De zomer zindert en de vakantie is nog lang niet voorbij. Eddie komt op het lumineuze idee om via stoeptekeningen met zijn vrienden af te spreken — ieder een eigen kleur poppetje, elke plek een eigen symbool. Helemaal zelf bedenkt hij dit niet, maar dat doet er niet toe. Totdat er wel heel veel krijtmannetjes verschijnen op de stoepen van dit Britse stadje. En er doden beginnen te vallen. De Krijtman kent een bont scala aan personages: Eddie de tiener, Eddie de ongemakkelijke hospita/verhuurder, zijn vrienden (of zijn het wel zijn vrienden?), de speeltuin, de kermis, het bos aan de rand van de wijk, en niet te vergeten de Krijtman. C.J. Tudor geeft het knisperende-tuinpaadjes-effect gewicht met een politiek laagje en een paar doeltreffende existentiële vragen. Resultaat: een boek waarbij je het galgje-poppetje voortdurend van de cover probeert te vegen. (ZL)