Lees dit laatste boek dat Ruth Rendell schreef voor haar dood in 2015 en je mist haar nu al. Het is de lichte spot die in alles doorklinkt. Alle personages die in haar 66ste thriller ingenieus om elkaar heen draaien, zijn schijnbaar gewone mensen met lelijke trekjes en geheime gedachten. Misdaden voltrekken zich bijna achteloos, uit een opwelling of een obsessie. Een ploeterende misdaadschrijver wordt slinks getreiterd door zijn huurder. Een leugenachtig meisje neemt stiekem haar intrek in het luxeappartement van haar gestorven vriendin. Zelfs om haar gewelddadige ontvoering moet de lezer grinniken: ‘Het kwam Lizzie voor dat de twee mannen niet heel goede criminelen waren,’ schrijft Rendell in de fijne vertaling van Marike Groot en Sander Brink. Een te toevallige ontmoeting die voor een plotwending zorgt, vergeef je haar. De laatste zin van Rendell, die 85 werd voor een hartaanval haar velde, luidt: ‘En nu is het allemaal voorbij.’ (Marijn van der Jagt)