Zo bar en geestig als door spionageschrijver Mick Herron (1968) is de Britse inlichtingendienst MI5 nog nooit afgeschilderd. In Slough House, dat groezelige achterafkantoor van MI5, huizen de agenten waar de dienst het liefst vanaf wil, de ‘trage paarden’. Deze personae non gratae doen daar routineklusjes, in de ijle hoop dat er zich op een dag verlossing aandient. Die dient zich aan in het openingshoofdstuk van Dode leeuwen, wanneer de gewezen spion Dickie Bow op Paddington Station een voormalige tegenstrever meent te herkennen. Een Rus uit zijn Berlijnse tijd, hartje Koude Oorlog. Eentje die hem na zijn ontvoering gemarteld heeft door gedwongen inname van alcohol. Bow was altijd al een zuipschuit, dus niemand geloofde zijn verhaal. Bow overleeft dit weerzien niet. Maar eens een agent, altijd een agent, dus die dood dient door Slough House onderzocht en zo begint een geraffineerd, spannend kat-en-muisspel, Herrons handelsmerk. Met wisselende rollen voor kat en muis. (JV)