Evan Smoak, getraind in een weeskinderen-programma om moordmissies uit te voeren, woont uiteraard in een kil luxueus appartement. Een indrukwekkende hardboiled-thriller overstijgt zo’n cliché in de verwoording ervan: Evans woning is ‘schietijzergrijs’, met whiskyflessen ‘als kogels’ gerangschikt. En in de toevoeging van originele details – Evans gezelschapsplant genaamd Vera – en van menselijk gevoel, de achilleshiel van een wereldvreemde moordmachine. Dit vierde Orphan X-avontuur start met de gruweldood van Evans vaderlijke mentor, wat hem tegenover een moordlustig Orphan-leger plaatst. En hem opzadelt met een pubermeisje dat aan het programma is ontsnapt, en hem al van streek maakt als ze haar melkglas zomaar ergens laat staan. Hurwitz excelleert in de vaart en precisie van zijn actiescènes, in het gevecht van Evan met zoiets gevaarlijks als affectie, en in onderkoeld geestige dialogen. Lekker vertaald door Erik de Vries: ‘Hoe is het je gelukt deze verbinding te hacken?’ ‘Ik heb gehakt van je mannen gemaakt.’ (Marijn van der Jagt)