwereld is wél opgepimpt met sekstaferelen, zowel hetero als homo, die helaas even horkerig beschreven zijn. ‘Robbert schreeuwde het bijna uit toen ze ruw maar doelmatig aan zijn lid trok.’ Monden zitten de hele tijd plotseling op andere monden. ‘Kom in me,’ wordt er gesmeekt, ‘Kom in me.’ Het irritantste is dat het innerlijk van de afwisselende vertellers even zwabberend is als hun liefdesleven. Onbegrijpelijk dat Feliers ‘de succesvolste thrillerauteur van Vlaanderen’ schijnt te zijn. (Marijn van der Jagt)