Robbie Corbijn heeft zijn carrière bij de politie verruild voor een bestaan als privédetective, waarin hij zich, het fotograferen van overspelige echtelieden beu, gaandeweg is gaan specialiseren in plankzaken: complexe zaken waar de lange arm geen tijd meer voor heeft. Samen met zijn kersvers aangenomen assistente Lowina zet Corbijn zijn tanden in de Heemskerker Duinmoord. De minutieuze beschrijving hiervan, die de proloog van het boek vormt, leest haast als een proces-verbaal. Ook in de rest van het boek bedient Van Doorn zich van een uitgesponnen, wat ambtelijke stijl. De weinig relevante persoonlijke beslommeringen van Lowina die het hoofdverhaal af en toe onderbreken, doen het tempo van het boek ook al geen goed. Na lezing beklijft het gevoel dat de op zich best verdienstelijke plot een betere omlijsting had verdiend. (Erik de Vries)