Voor de Moordenaarsclub geldt: wie lid wordt, speelt met zijn leven. Om lid te mogen worden, moet je als auteur minstens één behoorlijke moord beschreven hebben. Het grote voorbeeld is de Londense Detection Club uit de jaren dertig, ‘de gouden tijd van de detectiveroman’. Thomas Beens, de hoofdpersoon in deze boekenserie van Paul Jacobs, is uitverkoren om lid te worden van dit exclusieve gezelschap en ondergaat de bijbehorende inwijdingsrituelen, compleet met heuse vuurwapens. Het wordt allemaal meer-dan-werkelijk als de potteuze voorzitster van de Moordenaarsclub bij diezelfde plechtigheid daadwerkelijk wordt neergeschoten. En dan begint de ellende pas. Jacobs leeft zich uit met tal van knipoogjes naar andere thrillerschrijvers, door bijvoorbeeld succesauteur Peter Happel te introduceren, de Vlaamse nationale trots: ‘Hij schreef al jaren alle zes maanden een bestseller’. Soms wordt de vaart wat uit het verhaal gehaald doordat Jacobs wel erg veel wil uitleggen over het thrillerwereldje. Gelukkig vindt er dan snel een moord plaats om de boel weer op gang te krijgen. (Ed van Eeden)