Teunissen gooit er in haar soepel geschreven debuut meteen een fijne zin tegenaan: ‘Het was een goede dag voor een onthoofding.’ Haar thriller speelt zich af in 1525. Om precies te zijn: op en rond het Haagse Binnenhof. Op het omslag staat dat daar toen ‘dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen’. Veel is er dus niet veranderd. Frederik, de zoon van vroedvrouw Hadewych, staat ’s middags vooraan bij de onthoofding van Johannes Clareit. De aanklacht bij het schavot luidt: ‘U hebt gezondigd door als pastor niet celibatair te leven, in het geheim te trouwen en zich uit te spreken tegen de leer van de katholieke kerk.’ En daar gaat het zwaard, dwars door zijn nek, en spuit het bloed als een fontein uit zijn lichaam. Teunissen omschrijft de dingen graag duidelijk. Pal daarna zit Frederik zelf in de Gevangenpoort (beschuldigd van moord) en wacht op zijn doodstraf in kokende olie. Hadewych zet alles op alles om haar zoons onschuld te bewijzen. Teunissen schrijft met veel plezier over het 16de-eeuwse Holland met al zijn wambuizen, herbergen, rondfladderende kippen en religieuze twisten. Alleen leiden die eindeloze details nogal af van de door haar zo mooi bedachte intrige waarin manipulatie en chantage de normaalste zaken in Den Haag zijn. (AV)