De student die zou trouwen is een primitief verhaal dat barst van de onwaarschijnlijkheden en onjuistheden. De student in kwestie, steevast ‘de Utrechtse student’ genoemd, is afgestudeerd, in Delft, en woont slechts tijdelijk in Utrecht. De vrouwelijke detective die zich bezighoudt met de cold case gaat gebukt onder de schulden die haar vaders erfenis heeft opgeleverd. Wat een onzin, een erfenis met schulden hoef je niet te aanvaarden. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. ‘Student’ Jan Willem de Geer verdwijnt in 1976, negen dagen voor zijn huwelijk. Er wordt nooit meer iets van hem vernomen, totdat ruim veertig jaar later zijn lijk wordt gevonden. De privédetective die al jaren zijn tanden op deze zaak heeft stukgebeten, in opdracht van de familie, komt nog één keer in actie, samen met zijn lieftallige assistente. En zowaar, er verschijnt licht in de duisternis. Uiterlijk en titel van het boek lonken duidelijk naar Baantjer, alleen zijn de ‘Baantjers’ in al hun simpelheid toch accurater en onderhoudender dan deze kloon. Barbara van IJzeren