Tussen Terschellinger pondkoek en Curaçaose cocktails door probeert rechercheur Nora ‘non-actief’ Bouwman de moord op haar beste vriendin Kim op te lossen – en de dood van de verdwenen dolfijnentrainer Bjorn te voorkomen. Beiden worden ontsierd door een kabouterpopje, gekleed in stukjes vlag van het betreffende eiland. Nora mag zich er natuurlijk helemaal niet mee bemoeien, maar doet dat toch, het helmgras voor de voeten van haar bonkige collega’s Sybold en Payo wegmaaiend. De Kabouterman is, wellicht uit overcompensatie, een lijvig drieluik vol emoties: rouw op de Wadden, liefde in de Cariben en angst in Amsterdam. De hoofdpersonen moven en groven, praten schrijftaal met elkaar en hebben, de kabouterman althans, met een flink jeugdtrauma te kampen. Een aantal hoofdstukken had ook aan wal kunnen blijven, maar de actiescènes (vooral die met zwiepende giek) maken veel goed. Wanneer de eilandromantiek achter de horizon verdwijnt, krijgt Kooistra’s debuut de wind in de zeilen. (Zwaan Lakmaker)