Met zijn zwierige korte verhalen won hij al de Aspe Award 2016 en de eerste prijs op een Utrechts literatuurfestival in 2017, nu debuteert Van den Bemd met een spannende roman. Hierin kabbelt het leven van Werner Mans – getrouwd, dochter, in het bezit van een stacaravan – rustig voort. Hij fotografeert wegwerpartikelen voor ziekenhuizen en laboratoria. Een fijn en kalm bestaan, maar gelukkig begint dochter Roos net te puberen als dit boek begint. Ze neemt foute vrienden mee (‘Pap, dit is Rico’) die de hele camping op stelten zetten. ‘Wel verdomme, ze hebben twee ligbedden in het water geflikkerd.’ En vanaf dat moment loopt alles uit de hand. Werner bezoekt een prostituee en gaat met zijn dochter en haar vriendinnen op stap. Van den Bemd vertelt alles even gedetailleerd, je ziet alles zo voor je ogen afspelen. Rake observaties doet hij van het alledaagse campingleven (‘back-to-basicstypes achter een eenpitsstel, tussen zakjes gevriesdroogde snijbonen en survival rodekool’). Verder is het boek licht van toon. Spanning zit er wel in, maar die suddert vooral, tot een grote uitbarsting komt het niet. Dat maakt het uiteindelijk misschien wel extra spannend. (Anne Versloot)